Geen schade door latere verhuizing

Door problemen met het tapijt moet de consument later naar zijn nieuwe woning verhuizen. Hij heeft daardoor volgens de commissie geen vermogensschade opgelopen. Ten onrechte heeft hij het redelijke aanbod van de ondernemer om het geschil op te lossen afgewezen. De ondernemer moet de aangeboden vergoeding alsnog betalen.

Tapijt van Freeimages.com/Cleferson Comarela BarbosaDoordat de ondernemer later dan is afgesproken een tapijt in zijn nieuwe woning legt, kan de consument niet verhuizen hoewel hij de huur moet betalen. De ondernemer biedt een interne verhuizing tijdens het leggen van de nieuwe vloerbedekking aan, maar daar kan of wil de consument geen gebruik van maken. Ook zegt de ondernemer toe de huur van het nieuwe appartement te vergoeden, maar hij komt deze toezegging niet na. De consument verlangt vergoeding van één maand huur van het nieuwe appartement, een bedrag van € 925,–.

De ondernemer stelt dat hij meteen nieuw tapijt heeft besteld, maar de leverancier kon het niet binnen de termijn leveren die met de consument was afgesproken. Toen het tapijt werd geleverd was het te kort, zodat pas na anderhalve maand het goede tapijt lag.

De ondernemer heeft vervolgens aan de consument gevraagd zijn extra woonlasten voor het langer aanhouden van de oude woning te specificeren, maar die wilde alleen de huurovereenkomst van de nieuwe woning ter inzage geven. Hoewel dat geen bewijs van schade was is de consument een tegemoetkoming van € 500,– aangeboden. De ondernemer die de ontstane situatie betreurt en voor de consument erg vervelend vindt, heeft ook een interne verhuizing aangeboden. Dat aanbod heeft de consument afgewezen. De ondernemer heeft overigens begrip voor die afwijzing.

Daarop is aangeboden de werkelijke kosten, de extra huur voor de te verlaten woning, te vergoeden. Dat bleek echter een koopwoning te zijn. De ondernemer wil nog steeds de schade vergoeden, maar de consument houdt vast aan de huur van het nieuwe appartement en onderbouwt zijn schade niet. Desondanks is een vergoeding van eerst € 350,– en later van € 500,– aangeboden.

Dat het vervangende tapijt op een later tijdstip is geleverd dan was afgesproken en waarop de consument mocht vertrouwen heeft de ondernemer erkend. Hij heeft, zo stelt de commissie vast, aangeboden de werkelijke en aangetoonde schade te vergoeden. In zijn optiek is dat een maand huur van de oude woning, mits de consument aantoont dat hij deze huurprijs heeft betaald. De consument stelt daarentegen dat de ondernemer hem onherroepelijk heeft toegezegd een maand huur van het nieuwe appartement te vergoeden. Voor de commissie is het onvoldoende duidelijk of dat werkelijk is afgesproken. Het is het woord van de consument tegenover dat van de ondernemer. De commissie gaat daarom voorbij aan de door de consument vermelde afspraak.

Bij het beoordelen van de vraag welke schade de consument heeft geleden gaat de commissie uit van het vermogensnadeel dat de consument door de latere verhuizing heeft geleden. De commissie ziet de huur die de consument voor het nieuwe appartement heeft betaald niet als schade. Ook als de ondernemer de vloerbedekking eerder had geleverd had hij deze huur moeten betalen. Bovendien was de oude woning van de consument geen huurwoning maar een koopwoning. Er was dus geen sprake van dat hij een maand meer huur moest betalen wat wel een vermogensnadeel zou zijn geweest. Omdat de oude woning nog niet was verkocht voordat de consument zijn nieuw appartement kon betrekken heeft hij geen extra kosten gehad. De lasten van de oude woning moest hij toch betalen.

De commissie buigt zich ook over de vraag of de ondernemer bij de vervanging van het tapijt een redelijke termijn heeft overschreden. De periode van vijf weken is wat de commissie betreft een redelijke termijn. Er is geen harde datum voor de levering afgesproken. De consument stelt zelf dat de ondernemer slechts een waarschijnlijke levertijd heeft aangegeven.

Niettemin heeft de ondernemer zonder enige specificatie van de schade een bedrag van € 500,– aangeboden. Dat aanbod, waarop de consument ten onrechte niet is ingegaan, vindt de commissie een redelijke oplossing van het geschil. De ondernemer moet de consument dit bedrag betalen.

Geschillencommissie Wonen, Jaarverslag 2016

Was deze informatie duidelijk?

Terug naar boven