Ontwerp en uitvoeringsfouten installatie kunnen de ondernemer worden aangerekend; gelet op omstandigheden geen herstel door ondernemer maar vervangende schadevergoeding.

Behandeling van het geschil

De Geschillencommissie Airconditioning (verder te noemen: de commissie) heeft bij tussenadvies

d.d. 3 december 2012 de eindbeslissing aangehouden.

De inhoud van dit tussenadvies is hier ingevoegd.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 12 februari 2010 tussen partijen gesloten overeenkomst, die op 10 maart 2010 schriftelijk door de ondernemer aan de consument is bevestigd. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het vervangen van de gasgestookte luchtverwarmer en gasboiler door een nieuw indirect gestookt systeem voorzien van gescheiden verwarming en koeling van de begane grond en verdieping, een buffervat, cv-ketel en zonnecollectoren tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 30.000,-- inclusief BTW.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode van 31 met 2010 tot en met 15 december 2010.

De klachten zijn ontstaan in december 2010.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument is van mening dat de ondernemer de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd. De consument stelt hiertoe het navolgende, waarbij hij zich mede baseert op het advies van de door hem ingeschakelde adviseur.

Door de wijze waarop de ondernemer de installatie heeft aangelegd zijn structurele klachten ontstaan aan de luchtbehandelingsinstallatie en kan aan de huidige installatie niet veilig en normaal gewerkt worden. De gehele installatie moet opnieuw worden aangelegd.

Bovendien wordt het niet voldoende warm in de woning, omdat de ventilatie-unit geen retourlucht uit de woning kan onttrekken, omdat het retourluchtkanaal is afgesloten. Ook zijn de luchthoeveelheden van de luchtverwarmingsinstallatie te laag. De combinatie van deze beide factoren verklaart de koudeklachten.

De zonnecollectoren leveren geen energie. De airco-unit die aan de gevel hangt, is losgekomen en kan niet worden gebruikt.

De consument heeft per brief met bijlagen van 29 november 2012 gereageerd op het deskundigenrapport en – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Via de BQLS regeling van [merknaam] zijn alle componenten van de installatie met elkaar verbonden. Mijn adviseur heeft onderzocht of deze regeling functioneel kan werken voor deze installatie. Dat is niet het geval. Op pagina 3 van de beschrijving wordt het principeschema weergegeven waarvoor de BQLS regeling geschikt is. De BQLS controleert of de hygiëne boiler (het vat waar ook de zonnepanelen op zijn aangesloten) voldoende warm is (bijvoorbeeld voldoende hoog in temperatuur is om legionella te voorkomen) en zorgt ervoor dat indien nodig de boiler wordt opgewarmd. De BQLS regeling is alleen voor de toepassing zoals in bijgaande omschrijving geschikt en dus niet zoals gemaakt bij de consument. Navraag bij de leverancier van de BQLS regeling bevestigt onze conclusie, aldus de adviseur van de consument.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De gehele woning wordt niet voldoende warm. In de badkamer heb ik een extra elektrische verwarming geplaatst. Het verschil tussen hoe de installatie is gemaakt door de ondernemer en hoe deze gemaakt had moeten worden, blijkt uit de tekeningen die zich bij de stukken bevinden. Er is ook sprake van geluidsoverlast.

De consument verlangt dat de gehele installatie opnieuw aangelegd wordt.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer weerspreekt de klachten van de consument en heeft hiertoe het navolgende aangevoerd. De consument heeft in de week van 4 februari 2012 geklaagd dat de woning niet voldoende warm werd. Getracht is toen de consument telefonisch te helpen. Afgesproken is dat als dat niet tot het juiste resultaat zou leiden, wij bij de consument langs zouden gaan. Vervolgens komt er geen reactie van de consument maar een bezoekverslag van de adviseur van de consument. Met deze wijze van communiceren ben ik klaar. De consument heeft een nog geldend servicecontract afgesloten, waarvan gebruik gemaakt kan worden om storingen te verhelpen. De klant heeft geen schadebedragen genoemd, dus hij heeft geen schade geleden. Er is geleverd wat is overeengekomen. Het geleverde functioneert, althans kan functioneren.

De adviseur van de consument geeft geen blijk van enige nuance en ik twijfel aan zijn deskundigheid.

De ondernemer heeft per brief van 26 november 2012 gereageerd op het deskundigenrapport en – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

In het plafond zijn in 1995 bij de bouw van de woning twee drukvereffeningsroosters aangebracht voor het retour nemen van de lucht van de luchtverwarmer. Deze roosters staan in verbinding met de ruimte achter het knieschot, welke ruimte op zijn beurt in verbinding staat met de TD-ruimte. Een zogenaamde open retour. De luchtverwarmer staat opgesteld op een bouwkundig podium dat dienst doet als aanzuig plenum voor de retourlucht. De luchtverwarmer zelf is aan de linkerzijde voorzien van een aanzuigopening. Op deze aanzuigopening is door ons een retourkanaal aangebracht die in verbinding staat met het bouwkundig podium en voornamelijk dienst doet als geluiddemper. Deze wijze van retour nemen van lucht is zeer praktisch en effectief. Er is op dit punt ook niets wezenlijks veranderd ten opzichte van de oude situatie. Het ‘herstellen’ van de huidige situatie lijkt me dan ook niet aan de orde.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De zonnecollectoren werken inderdaad niet. De klacht met betrekking tot de airco moet ook worden opgelost. Er is sprake van storingen, die vallen onder het onderhoudscontract. Er zitten ook wel fouten in de installatie. De stoomslang aansluiting en de hygrostaat zijn inderdaad niet gemonteerd volgens het montage voorschrift. Dit moet door ons worden hersteld.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

De [merknaam] unit betrekt zijn lucht volledig uit de technische ruimte. De WTW-unit brengt de verse buitenlucht in de TD-ruimte. De gebruikelijke retour lucht uit de woning moet op enigerlei wijze in deze TD-ruimte retour zien te komen, op een zeer omslachtige wijze die mij niet duidelijk is geworden. De TD-ruimte bevindt zich op de zolder verdieping. De TD-ruimte is na oplevering van de installatie door de ondernemer vergroot/verruimt op aanwijzing van de adviseur van de consument. Het bestaande retour box/kanaal op de zolder verdieping is gedeeltelijk open gemaakt, waardoor er een open verbinding is ontstaan met de zolder verdieping achter een schot, daarnaast sluit de unit niet luchtdicht aan op het bestaande retour box/kanaal.

Zonnecollectoren hebben geen druk, circulatiepomp werkt niet. De muursteun waarop de condensingunit is bevestigd d.m.v. schroeven/bouten komt los uit de bouwkundige muur. De stoomslang aansluiting is niet gemonteerd volgens montage voorschrift. De hygrostaat is niet gemonteerd volgens voorschrift.

Technisch herstel is mogelijk. Hiertoe dienen de volgende herstelwerkzaamheden uitgevoerd te worden.

De retour lucht aansluiting in zijn geheel wijzigen, zodat er zekerheid ontstaat dat minimaal 90% van de lucht uit de woning retour komt via het bestaande retour luchtrooster welke zich in het plafond op de verdieping (overloop) bevindt en maximaal 10 % uit de TD-ruimte. Toevoer lucht aansluiting aanpassen zodat er de juiste hoeveelheid gescheiden luchtstromen over de tweezones van de [merknaam] unit verkregen wordt en daarmede ook weer de benodigde daadwerkelijke luchthoeveelheid door de luchtroosters in de ruimtes kunnen gaan binnen stromen. Controleren of ook daadwerkelijk weer die luchthoeveelheid via de roosters binnen stromen zoals dat plaats vond onder de oude situatie. Controleren of de deuren van slaapkamers en fitnessruimte op de overloop aan de onderzijde voldoende vrije ruimte bieden, circa 2 cm, om een goede lucht circulatie te kunnen waarborgen, zo nodig aanpassen.

De zonnecollectoren bij- en/of hervullen met glycol en onderzoeken op mogelijke lekkage en onderzoeken waarom de circulatiepomp niet juist functioneert.

3: Bevestiging schroef/bout muursteun op de juiste verantwoorde wijze opnieuw bevestigen.

4: Stoomslang aansluiten volgens voorschrift fabrikant.

5: Hygrostaat monteren volgens voorschrift.

De aan de herstelwerkzaamheden verbonden kosten inclusief BTW worden als volgt begroot.

1  Aanpassen luchtretour-en toevoerkanaal  € 3.650, =

2  Bij- c.q. hervullen zonnecollectoren met glycol en werking circulatiepomp controleren  € 910, =

3  Herbevestigen muursteun condensingunit   € 363, =

4  Stoomslang aansluiten volgens voorschrift fabrikant, incl. condenswater afvoer  € 472, =

5  Hygrostaat monteren volgens voorschrift  € 242, =

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Zowel de consument als de ondernemer heeft gereageerd op het deskundigenrapport.

De consument heeft in zijn reactie van 29 november 2012 verwezen naar de installatievoorschriften van de BQLS, waaruit volgens de consument blijkt dat de installatie zoals deze door de ondernemer is aangelegd niet naar behoren kan functioneren. Volgens de consument is derhalve sprake van een ontwerpfout. De consument onderschrijft het vaktechnisch oordeel van de deskundige dan ook niet en stelt zich op het standpunt dat niet volstaan kan worden met de door de deskundige geadviseerde herstelwerkzaamheden. De noodzakelijke herstelwerkzaamheden zijn veel omvangrijker en vergen ook bouwkundige aanpassingen. Als gevolg hiervan zullen de herstelkosten ook veel hoger zijn dan door de deskundige begroot, aldus de consument.

De ondernemer heeft in zijn reactie van 26 november 2012 eveneens het vaktechnisch oordeel van de deskundige bestreden en zich op het standpunt gesteld dat het gaat om storingen aan de installatie welke onder het servicecontract van de consument vallen. Er is geen sprake van een ontwerpfout. Er is geen reden voor 'herstel' zoals door de deskundige geadviseerd, aldus de ondernemer.

De reactie van de consument, noch de reactie van de ondernemer geeft naar het voorlopig oordeel van de commissie voldoende aanleiding om te veronderstellen dat het vaktechnisch oordeel van de deskundige niet juist is. Zowel de consument als de ondernemer hebben om verschillende redenen aangegeven zich niet met het deskundigenrapport te kunnen verenigen. De commissie kan de reacties van partijen naar aanleiding van het deskundigenrapport niet zelf beoordelen.

Van belang is verder dat de door de commissie benoemde deskundige geen kennis heeft kunnen nemen van de reacties van de consument en van de ondernemer naar aanleiding van het deskundigenrapport en hier dus ook nog niet op heeft kunnen reageren. De commissie acht het met het oog op een zorgvuldige besluitvorming van belang dat de deskundige hiertoe alsnog in de gelegenheid wordt gesteld.

Tenslotte overweegt de commissie dat de deskundige zelf in zijn deskundigenrapport stelt dat ten aanzien van verschillende punten nader onderzoek nodig is.

Op grond van het vorenstaande zal de commissie een aanvullend deskundigenonderzoek gelasten. De deskundige dient in ieder geval zo concreet mogelijk onderstaande vragen te beantwoorden. De deskundige wordt verzocht in zijn aanvullend deskundigenrapport de uitslag van door hem verrichte metingen van luchthoeveelheden en waargenomen temperaturen te vermelden, alsmede in zijn advies zo veel mogelijk te verwijzen naar de door hem gehanteerde normen.

De deskundige wordt gevraagd zich (nader) uit te laten over de navolgende vraagpunten:

1. Voor beoordeling van de goede werking van de totale installatie dient allereerst te worden beoordeeld of de toegepaste hoofdcomponenten ieder voor zich correct zijn geselecteerd en kunnen functioneren in samenhang met de door de installateur ontworpen installatie. Dit geldt ook voor het toegepaste regelsysteem BQLS van de totale installatie.

Het betreft:

-Luchtverwarmingsinstallatie [merknaam + type]

-Condensingunit + regeling + pomp + [merknaam] platenwarmtewisselaar en  buffervat

-3 X [naam leverancier] 4-Plus zonnecollectoren à 2,3 m2

-[naam leverancier] 4-Hygieneboiler 500 ltr.

-[merknaam] HRE-36/30 CWS CV-installatie

-Stoombevochtiger [merknaam] 04/05

-WTW-installatie [merknaam + type]

-Bijbehorende luchtkanalen, luchtslangen roosters en filters en installatieonderdelen voor zowel het hydraulische systeem als het luchttoe-afvoer en luchtverdeelsysteem.

-Regelinstallatie BQLS

Zijn deze componenten ieder voor zich correct geselecteerd en kunnen deze functioneren in samenhang met de door de installateur ontworpen installatie? Dit geldt ook voor het toegepaste regelsysteem BQLS van de totale installatie.

Voor de beoordeling door de deskundige dienen er (revisie)tekeningen/schema’s van het totale hydraulische systeem beschikbaar te zijn met daarin opgenomen alle tot de installatiebehorende componenten.

Ook voor het luchttechnische deel van de installatie dienen voor beoordeling door de deskundige  duidelijke tekeningen beschikbaar te zijn met daarin aangegeven de luchttoevoerkanalen naar de zones 1 en 2 en de retourluchtkanalen en/of getroffen voorzieningen voor het aanzuigen van retourlucht. Dit is van belang om het correct functioneren van de luchtverwarmingsunit en de WTW-unit te bepalen. 

Is het juist dat, zoals de consument stelt, dat aan en met de huidige installatie niet veilig en normaal kan worden gewerkt? Aan welke eisen wordt concreet niet voldaan? Is het juist dat, zoals de consument stelt, de installatie opnieuw moet worden aangelegd?

2. Is het juist dat de woning niet voldoende warm wordt? Welke temperaturen worden – bij benadering – maximaal gerealiseerd? Op welke temperaturen mocht de consument, gelet op de door hem met de ondernemer gemaakte afspraken, rekenen? Door welke factoren worden de eventueel te lage temperaturen veroorzaakt en zijn deze oorzaken de ondernemer aan te rekenen?

3. Wat zijn de luchttoevoerhoeveelheden en luchttemperaturen van de luchtverwarmingsunit naar de zones 1 en 2? Wat is de hiertoe behorende verdeling naar de diverse ruimten?. Voldoet de luchthoeveelheid aan de opgegeven specificaties van de fabrikant? Om dit te realiseren dienen luchtsnelheden en kanaaldoorsneden te worden gemeten en vastgesteld. Tevens dient de retourlucht hoeveelheid en temperatuur vanuit de geconditioneerde ruimte naar de luchtverwarmingsunit te worden gemeten.

4. Welke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd teneinde de consument datgene te geven waar hij op basis van de door hem met de ondernemer gesloten overeenkomst mocht rekenen?

5. Wat zijn de te verwachten kosten van deze herstelwerkzaamheden?

De deskundige wordt bij de beantwoording van deze vragen verzocht ook in te gaan op hetgeen de consument en ondernemer hebben aangevoerd ten aanzien van het eerste deskundigenrapport.

De ondernemer heeft de klachten en de noodzakelijke herstelkosten met betrekking tot de bevestiging van de airco, de aansluiting van de stoomslang en het monteren van de hygrostaat erkend. De commissie houdt de beslissing of de ondernemer alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld deze herstelwerkzaamheden zelf uit te voeren, dan wel dit in redelijkheid niet van de consument kan worden gevergd, in welk geval de ondernemer een vervangende schadevergoeding aan de consument zal moeten betalen, aan tot het eindadvies.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door [naam van de deskundige], waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Airconditioning op 3 december 2012.

De commissie heeft kennis genomen van de nadien overgelegde stukken.

Verdere beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft in voormeld tussenadvies een aanvullend deskundigenonderzoek gelast door [naam van de deskundige].

Het aanvullend deskundigenonderzoek is uitgevoerd door [namen van de deskundigen] die daarvan op 10 april 2013 schriftelijk rapport hebben uitgebracht.

De consument heeft per brief van 7 mei 2013 gereageerd op het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013. De consument heeft hierbij tevens vergoeding verlangd van de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige ten bedrage van € 5.041,50. De gemachtigde van de consument heeft per brieven van 22 januari 2013 en 15 maart 2013 aanvullende stukken toegestuurd aan de commissie.

De ondernemer heeft per brief van 25 januari 2013 aanvullende informatie toegestuurd aan de commissie. De ondernemer heeft niet gereageerd naar aanleiding van het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013.

Indien en voor zover dat voor de motivering van de in deze te nemen beslissing relevant is, zal de commissie hierna inhoudelijk ingaan op hetgeen gesteld wordt in de hiervoor genoemde reacties van de consument en de ondernemer en in het aanvullend deskundigenrapport.

Gelet op hetgeen partijen over en weer zowel voor als na de behandeling ter zitting op 3 december 2012 hebben aangevoerd, alsmede gelet op het deskundigenrapport van 15 november 2011 en het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 is de commissie tot de overtuiging gekomen dat de door de ondernemer aangebrachte technische installatie voorzien is van ontwerp- en uitvoeringsfouten. Er is uitgegaan van een aantal verkeerde aannames en uitgangspunten voor wat betreft het goed en betrouwbare functioneren van de installatie. De benodigde luchthoeveelheden worden niet gehaald en daardoor ook niet het benodigd verwarmingsvermogen. Afmetingen van toevoerluchtkanalen zijn te klein met als gevolg geluidsoverlast. Reductie van de luchthoeveelheid resulteert in reductie van het verwarmingsvermogen. Ook de retourlucht voorzieningen zijn onvoldoende. Ook de correcte werking van de zonnecollector en de geïnstalleerde warmtepomp is niet aangetoond. Ook de beloofde energiebesparing en energie-efficiency zijn niet aangetoond. Fouten in het hydraulisch systeem zijn hier mede de oorzaak van. Ook de regeling van de installatie is gecompliceerd en daardoor niet duidelijk voor de gebruiker. Van de installateur had een meer integrale en deskundige aanpak en oplossing verwacht mogen worden voor het goed laten functioneren van deze installatie.

Deze ontwerp- en uitvoeringsfouten kunnen de ondernemer worden aangerekend. Dit brengt met zich mee dat de ondernemer de gevolgen van deze ontwerp- en uitvoeringsfouten dient te herstellen, dan wel de consument hiervoor financieel dient te compenseren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer zal derhalve het door de consument betaalde klachtengeld dienen te vergoeden.

In het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 zijn de volgens de twee deskundigen noodzakelijke herstelwerkzaamheden omschreven. De hieraan verbonden kosten bedragen volgens de deskundigen € 9.517,-- inclusief BTW. De ondernemer heeft niet gereageerd naar aanleiding van het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 en derhalve ook geen bezwaar gemaakt tegen de door de deskundigen noodzakelijke geachte herstelwerkzaamheden en de begroting van de hieraan verbonden kosten. De gemachtigde van de consument heeft per brief van 22 januari 2013 de door de consument ontvangen offerte van Van der Putten van 30 november 2012 overgelegd. De deskundigen hebben in het aanvullend deskundigenrapport gemotiveerd aangegeven waarom zij deze offerte niet realistisch vinden. De consument heeft geen c.q. onvoldoende feiten of omstandigheden naar voren gebracht, die aanleiding geven aan het vaktechnisch oordeel van de deskundigen met betrekking tot de noodzakelijke herstelwerkzaamheden en de hieraan verbonden kosten te twijfelen. Het enkel overleggen van een offerte van een andere leverancier is hiervoor onvoldoende. Bovendien is de commissie van mening dat de opmerkingen van de deskundigen met betrekking tot de offerte van Van der Putten hout snijden.

De consument heeft in zijn reactie van 7 mei 2013 op het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 gesteld dat er bij hem geen vertrouwen meer is in de ondernemer en dat door hem de werkzaamheden deugdelijk worden verricht en dat hij om die reden dan ook uitdrukkelijk een beroep doet op vervangende schadevergoeding.

Uitgangspunt is dat de ondernemer in de gelegenheid moet worden gesteld eventuele gebreken te herstellen. Uit de geconstateerde gebreken blijkt dat de kwaliteit van het door de ondernemer geleverde werk ernstig tekortschiet. De impact van deze gebreken op het leefklimaat in de woning van de consument is al geruime periode aanzienlijk. De noodzakelijke herstelwerkzaamheden zijn aanzienlijk. Het onderhavige geschil loopt al geruime tijd zonder dat de ondernemer blijk heeft gegeven in te zien dat hij tekortgeschoten is in de uitvoering van de werkzaamheden. De commissie is op grond van deze feiten en omstandigheden van oordeel dat in dit geval in redelijkheid niet van de consument kan worden verlangd dat hij er mee instemt dat de ondernemer de geconstateerde gebreken herstelt. De commissie zal derhalve afwijken van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt en de ondernemer verplichten tot het betalen van een vervangende schadevergoeding.

Op grond van hetgeen hiervoor al is overwogen, zoekt de commissie voor wat betreft de hoogte van de door de ondernemer te betalen vervangende schadevergoeding aansluiting bij de door de deskundigen in het aanvullend deskundigenrapport van 10 april 2013 begrote herstelkosten van in totaal € 9.517,-- inclusief BTW.

In dit bedrag zijn de herstelkosten van € 1.077,-- inclusief BTW met betrekking tot de bevestiging van de airco, de aansluiting van de stoomslang en het monteren van de hygrostaat begrepen.

De consument heeft op de voet van artikel 6:96 BW vergoeding verlangd van een bedrag van € 5.041,50, waarbij niet is aangegeven of dit bedrag inclusief of exclusief BTW is. De consument heeft dit verzoek niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met verwijzing naar door hem ontvangen en betaalde facturen. De commissie heeft in het dossier twee facturen aangetroffen van de adviseur van de consument: de factuur van 11 mei 2012 van € 2.409,75 inclusief BTW en de factuur van 19 januari 2013 van € 2.087,25 inclusief BTW. De factuur van 11 mei 2012 heeft, zo blijkt uit de omschrijving, betrekking op onderzoeksactiviteiten en het voeren van correspondentie. In de factuur van 19 januari 2013 is een bedrag van € 600,-- exclusief BTW begrepen voor het bijwonen van de zitting van de commissie. Deze factuur heeft voor het overige betrekking op onderzoeksactiviteiten en onderbouwing van de gestelde schade.

Behoudens bijzondere omstandigheden, die zijn gesteld noch gebleken, komen de kosten voor het bijwonen van de zitting van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking. Het in de factuur van 19 januari 2013 begrepen bedrag van € 600,-- exclusief BTW komt derhalve niet voor vergoeding in aanmerking.

Uit de door de consument overgelegde facturen blijkt niet zonder meer op welke werkzaamheden de overige in rekening gebrachte kosten nu exact betrekking hebben en of deze kosten nu verband houden met de behandeling van het geschil bij de commissie, dan wel beschouwd moeten worden als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 BW), welke zijn gemaakt voorafgaand aan de behandeling van het geschil door de commissie.

Van belang is dat artikel 22 van het reglement van de commissie bepaalt dat behoudens het bepaalde in artikel 21 van het reglement de door partijen ter zake van de behandeling van het geschil voor hun eigen rekening komen, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. In een zodanig geval komen de kosten in verband met de behandeling van het geschil tot een maximum van vijf maal het door de consument verschuldigde klachtengeld voor vergoeding in aanmerking. In dit geval zou dit neerkomen op een bedrag van € 625,--.

Gelet op de voor de consument betrokken belangen bij de installatie, de complexiteit van de materie en de omvang van de ervaren gebreken acht de commissie het redelijk en gerechtvaardigd dat de consument in dit geval zowel een vergoeding ontvangt voor de kosten die hij heeft moeten maken in verband met de behandeling van het geschil door de commissie als voor de kosten die hij voorafgaand aan het geschil heeft moeten maken ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, welke op grond van het bepaalde in artikel 6:96 BW voor vergoeding in aanmerking komen.

Gelet op het bepaalde in artikel 22 van het reglement van de commissie bepaalt de commissie de kosten in verband met de behandeling van het geschil op € 625,--

De commissie begroot de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid bij gebreke van nadere informatie met betrekking tot de verrichte werkzaamheden op € 1.250,-- inclusief BTW. De commissie acht dit bedrag gelet op de complexiteit van de materie en de ernst van de gebreken en de gevolgen hiervan voor de consument redelijke gerechtvaardigd. De ondernemer dient dit bedrag aan de consument te vergoeden.

In totaal dient de ondernemer derhalve € 1.875,-- aan de consument te vergoeden. Dit bedrag komt neer op ongeveer de helft van het totaalbedrag van de twee door de commissie aangetroffen facturen verminderd met het eerdergenoemde bedrag van € 600,--.

De commissie wijst het meer verlangde af, omdat de consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer kosten dan hiervoor genoemd heeft gemaakt, dan wel deze kosten gelet op het bepaalde in het reglement van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De commissie ziet geen aanleiding een vergoeding toe te kennen voor de moeilijke bereikbaarheid van componenten van de installatie of de te geringe energiebesparing in de afgelopen twee jaar, omdat niet voldoende aannemelijk is geworden dat en tot welk bedrag de consument ter zake deze aspecten werkelijk schade heeft geleden of nog zal lijden.

Op grond van het vorenstaande dient de ondernemer in totaal een vervangende schadevergoeding van € 11.392-- inclusief BTW aan de consument te betalen. Na betaling van dit bedrag en de door de ondernemer te betalen vergoeding voor het door de consument betaalde klachtengeld hebben partijen met betrekking tot de onderhavige opdracht niets meer van elkaar te vorderen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 11.392,-- inclusief BTW. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 160,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Airconditioning op 17 juli 2013.

Commissie: Airconditioning

Referentienummer: 69209

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven