‘Vriendje’ bepaalt de mobieltjes en nummers!

Hoewel de verkoper bij de aanschaf van een abonnement tegen de consument zei dat zij dat een dag eerder ook al had gedaan, liet zij niet merken dat zij dat onder dwang deed. De verkoper had ook geen reden om dat te denken. Haar klacht tegen de ondernemer is ongegrond, ook al hebben andere ondernemers bij wie zij eveneens een abonnement heeft afgesloten de overeenkomst wel vernietigd.

Onder dwang van haar toenmalige vriend sluit een consument zeven telefoonabonnementen af, waarvan twee bij de ondernemer. Van de rekening staat een bedrag van € 140,- open. De helft daarvan deponeert de consument bij de commissie. Zij heeft meermalen per post en telefonisch geprobeerd deze abonnementen te laten vernietigen en nu kan ze die niet meer betalen. Haar toenmalige vriend vroeg haar eerst een jaarabonnement af te sluiten waarvan hij elke maand de kosten zou terugbetalen. Uiteindelijk sloot ze onder bedreiging zeven abonnementen af. In de winkels durfde ze niet te zeggen dat ze geen abonnement wilde omdat haar vriend buiten stond te wachten. Zelfs als haar werd gezegd dat ze een dag eerder al een abonnement had afgesloten sloot ze weer een nieuw abonnement zodat ze ook de telefoon mee kreeg.

De consument durfde al die tijd geen aangifte te doen. Ze kreeg hoge telefoonrekeningen omdat haar vriend de simkaarten had en geen “nee” duldde. Uiteindelijk liet zij alle simkaarten blokkeren en deed ze een dag later aangifte tegen haar toenmalige vriend. Op advies van Slachtofferhulp stuurde ze het proces-verbaal naar de providers. Twee ondernemers vernietigden de overeenkomst, de andere wezen het verzoek echter af waardoor de consument alle rekeningen moest betalen, ook al was zij deze overeenkomsten onder dwang aangegaan. Nu kan zij dat niet meer betalen. Daarom wil ze dat de overeenkomsten worden vernietigd.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat hij van de bedreiging niet op de hoogte was toen de overeenkomsten werden gesloten. Er was ook geen reden dat te veronderstellen. De consument kan dus richting de ondernemer geen beroep op wilsgebrek doen. De consument stelt dat de verkoper had moeten beseffen dat zij niet twee dagen achter elkaar uit vrije wil een abonnement afsloot. Maar de commissie wijst erop dat de verkoper hier zelf over is begonnen en daarmee de consument de kans heeft gegeven iets te zeggen of een teken te geven dat er iets niet in orde was. Dat heeft ze niet gedaan zodat de verkoper van niets wist, hoe wrang het ook is voor de consument die zich gedwongen voelde deze abonnementen af te sluiten.

Binnen zijn zorgplicht heeft de ondernemer alles gedaan wat gebruikelijk is, ook om misbruik te voorkomen. Verder gaat zijn verplichting niet. Het is bijvoorbeeld niet ongewoon dat twee mobiele telefoons worden gebruikt en dat hoeft bij de aanschaf niet te leiden tot wantrouwen. Bovendien zou de consument uit angst voor haar vriend toch niets hebben gezegd. Daarom is het voor de ondernemer niet evident dat het abonnement onder dwang is afgesloten. Bovendien is het eerste abonnement rechtsgeldig omdat de ondernemer toen geen reden had van dwang uit te gaan en de consument bij het afsluiten van het tweede abonnement een dag later niet inging op de opmerkingen van de verkoper.

De commissie acht daarom de klacht van de consument ongegrond. Het bedrag dat zij bij de commissie in depot heeft gestort gaat naar de ondernemer.

Bron: Geschillencommissie Telecommunicatie, Jaarverslag 2014.
Deze commissie is per 1 oktober 2015 samengevoegd met de Commissie Elektronische Communicatiediensten tot de nieuwe Geschillencommissie Telecommunicatiediensten.

Was deze informatie duidelijk?

Terug naar boven