Vergoeding kosten voor behandeling geschil en voor vaststelling schade en aansprakelijkheid; art. 22 reglement en 6:96 BW.

Verdere beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft in voormeld tussenadvies een aanvullend deskundigenonderzoek gelast door de [naam deskundige].

Het aanvullend deskundigenonderzoek is uitgevoerd door de [naam deskundige] en de [naam deskundige], die daarvan op 10 april 2013 schriftelijk rapport hebben uitgebracht.

De consument heeft per brief van 7 mei 2013 gereageerd op het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013. De consument heeft hierbij tevens vergoeding verlangd van de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige ten bedrage van € 5.041,50. De gemachtigde van de consument heeft per brieven van 22 januari 2013 en 15 maart 2013 aanvullende stukken toegestuurd aan de commissie.

De ondernemer heeft per brief van 25 januari 2013 aanvullende informatie toegestuurd aan de commissie. De ondernemer heeft niet gereageerd naar aanleiding van het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013.

Indien en voor zover dat voor de motivering van de in deze te nemen beslissing relevant is, zal de commissie hierna inhoudelijk ingaan op hetgeen gesteld wordt in de hiervoor genoemde reacties van de consument en de ondernemer en in het aanvullend deskundigenrapport.

Gelet op hetgeen partijen over en weer zowel voor als na de behandeling ter zitting op 3 december 2012 hebben aangevoerd, alsmede gelet op het deskundigenrapport van 15 november 2011 en het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 is de commissie tot de overtuiging gekomen dat de door de ondernemer aangebrachte technische installatie voorzien is van ontwerp- en uitvoeringsfouten. Er is uitgegaan van een aantal verkeerde aannames en uitgangspunten voor wat betreft het goed en betrouwbare functioneren van de installatie. De benodigde luchthoeveelheden worden niet gehaald en daardoor ook niet het benodigd verwarmingsvermogen. Afmetingen van toevoerluchtkanalen zijn te klein met als gevolg geluidsoverlast. Reductie van de luchthoeveelheid resulteert in reductie van het verwarmingsvermogen. Ook de retourlucht voorzieningen zijn onvoldoende. Ook de correcte werking van de zonnecollector en de geïnstalleerde warmtepomp is niet aangetoond. Ook de beloofde energiebesparing en energie-efficiency zijn niet aangetoond. Fouten in het hydraulisch systeem zijn hier mede de oorzaak van. Ook de regeling van de installatie is gecompliceerd en daardoor niet duidelijk voor de gebruiker. Van de installateur had een meer integrale en deskundige aanpak en oplossing verwacht mogen worden voor het goed laten functioneren van deze installatie.

Deze ontwerp- en uitvoeringsfouten kunnen de ondernemer worden aangerekend. Dit brengt met zich mee dat de ondernemer de gevolgen van deze ontwerp- en uitvoeringsfouten dient te herstellen, dan wel de consument hiervoor financieel dient te compenseren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer zal derhalve het door de consument betaalde klachtengeld dienen te vergoeden.

In het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 zijn de volgens de twee deskundigen noodzakelijke herstelwerkzaamheden omschreven. De hieraan verbonden kosten bedragen volgens de deskundigen € 9.517,-- inclusief BTW. De ondernemer heeft niet gereageerd naar aanleiding van het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 en derhalve ook geen bezwaar gemaakt tegen de door de deskundigen noodzakelijke geachte herstelwerkzaamheden en de begroting van de hieraan verbonden kosten. De gemachtigde van de consument heeft per brief van 22 januari 2013 de door de consument ontvangen offerte van [naam leverancier] van 30 november 2012 overgelegd. De deskundigen hebben in het aanvullend deskundigenrapport gemotiveerd aangegeven waarom zij deze offerte niet realistisch vinden. De consument heeft geen c.q. onvoldoende feiten of omstandigheden naar voren gebracht, die aanleiding geven aan het vaktechnisch oordeel van de deskundigen met betrekking tot de noodzakelijke herstelwerkzaamheden en de hieraan verbonden kosten te twijfelen. Het enkel overleggen van een offerte van een andere leverancier is hiervoor onvoldoende. Bovendien is de commissie van mening dat de opmerkingen van de deskundigen met betrekking tot de offerte van [naam leverancier] hout snijden.

De consument heeft in zijn reactie van 7 mei 2013 op het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 gesteld dat er bij hem geen vertrouwen meer is in de ondernemer en dat door hem de werkzaamheden deugdelijk worden verricht en dat hij om die reden dan ook uitdrukkelijk een beroep doet op vervangende schadevergoeding.

Uitgangspunt is dat de ondernemer in de gelegenheid moet worden gesteld eventuele gebreken te herstellen. Uit de geconstateerde gebreken blijkt dat de kwaliteit van het door de ondernemer geleverde werk ernstig tekortschiet. De impact van deze gebreken op het leefklimaat in de woning van de consument is al geruime periode aanzienlijk. De noodzakelijke herstelwerkzaamheden zijn aanzienlijk. Het onderhavige geschil loopt al geruime tijd zonder dat de ondernemer blijk heeft gegeven in te zien dat hij tekortgeschoten is in de uitvoering van de werkzaamheden. De commissie is op grond van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat in dit geval in redelijkheid niet van de consument kan worden verlangd dat hij er mee instemt dat de ondernemer de geconstateerde gebreken herstelt. De commissie zal derhalve afwijken van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt en de ondernemer verplichten tot het betalen van een vervangende schadevergoeding.

Op grond van hetgeen hiervoor al is overwogen, zoekt de commissie voor wat betreft de hoogte van de door de ondernemer te betalen vervangende schadevergoeding aansluiting bij de door de deskundigen in het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 begrote herstelkosten van in totaal € 9.517,-- inclusief BTW.

In dit bedrag zijn de herstelkosten van € 1.077,-- inclusief BTW met betrekking tot de bevestiging van de airco, de aansluiting van de stoomslang en het monteren van de hygrostaat begrepen.

De consument heeft op de voet van artikel 6:96 BW vergoeding verlangd van een bedrag van € 5.041,50, waarbij niet is aangegeven of dit bedrag inclusief of exclusief BTW is. De consument heeft dit verzoek niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met verwijzing naar door hem ontvangen en betaalde facturen. De commissie heeft in het dossier twee facturen aangetroffen van de adviseur van de consument: de factuur van 11 mei 2012 van € 2.409,75 inclusief BTW en de factuur van 19 januari 2013 van € 2.087,25 inclusief BTW. De factuur van 11 mei 2012 heeft, zo blijkt uit de omschrijving, betrekking op onderzoeksactiviteiten en het voeren van correspondentie. In de factuur van 19 januari 2013 is een bedrag van € 600,-- exclusief BTW begrepen voor het bijwonen van de zitting van de commissie. Deze factuur heeft voor het overige betrekking op onderzoeksactiviteiten en onderbouwing van de gestelde schade.

Behoudens bijzondere omstandigheden, die zijn gesteld noch gebleken, komen de kosten voor het bijwonen van de zitting van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking. Het in de factuur van 19 januari 2013 begrepen bedrag van € 600,-- exclusief BTW komt derhalve niet voor vergoeding in aanmerking.

Uit de door de consument overgelegde facturen blijkt niet zonder meer op welke werkzaamheden de overige in rekening gebrachte kosten nu exact betrekking hebben en of deze kosten nu verband houden met de behandeling van het geschil bij de commissie, dan wel beschouwd moeten worden als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 BW), welke zijn gemaakt voorafgaand aan de behandeling van het geschil door de commissie.

Van belang is dat artikel 22 van het reglement van de commissie bepaalt dat behoudens het bepaalde in artikel 21 van het reglement de door partijen ter zake van de behandeling van het geschil voor hun eigen rekening komen, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. In een zodanig geval komen de kosten in verband met de behandeling van het geschil tot een maximum van vijf maal het door de consument verschuldigde klachtengeld voor vergoeding in aanmerking. In dit geval zou dit neerkomen op een bedrag van € 625,--.

Gelet op de voor de consument betrokken belangen bij de installatie, de complexiteit van de materie en de omvang van de ervaren gebreken acht de commissie het redelijk en gerechtvaardigd dat de consument in dit geval zowel een vergoeding ontvangt voor de kosten die hij heeft moeten maken in verband met de behandeling van het geschil door de commissie als voor de kosten die hij voorafgaand aan het geschil heeft moeten maken ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, welke op grond van het bepaalde in artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen.

Gelet op het bepaalde in artikel 22 van het reglement van de commissie bepaalt de commissie de kosten in verband met de behandeling van het geschil op € 625,--.

De commissie begroot de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid bij gebreke van nadere informatie met betrekking tot de verrichte werkzaamheden op € 1.250,-- inclusief BTW. De commissie acht dit bedrag gelet op de complexiteit van de materie en de ernst van de gebreken en de gevolgen hiervan voor de consument redelijke gerechtvaardigd. De ondernemer dient dit bedrag aan de consument te vergoeden.

In totaal dient de ondernemer derhalve € 1.875,-- aan de consument te vergoeden. Dit bedrag komt neer op ongeveer de helft van het totaalbedrag van de twee door de commissie aangetroffen facturen verminderd met het eerdergenoemde bedrag van € 600,--.

De commissie wijst het meer verlangde af, omdat de consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer kosten dan hiervoor genoemd heeft gemaakt, dan wel deze kosten gelet op het bepaalde in het reglement van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De commissie ziet geen aanleiding een vergoeding toe te kennen voor de moeilijke bereikbaarheid van componenten van de installatie of de te geringe energiebesparing in de afgelopen twee jaar, omdat niet voldoende aannemelijk is geworden dat en tot welk bedrag de consument ter zake deze aspecten werkelijk schade heeft geleden of nog zal lijden.

Op grond van het vorenstaande dient de ondernemer in totaal een vervangende schadevergoeding van € 11.392-- inclusief BTW aan de consument te betalen. Na betaling van dit bedrag en de door de ondernemer te betalen vergoeding voor het door de consument betaalde klachtengeld hebben partijen met betrekking tot de onderhavige opdracht niets meer van elkaar te vorderen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 11.392,-- inclusief BTW. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 160,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Airconditioning, op 17 juli 2013.

Commissie: Airconditioning

Referentienummer: 69209 BA (NA TA)

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven