Het totaalbeeld is relevant voor de beoordeling of (voldoende) wild verband is toegepast bij het leggen van tegels.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 november 2008 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot herinrichting van de achtertuin (waaronder voor zover hier relevant: het doen van de daarbij horende bestratingswerkzaamheden) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 4.220,47 (te weten het totaal van de bedragen € 2.032,50 en € 2.187,97.

De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 30 november 2008.

De consument heeft op 25 augustus 2010 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Inmiddels is gebleken dat er sprake is van niet goed door de ondernemer gelegde tegels. Ook breken er op de randen stukjes steen af. De tegels zijn niet goed in wild verband gelegd, er zijn te veel rechte lijnen en zijn teveel tegels van hetzelfde formaat naast elkaar gelegd. Ook zijn een aantal tegels niet gladgelegd. Daarvan was al snel sprake.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Het klopt dat de ondernemer bij wijze van herstel later moeite heeft gedaan om de tegels meer en beter in wildverband te leggen. Mijn klacht hierover is echter wel blijven bestaan. De ondernemer toont van diens aanpassingswerk ter zitting enige foto’s waaruit blijkt dat een aantal tegels later opnieuw/anders zijn gelegd. Mijn klacht dat in het tegelwerk te veel rechte lijnen zijn te zien, is echter gebleven. Verder ben ik bang dat de tegels op de hoeken verder beschadigen. Ik zie een tegenstrijdigheid in wat de leverancier van de tegels heeft verklaard over het risico op beschadiging en wat de deskundige van de commissie daarover heeft verklaard. Het oneffen liggen van enkele tegels is weer wat zichtbaar, maar is thans wel minimaal.

De consument verlangt dat de bestrating op een juiste manier wordt gelegd, zodat de tegels niet nog meer kapot gaan en deze beter in het goede wildverband worden gelegd.

Standpunt van de ondernemer

Ter zitting heeft de ondernemer – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik kan mij vinden in het rapport van de deskundige. De ondernemer heeft moeite gedaan om de tegels nog beter in wild verband te leggen. Daartoe zijn tegels deels opnieuw gelegd. Op de door mij meegenomen foto’s is dat hier ter zitting te zien. De resterende rechte lijnen zijn onontkoombaar. Dat is een gevolg van de maatvoering van deze tegels. Een voeg van 3 mm of meer is niet toepasbaar omdat dan de tegels niet meer in wild verband passend kunnen worden gelegd. Overigens is die eis voor tegels als deze nieuw voor mij. Deze tegels hebben juist een schuine randafwerking om breuk op de hoeken te voorkomen. Overigens was met zeer veel moeite tijdens het bezoek van de deskundige te zien dat er enige kleine beschadigingen waren op twee tegels. De consument heeft daar helemaal geen last van en bovendien valt niet te vrezen voor de levensduur van de tegels. De klachten van de consument zijn dan ook niet terecht opgevoerd.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Partijen waren aanwezig bij mijn onderzoek ter plaatse op 28 november 2011.

Mijn bevindingen op basis van deze klachten zijn de volgende.

De tegels zijn goed gelegd. Er is een zandpakket onder de tegels aanwezig van minimaal 20 cm. Bij twee tegels is een zeer kleine beschadiging aanwezig. De tegels zijn conform de prijsaanbieding in wildverband gelegd (geen terugkerend patroon). Er zijn enkele lange voegen zichtbaar. Over de omvang van de geconstateerde gebreken kan ik zeggen: onopvallend, immers bijna niet te zien.

Vereist herstel is dan ook niet aan de orde. Gelet op de minimale beschadiging aan de twee stenen is het vervangen hiervan overbodig. De enkele lange voegen verstoren niet het beeld van stenen in wild verband gelegd.

Bij wijze van nadere toelichting nog het volgende.

De ondernemer heeft op verzoek van de consument het wildverband in het eerste jaar na aanleg aangepast. De slappe bodem, die in [de woonplaats] aanwezig is, veroorzaakt in de loop van enkele jaren verzakkingen.

Ter info, bij het straatwerk aan de voorzijde van het woonhuis en op de aangelegde trottoirs zijn deze verzakkingen duidelijk zichtbaar. Bij het aangelegde terras zijn deze verzakkingen van de bodem, de oorzaak van de nu aanwezige lichte oneffenheden in het terras.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Door partijen is overeengekomen dat deze tegels (40x60, 40x40 en 40x20) in wildverband worden gelegd. Nader is afgesproken dat een zandbed van omstreeks 20 cm wordt aangebracht, alvorens daarop de tegels worden gelegd.

De bevindingen en conclusies van de deskundige worden door de commissie onderschreven en zij maakt die tot de hare. Mede op basis daarvan moet als volgt worden beslist.

Thans – na herstel/aanpassing door de ondernemer reeds voordat door de consument is geklaagd bij de commissie – moet de conclusie zijn dat voor wat betreft deze tegels met de daarbij behorende wisselende maatvoering, in voldoende mate wordt voldaan aan de eis dat die tegels in wild verband moeten zijn gelegd. Enkele lange voeglijnen zijn niet te vermijden geweest. Daarbij komt dat ook het totaalbeeld relevant is voor de beoordeling of (voldoende) wild verband is toegepast, gelijk ook door de deskundige is gesteld. Dit deel van de klacht is dan ook niet gegrond.

Het standpunt van de (vertegenwoordiger van de) leverancier van de betontegels inhoudende dat een voegbreedte van minimaal 3 mm in acht had moeten worden genomen voor tegels als deze, wordt door de commissie niet gedeeld. Dit allereerst omdat tegels als deze wel degelijk “strak tegen elkaar” gelegd kunnen worden zonder dat daarvan ontoelaatbare beschadigingen het gevolg zijn. De tegels zijn immers uitgevoerd met aflopende hoeken aan de bovenzijde zodat het gevaar van beschadiging als gering moet worden ingeschat. Dit ook nu een voldoende en adequaat zandbed daaronder is aangebracht zodat verdichtings-/verzakkingrisico’s beperkt zijn. Overigens zou een voegbreedte van 3 mm of meer tot gevolg hebben gehad dat het wild leggen van de tegels alleen mogelijk zou zijn geweest bij sterk wisselende voegbreedte. Dit zou zeker ten koste zijn gegaan van het niveau en het aangezicht van het eindresultaat.

Hierbij komt dat de beschadigingen aan twee tegels als zeer gering moeten worden gekenschetst, gelijk ook door de deskundige is bevonden. Het risico dat tegels meer en verdergaand gaan beschadigen moet ook als zeer gering worden ingeschat.

Enkele lichte verzakkingen van de tegels zijn door de ondernemer verholpen. Voor de nu nog zeer beperkt zichtbare verzakkingen geldt dat die voor rekening en risico van de consument moeten blijven, nu deze hun oorzaak vinden in de lokale voor rekening en risico van de consument blijvende grondgesteldheid en niet in onjuist grondwerk en/of tegelzetwerk.

De slotsom luidt dan ook dat de klachten van de consument ongegrond zijn.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Groen op 9 december 2011.

Commissie: Groen

Referentienummer: 60292

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven