Commissie kan taxatie slechts marginaal toetsen

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de tussen partijen tot stand gekomen Opdracht tot waardebepaling betreffende de woning van de consument d.d. 15 december 2009. De ondernemer heeft aan de consument een factuur gezonden voor een bedrag van € 617,61, inclusief BTW. De taxatieverklaring dateert van 23 december 2009 voor een bedrag van € 520.000,--.

De consument heeft een bedrag van € 617,61 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 22 januari 2010 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De waardebepaling is onvolledig en niet conform de Opdracht uitgevoerd. De getaxeerde waarde staat niet in verhouding tot de werkelijke waarde. Twee onafhankelijke taxateurs hebben het object op de helft meer getaxeerd.

De consument verlangt creditering van de nota van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer betwist gemotiveerd dat er sprake is van een foute taxatie. Hij wijst er op dat de woning geruime tijd te koop staat voor een veel hoger bedrag dan hij heeft getaxeerd en nog altijd niet is verkocht. De ondernemer verwijst naar een andere taxatie ten behoeve van financiering die door de consument is aangevraagd. Deze moet zijn uitgekomen op een veel lager bedrag dat dus in de buurt komt van het door de ondernemer getaxeerde bedrag.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Vooropgesteld wordt dat een taxateur naar de regelen van de kunst een taxatierapport dient op te stellen. Dit betreft een vakmatige waardebepaling van een onroerende zaak, waarbij de taxateur onder andere uit gaat van zijn kennis van de lokale markt, zijn ervaring maar waarbij ook een zeker subjectief oordeel een rol speelt. De commissie kan een dergelijke taxatie niet anders dan marginaal toetsen, tenzij er flagrante fouten zijn gemaakt waarvan in deze zaak niet is gebleken. De commissie beschikt immers niet over de kennis en ervaring van de taxateur ten aanzien van de onderhavige onroerende zaak.

Een dergelijke marginale toetsing impliceert dat van de consument kan worden gevergd dat hij overtuigende stukken aandraagt waaruit blijkt dat de ondernemer niet volgens de regelen der kunst de taxatiewaarde heeft vastgesteld. Daarvan is echter geen sprake. De consument heeft ter zitting medegedeeld dat op verzoek van de bank de waarde voor verbouwing door een andere taxateur is vastgesteld op € 255.000,-- en na verbouwing op € 520.000,--. Dat is dus dezelfde waardebepaling. Het feit dat twee andere taxateurs het object op een hogere waarde hebben vastgesteld alsmede de hogere WOZ-waarde is voor de commissie, bezien in het licht van de taxatie door een andere taxateur, onvoldoende overtuigend waarbij komt dat de woning geruime tijd te koop staat en de verkopende makelaar aanraadt de vraagprijs te verlagen.

Dit betekent dat als volgt wordt beslist.

Beslissing

De klacht is ongegrond.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 617,61 als volgt verrekend.

Het bedrag dient aan de ondernemer te worden betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij op 6 april 2011.

Commissie: Makelaardij

Referentienummer: 49748

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven