Geen offerte aan consument gezonden; aannemelijk dat overeenkomst tot stand is gekomen op basis van door consument beschreven prijsindicatie

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 januari 2010 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het opslaan van een inboedel inclusief in- en uitslag en additioneel transport naar de nieuwe woning.

Het opslaan van de goederen vond plaats vanaf 8 februari tot 17 maart 2010.

De consument heeft een bedrag van € 262,34 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 25 maart 2010 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De verhuizing van [het oude adres] naar [het nieuwe adres] kwam voor rekening van [mijn werkgever]. Ik heb besloten om de inboedel gedurende een maand op te slaan en de huur van [mijn oude woning] op te zeggen. Ik ben afgegaan op de door de ondernemer aan mij in mijn oude woning op 22 januari 2010 gegeven prijsindicatie. Die hield in dat in- en uitslag van de goederen en het additionele transport enkele uren werk zou betekenen met twee man en een vrachtauto. Uiteindelijk (na aftrek van twee credit-nota’s) is mij een bedrag van € 812,34 in rekening gebracht op basis van volume van de inboedel en niet op basis van het aantal gewerkte uren. Dat laatste betekent naar mijn berekening een bedrag van € 550,--. Dat bedrag is door mij betaald.

De consument verlangt dat geoordeeld wordt dat met zijn betaling van € 550,-- de afgenomen diensten zijn betaald en hij niet verplicht is het door de ondernemer nog verlangde bedrag ad € 262,34 te betalen.

Standpunt van de ondernemer

Ter zitting heeft de ondernemer als haar standpunt het volgende aangevoerd.

Er bestaat een regeling tussen ons en [de werkgever van de consument]. Wij passen deze regeling ook toe op additionele diensten, die door de betreffende werknemers worden afgenomen. Een mondelinge prijsindicatie op basis van te werken uren is niet gegeven aan de consument.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Van het bestaan van een regeling tussen de ondernemer en [de werkgever van de consument], inhoudende dat werknemers van laatstgenoemde gebonden zijn aan prijsafspraken tussen de ondernemer en de werkgever betreffende additionele kosten, is niet gebleken. De brief van 12 januari 2010 van de ondernemer aan de consument, waarin wordt gesteld dat de taxateur van de ondernemer de werknemer over extra werkzaamheden kan inlichten, wijst daar ook niet op. Van de kant van de ondernemer is geen offerte aan de consument gezonden. Nu de ondernemer het tegendeel niet aantoont, acht de commissie het dan ook aannemelijk dat de overeenkomst der partijen is tot stand gekomen op basis van de door de consument beschreven prijsindicatie.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond, zodat de consument niets meer aan de ondernemer verschuldigd

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het bedrag ad € 262,34 wordt aan de consument overgemaakt.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 200,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen op 7 oktober 2011

Commissie: Verhuizen

Referentienummer: 48735

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven