Geen kostbare schoonmaak van zoutuitbloeiingen

De kostbare methode die de deskundige aanbeveelt om de gevel waarop zoutuitbloeiingen zitten te reinigen is volgens de commissie niet nodig. Een proef met een minder vergaande oplossing heeft ook goede resultaten gehad. De commissie laat de ondernemer het herstel niet uitvoeren. De VvE wil dit in eigen beheer laten doen. Bovendien zijn de onderlinge verhoudingen verstoord.

ZoutuitbloeiingenZoutuitbloeiingen en een gevel die onvoldoende waterafstotend is. Dat zijn de voornaamste klachten van de VvE die de herstelwerkzaamheden in eigen beheer en op kosten van de ondernemer wil laten uitvoeren. Voor de waterschade heeft de ondernemer van de verzekering € 8.051,– ontvangen en dat bedrag trekt de VvE af van het overeengekomen bedrag van € 26.890,–.

De door de commissie ingeschakelde deskundige noemt de zoutuitbloeiingen ontsierend. Ze zijn veroorzaakt doordat het werk slordig is uitgevoerd. Met de ondernemer meent de commissie dat zoutuitbloeiingen niet per definitie een gebrek hoeven op te leveren. Ook bij zorgvuldig werken zijn ze niet uit te sluiten. Volgens de deskundige is echter slordig gewerkt. De ondernemer heeft ook erkend dat hij heeft gevoegd terwijl de gevel eigenlijk te vochtig was. Volgens hem was dat op verzoek van de VvE gedaan, maar dat spreekt de VvE tegen. Niettemin was de ondernemer daarmee volgens de commissie niet van zijn verantwoordelijkheid ontheven. Hij heeft ook niet uitdrukkelijk gewaarschuwd voor de gevolgen van het voegen onder natte omstandigheden.

De waterafstotende werking van de gehydrofobeerde voorgevel is volgens de deskundige onvoldoende omdat het impregneren niet deugdelijk is uitgevoerd. Ook volgens de commissie is het resultaat zodanig gebrekkig dat de ondernemer zich er niet op kan beroepen dat geen precies resultaat is overeengekomen. Als het impregneren naar zijn oordeel niet tot een behoorlijk resultaat zou leiden had hij bij het begin van de werkzaamheden een duidelijk voorbehoud moeten maken.

Op verzoek van de VvE en gezien de verstoorde verhoudingen laat de commissie de ondernemer de herstelwerkzaamheden niet uitvoeren en wijst de VvE daarom een schadevergoeding toe. Volgens de deskundige geeft een zeer intensieve reiniging van de gevel de beste kans op een deugdelijk en duurzaam resultaat, maar volgens de commissie is deze kostbare methode niet echt noodzakelijk. Zo wordt in de door de VvE ingebrachte offerte niet over stralen gesproken en zijn de VvE en de ondernemer het er over eens dat een proef met een minder vergaande reinigingsmethode succesvol was.
De commissie gaat daarom niet uit van het bedrag van € 14.500,– dat de deskundige voor het reinigen en opnieuw impregneren van de gevel heeft begroot. Uitgangspunt is de offerte die de VvE hiervoor heeft en die uitkomt op € 10.586,–. Dat bedrag wordt in mindering gebracht op het bedrag van € 18.839,– dat de VvE nog aan de ondernemer is verschuldigd.

De vordering van de VvE om de ondernemer de kosten voor het inschakelen van derden te laten betalen wijst de commissie af. Hun inbreng is niet van doorslaggevende betekenis voor de  uitkomst van dit geschil geweest. Bovendien heeft de VvE deze partijen buiten de ondernemer om ingeschakeld. Voorts komen de kosten voor de behandeling van het geschil volgens het reglement van de commissie voor eigen rekening van beide partijen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om van deze bepaling in het reglement van de commissie af te wijken.

Afgewezen wordt ook het verzoek van de ondernemer de VvE de buitengerechtelijke incassokosten te laten betalen. Dat gebeurt alleen in bijzondere gevallen en die zijn er volgens de commissie niet. Bovendien is een deel van die kosten juist ter voorbereiding van het geding gemaakt.

Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, jaarverslag 2016

 

Was deze informatie duidelijk?

Terug naar boven