Verkeerde maatvoering trouwringen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juni 2011 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het vervaardigen en leveren van twee trouwringen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 805,40.

De levering vond plaats op of omstreeks 2 september 2011.

De consument heeft bij brief d.d. 6 september 2011 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De trouwringen waren aanvankelijk gereed op 16 augustus 2011. Wij hebben de ringen op 20 augustus 2011 bekeken. Het bleek dat de maten verwisseld waren. De damesring had 16,5 mm moeten zijn en de herenring 17,5 mm. Het was precies andersom. Het maatverschil is van belang omdat de damesring een briljant bevat en de herenring niet. Wij vonden dat een enorme blunder, die een vakbekwaam edelsmid niet zou mogen overkomen. Bovendien waren op de herenring met het blote oog een aantal oneffenheden te zien, die er niet op zouden mogen voorkomen. De ondernemer heeft de herenring vergroot en de damesring verkleind. Het resultaat hebben wij op 2, respectievelijk 3 sept 2011 bekeken. De maatvoering was nu juist, maar er waren veel oneffenheden en andere onvolkomenheden te zien, alsmede een ongelijke breedte in een van de twee geelgouden buitenringen. De geelgouden buitenringen zijn vast gesoldeerd aan een witgouden binnenring en zijn afkomstig van de trouwring van mijn schoonvader. Mijn vrouw en ik zijn los van elkaar tot de conclusie gekomen dat de kwaliteit van de ringen door het herstel van de maatvoering verder achteruit is gegaan. Wij hebben eerst een klacht ingediend bij de Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche waarbij de ondernemer is aangesloten. Dit heeft niet tot oplossing van de klacht geleid. Vervolgens hebben wij de commissie ingeschakeld. De enige oplossing van het geschil is naar onze mening dat de ringen worden hersteld. Wij hebben hiervoor een offerte laten maken door een andere edelsmid, welke op € 600,-- uitkomt. Wij hebben geen vertrouwen meer in de ondernemer, die overigens heeft laten blijken herstel niet mogelijk of wenselijk te vinden. De ondernemer heeft aangeboden de ringen te demonteren, het witgouden gedeelte met de briljant op een daarvan terug te nemen en de geelgouden ringonderdelen terug te geven tegen terugbetaling van € 805,40. Dat vinden wij geen goede oplossing omdat wij dan de ring van mijn schoonvader gesplitst in vier delen en bovendien beschadigd terugkrijgen.

De consument verlangt een vergoeding van € 600,--.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De fout met de maatvoering erkennen en betreuren wij. Wij hebben de ringen echter goed hersteld. Aangezien het handwerk is, blijft er altijd wel een minuscule oneffenheid waar te nemen. Dit is van tevoren ook besproken. Het proefmodel dat wij hebben vervaardigd en dat door de consument en zijn echtgenote is goedgekeurd, bevatte dergelijke oneffenheden ook. Er is dus geen sprake van dat wij ons werk niet met het vereiste vakmanschap hebben uitgevoerd. Niettemin hebben wij toegezegd alles te willen terugdraaien. Dat betekent dus dat de vier geelgouden ringen worden gedemonteerd en aan de consument worden teruggegeven met het door de consument betaalde bedrag van € 805,40 en dat wij de witgouden delen met de briljant behouden. De consument wil echter de ringen in hun geheel behouden en daarnaast een vergoeding van € 600,--. Onze service gaat heel ver, maar er zijn grenzen. De wens van de consument gaat ons te ver. Wij laten het nu aan de commissie over om te beoordelen of de ringen inderdaad slecht zijn gemaakt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft de ringen tijdens de mondelinge behandeling van het geschil goed bekeken en geconstateerd dat deze te veel oneffenheden bevatten en dat de breedte in de geelgouden delen te veel varieert. Dat betekent dat de ringen niet beantwoorden aan hetgeen de consument op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst mocht verwachten. Naar het oordeel van de commissie zijn aan het demonteren van de ringen, zoals voorgesteld door de ondernemer, te veel risico’s van onherstelbare schade verbonden doordat de herenring al extra soldeernaden bevat als gevolg van het feit dat de maat moest worden veranderd. Het is dan ook naar het oordeel van de commissie aan te bevelen om het voorstel van de consument te volgen, te meer daar niet is gebleken dat dit voorstel in financieel opzicht voor de ondernemer uiteindelijk nadeliger is dan de oplossing die de ondernemer heeft voorgesteld.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 600,--. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 75,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sieraden en Uurwerken, op 8 november 2012.

Commissie: Sieraden en Uurwerken

Referentienummer: 70361

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven