Verbruiker was niet op de hoogte van de uit te voeren werkzaamheden en daarom is sprake van onvoorziene schadegebeurtenis. Op grond van de algemene voorwaarden had verbruiker wel een adequate voorziening ter voorkoming van de schade moeten treffen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de levering van vervuild water en de vergoeding van de daardoor geleden schade.

De verbruiker/aangeslotene heeft op 12 juni 2015 de klacht voorgelegd aan het bedrijf.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene

Het standpunt van de verbruiker/aangeslotene luidt in hoofdzaak als volgt.

De verbruiker/aangeslotene heeft schade geleden als gevolg van werkzaamheden van het bedrijf op 12 en 13 juni 2015. Het betreft directe schade in het productieproces. De verbruiker/aangeslotene heeft het bedrijf aansprakelijk gesteld. Deze heeft de aansprakelijkheid van de hand gewezen.

Op 12 juni 2015 heeft het bedrijf bij het NS Station te [plaatsnaam] een stuk waterleiding vervangen. De aanliggende bedrijven zijn hiervan op de hoogte gesteld waarin is toegelicht dat hinder kan optreden.

De verbruiker/aangeslotene is niet aangesloten op het betreffende circuit en heeft geen waarschuwing ontvangen. Als gevolg van het afsluiten van de reguliere stroomrichting is het water in een andere stroomrichting gaan stromen en is er vuil water in de watertoevoer van de verbruiker/aangeslotene terechtgekomen. Er was sprake van bruin vervuild water. Op dat moment was de verbruiker/aangeslotene vol in productie.

Na constatering van het risico voor het productieproces heeft de verbruiker/aangeslotene dit onmiddellijk moeten stoppen en zijn de ter verwerking gereedstaande ´ijsmixen´ en de gereedstaande eindproducten vernietigd. Het betreft 4000 kg ijsmix à € 1,55 per kg. Ook stonden 5 personen aan de band voor de dagproductie, die moesten worden ingezet voor het schoonmaken van de productieruimten. De verbruiker/aangeslotene dat consumptiegoederen produceert staat onder streng toezicht.

De verzekeraar van het bedrijf heeft de claim van de verbruiker/aangeslotene afgewezen omdat sprake zou zijn geweest van een voorziene situatie nu sprake was van geplande werkzaamheden.

Volgens de verbruiker/aangeslotene is het “te gek voor woorden” dat de verbruiker/aangeslotene de gevolgen voor haar primaire productieproces niet kan verzekeren of verhalen.

Ter zitting heeft de verbruiker/aangeslotene verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De verzekering stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van overmacht zodat er geen dekking bestaat; er was sprake van geplande werkzaamheden.

Het bedrijf is nalatig geweest. Het bedrijf had ook de verbruiker/aangeslotene kunnen informeren zodat de productie had kunnen worden gestopt of verplaatst. Men werd plotseling en volledig onverwacht geconfronteerd met bruin water uit de leidingen.

Het bedrijf stelt dat dit kan voorkomen. Voor haar was het dus wel te voorzien, zodat het in de rede had gelegen ook de verbruiker/aangeslotene vooraf te informeren.

Het is vreemd dat op de verbruiker/aangeslotene de verplichting wordt gelegd om zich aan te melden als kwetsbare afnemer. Hierover was bij de verbruiker/aangeslotene niets bekend. Het bedrijf is de facto kwetsbaar.

De verzekeringsdekking was de meest uitgebreide dekking die kon worden verkregen. Ook onvoorziene omstandigheden vallen eronder.

De uitsluiting van de aansprakelijkheid in de AV van het bedrijf is te verregaand.

Standpunt van het bedrijf

Het standpunt van het bedrijf luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 12 juni 2015 werden er door de aannemer van het bedrijf werkzaamheden uitgevoerd aan een aantal drinkwaterhoofdleidingen nabij het NS Station te [plaatsnaam]. De aansluitingen die enige tijd zonder water kwamen te zitten zijn op 5 juni 2015 daarover bericht.

De drinkwatertoevoer in de straat waarin de verbruiker/aangeslotene is gevestigd, is niet onderbroken geweest. Echter, door het afsluiten van de naastgelegen [straatnaam] is de stroomrichting in de straat van de verbruiker/aangeslotene omgekeerd, waardoor sediment onderin de hoofdleiding is gaan op wervelen hetgeen heeft geleid tot een bruinwaterklacht van de verbruiker/aangeslotene. De werkzaamheden zijn zorgvuldig uitgevoerd, maar als gevolg van het spuien na afloop daarvan is er enige werveling geweest in de hoofdleiding.

Of zich bruinwaterklachten zullen voordoen is vooraf niet in te schatten.

Het bedrijf beroept zich op haar algemene voorwaarden, zie met name artikel 19.2, 19.3 en 19.4.

Het bedrijf is niet aansprakelijk voor een gebrekkige levering die haar niet kan worden toegerekend. Schade aan zaken die bedrijfsmatig worden gebruikt, schade door het niet kunnen uitoefenen van de verbruiker/aangeslotene en winstderving zijn uitgesloten en de vergoeding voor zaakschade is beperkt tot een bedrag van € 3.500,--.

Kortom, het bedrijf is niet aansprakelijk.

Ter zitting heeft het bedrijf  verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het bedrijf is gehouden al haar afnemers op gelijke wijze te behandelen.

Bruinwater kan zich voordoen, alleen de mate waarin is niet voorzienbaar. Het is het bedrijf niet bekend van welke bedrijfsvoering bij de verbruiker/aangeslotene sprake is. Het zou ook louter om opslag kunnen gaan. De verbruiker/aangeslotene heeft zich niet aangemeld als kwetsbare afnemer. Anders was er gewaarschuwd. Die mogelijkheid staat op de website van het bedrijf vermeld.

Het bedrijf doet er alles aan om bruinwater te voorkomen. De verbruiker/aangeslotene had dit ook kunnen doen door twee parallelle tanks te plaatsen.

Het is het bedrijf niet bekend waardoor de stroomrichting is gedraaid.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De verbruiker/aangeslotene heeft het bedrijf aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade als gevolg van bruinwater in de waterleiding, waardoor haar productieproces is verstoord en halffabricaten en eindproducten moesten worden vernietigd en kosten moesten worden gemaakt om het productieproces te kunnen hervatten.

De verbruiker/aangeslotene stelt daardoor schade te hebben geleden tot een bedrag van € 9.000,-- en heeft de onderneming daarvoor aansprakelijk gesteld.

De commissie volgt in deze het standpunt van het bedrijf dat er geen verplichting tot schadevergoeding voor haar bestaat.

Naar het oordeel van de commissie is weliswaar geen sprake van overmacht zoals door het bedrijf wordt gesteld, maar staan de artikelen 19.3 en 19.4 aan de vergoeding van de schade van het bedrijf in de weg.

Uit de stukken en uit het verhandelde ter zitting is de commissie gebleken dat het ontstaan van bruinwater tot een gebruikelijk en voorzienbaar risico behoort bij werkzaamheden als de onderhavige. Daarbij komt dat het bedrijf niet heeft kunnen aangeven waardoor het bruinwater is ontstaan c.q. waardoor de stroomrichting is gedraaid, zodat het water in het circuit van de verbruiker/aangeslotene terechtkwam.

Nu vaststaat dat de verbruiker/aangeslotene niet op de hoogte was van de uit te voeren werkzaamheden en daarvoor ook niet is gewaarschuwd is sprake van een vanuit het gezichtspunt van de verbruiker/aangeslotene onvoorziene schadegebeurtenis.

Mede gelet op de inhoud van de haar bekende algemene voorwaarden, die schade als gevolg van stagnatie en aan zaken die beroepsmatig worden gebruikt uitsluiten, had het op de weg van de verbruiker/aangeslotene gelegen een adequate voorziening te treffen ter voorkoming van dergelijke schade dan wel ter dekking van de financiële gevolgen van dergelijke schade.

De verbruiker/aangeslotene heeft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden waarop het bedrijf zich beroept niet betwist, en ten aanzien van de inhoud daarvan niet zodanige argumenten naar voren gebracht, die in redelijkheid aan een beroep door het bedrijf op de inhoud van die voorwaarden, in de weg zouden staan.

Kortom, in beginsel is wel sprake van een aan het bedrijf toerekenbare tekortkoming, maar die enkele vaststelling heeft nog niet tot gevolg dat het bedrijf de schade deels of geheel dient te worden vergoed.

Wel ziet de commissie hierin een grond het bedrijf te veroordelen tot vergoeding van het door de verbruiker/aangeslotene betaalde klachtengeld.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt

Beslissing

De commissie verklaart voor recht dat het bedrijf toerekenbaar is tekortgeschoten jegens de verbruiker/aangeslotene.

De commissie wijst af de door de verbruiker/aangeslotene verlangde schadevergoeding.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Water voor de zakelijke markt op 6 juli 2016.

Commissie: Water Zakelijk

Referentienummer: 103016

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven