Vordering van gebruik vóór 2010 verjaard

Toepassing van de methode Vink betekent niet dat de ondernemer elk jaar de meterstand moet opnemen. Dat is het paard achter de wagen spannen omdat de meeste consumenten zelf hun meterstand doorgeven. De vordering op de consument over het verbruik vóór 2010 is verjaard. De verjaringstermijn is toen ingegaan en niet in 2015.

WatermeterNadat hij in maart 2015 een foto van de meterstanden heeft gestuurd krijgt de consument een factuur van € 3.406,– over de periode van 1 april 2014 tot en met 30 maart 2015. Dat is volgens hem een vergissing want dat moet een afrekening over de afgelopen zeven jaar zijn. Vanaf 2007 heeft hij jaarlijks afrekeningen gekregen en ook betaald en was zijn verbruik op deze afrekeningen veel lager dan wat nu in rekening wordt gebracht. Omdat geen lek is geconstateerd en zich geen andere calamiteiten hebben voorgedaan is het in rekening gebrachte verbruik onmogelijk. Daarom moet volgens de consument de methode Vink worden toegepast.

De methode Vink houdt in dat het waterbedrijf tenminste één keer in de drie jaar de meterstanden daadwerkelijk moet opnemen. Is dat niet gebeurd en blijkt dat drie jaar achter elkaar het verbruik te laag is geschat, dan moet het verbruik over alle jaren waarin een schatting heeft plaatsgevonden, worden herverdeeld. De kosten van water zijn invorderbaar over de laatste vijf jaar.

Volgens de ondernemer in de onderhavige zaak is in december 2007 voor het laatst bij de consument de meterstand opgenomen. Daarna moest hij zelf de meterstanden voor de jaarrekening doorgeven, maar deed hij dat pas in 2015. Toen werd geconstateerd dat het verbruik veel te laag was geschat en de consument te weinig had betaald. De opgelopen achterstand komt tot uiting in de eerstvolgende jaarafrekening. Met de consument verschilt de ondernemer van mening over het ingangsmoment van de verjaringstermijn van de vordering. Volgens de ondernemer loopt de verjaringstermijn van vijf jaar tot 30 maart 2020.

Toepassing van de methode Vink heeft volgens de ondernemer een aantal negatieve neveneffecten. Minimaal elke drie jaar de meterstanden opnemen is een kostbare en tijdrovende zaak. Het is onwenselijk dat de hieraan verbonden kosten effect op de drinkwatertarieven hebben. De  meterstanden opnemen is praktisch gezien steeds moeilijker. Klanten zelf de meterstanden laten opnemen draagt bovendien bij aan hun bewustwording van het verbruik.
 
Wat betreft de verjaring stelt de ondernemer volgens de commissie terecht dat voor de levering van water de ‘normale’ termijn van vijf jaar geldt. Als de ondernemer de jaarafrekeningen wil corrigeren kan hij dat gedurende vijf jaar doen. Daarna is de jaarafrekening onherroepelijk. Daarom is het uitgangspunt van de ondernemer dat de verjaringstermijn pas op 30 maart 2015 is ingegaan onjuist. Naar de mening van de commissie kan de methode Vink worden toegepast. Dat hoeft er in het geheel niet toe te leiden dat de ondernemer per aansluiting jaarlijks de meterstanden gaat opnemen. Dat is het paard achter de wagen spannen omdat het overgrote deel van de consumenten de meterstanden wel doorgeeft. Het enige wat de commissie van de ondernemer verwacht is dat deze het in zijn administratieve systemen mogelijk maakt te achterhalen of een consument meerdere jaren verzuimt de meterstand door te geven. Dan kan met die consument contact worden opgenomen en hem worden uitgelegd wat en waarom er iets is misgegaan.

De klacht van de consument is gegrond. De vordering over de periode vóór 30 maart 2010 is verjaard. Voor het overige moet de ondernemer de methode Vink toepassen.

Geschillencommissie Water, Jaarverslag 2016

Was deze informatie duidelijk?

Terug naar boven