Ondernemer ten tijde van sluiten overeenkomst aangesloten bij brancheorganisatie. Algemene Voorwaarden van betreffende brancheorganisatie op overeenkomst van toepassing.

Inleiding

Dossiernummer : 71281

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de door de consument bij de ondernemer geplaatste bestelling op 26 september 2012, gecombineerd met een door de consument af te sluiten abonnement bij een telefoonprovider voor 24 maanden, waarbij de consument een telefoontoestel zou verkrijgen voor een prijs van € 166,95. De levering heeft niet plaatsgevonden.

De consument heeft de klacht op 27 september 2012 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De door de ondernemer op internet aangeboden telefoon voor een prijs van € 166,95, gecombineerd met een af te sluiten abonnement bij een telefoonprovider, heb ik op 26 september 2012 besteld en betaald. Nadat ik alle benodigde documenten in orde had gemaakt en na verschillende malen contact via mail en telefoon met de ondernemer te hebben gehad, kreeg ik een mail van de ondernemer met daarin de mededeling dat de telefoon voor een verkeerde prijs was aangeboden. Er werd mij verteld dat ik ofwel € 120,-- moest bijbetalen ofwel de bestelling kon annuleren. Ik ben het daar niet mee eens omdat volgens mij sprake is van een gesloten koopovereenkomst door het aanbod van de ondernemer en mijn aanvaarding daarvan. Ik heb er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat sprake was van een perfecte overeenkomst. De totale kosten van de telefoon en het abonnement zouden voor een periode van twee jaar in totaal € 931,-- bedragen en volgens de adviesprijs van de telefoonprovider zou dat € 1.054,-- zijn. Het verschil tussen de prijs van de ondernemer en de adviesprijs van de telefoonprovider is dermate klein dat ik er vanuit kon gaan dat het geen fout was, maar een aanbieding van een webshop waarbij het goedkoper werd aangeboden dan door de telefoonprovider zelf. Overigens zijn er ook andere webshopaanbieders die hetzelfde toestel en het abonnement voor nog minder geld aanbieden. Helaas was ik te laat om daarop te kunnen reageren.

De consument verlangt dat de ondernemer hem het telefoontoestel met abonnement alsnog zal leveren voor de prijs waarvoor die aanvankelijk door de ondernemer is aangeboden. Daarnaast wenst de consument een (schade)vergoeding van de maandelijkse abonnementskosten van € 42,50 vanaf het moment van zijn bestelling op 26 september 2012 tot het moment dat hij de telefoon geleverd krijgt omdat hij met die vergoeding naderhand het abonnement van twee jaar bij de telefoonprovider kan afkopen en alsdan in staat zal zijn om zoals hij wenst het in de toekomst nieuwste model telefoontoestel te kunnen aanschaffen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De klacht van de consument moet niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de ondernemer zich nooit heeft aangesloten bij de geschillencommissie of een branchevereniging, de ondernemer zich nooit op enigerlei wijze heeft verbonden aan de voorwaarden van de geschillencommissie, de ondernemer niet in zijn algemene voorwaarden of de koopovereenkomst heeft opgenomen dat de geschillencommissie bevoegd is zodat de geschillencommissie niet bevoegd is om een uitspraak te doen in dit geschil en de ondernemer ook niet gebonden is aan een eventuele uitspraak van de commissie. Onverplicht stelt de ondernemer zich op het standpunt dat de consument bewust een onjuiste klacht heeft ingediend. Zo is de ondernemer slechts een agent en heeft de consument geen overeenkomst gesloten totdat de consument geaccepteerd is door de principaal, te weten de telefoonprovider. Dat is zeer gebruikelijk voor de telecombranche. Verder heeft de consument bewust een foute prijs opgenomen. De ondernemer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de consument geen serieuze koper is, maar enkel uit is op een schadevergoeding. Samenvattend verzoekt de ondernemer de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de klacht af te wijzen.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

De commissie heeft het volgende overwogen.

Anders dan de ondernemer stelt is hij wel degelijk lid (geweest) van de brancheorganisatie de Stichting Webshop Keurmerk en wel in de periode 31 december 2008 tot en met 15 januari 2013, hetgeen blijkt uit de door de commissie van de brancheorganisatie ontvangen informatie. Derhalve was de ondernemer lid van deze brancheorganisatie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in deze zaak op 26 september 2012. Daarmee is de commissie bevoegd om dit geschil te behandelen. De algemene voorwaarden Stichting Webshop Keurmerk zijn per 1 juli 2012 in werking getreden en zullen – zoals vermeld in de preambule van die algemene voorwaarden – worden gebruikt door alle leden van de Stichting Webshop Keurmerk. Die algemene voorwaarden zijn overigens ook tot stand gekomen in overleg met de Consumentenbond en NTO in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg (CZ) van de Sociaal Economische Raad. Als ondernemer wordt gekwalificeerd een natuurlijke of rechtspersoon die lid is van de Stichting Webshop Keurmerk en producten en/of diensten op afstand aan consumenten aanbiedt, zoals de ondernemer ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst in deze zaak op 26 september 2012. Die algemene voorwaarden zijn derhalve van toepassing op elk aanbod van de ondernemer en op elke tot stand gekomen overeenkomst op afstand tussen ondernemer en consument (zoals is bepaald in artikel 3 lid 1 van de algemene voorwaarden). In artikel 15 lid 2 van die algemene voorwaarden is verder bepaald dat geschillen tussen de consument en de ondernemer zowel door de consument als de ondernemer kunnen worden voorgelegd aan de commissie. In het reglement van de commissie, dat overigens ook per 1 juli 2012 in werking is getreden, is bepaald dat onder een ondernemer is te verstaan een deelnemer van de Stichting Webshop Keurmerk (zoals de ondernemer) zodat de commissie derhalve bevoegd is een geschil te behandelen indien en voor zover partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen. De consument heeft dat gedaan door het geschil bij de commissie aanhangig te maken en de ondernemer is daartoe gehouden omdat hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 26 september 2012 lid was van de brancheorganisatie Stichting Webshop Keurmerk en zich daarmee ook verbonden heeft aan de door de brancheorganisatie aan haar leden (waaronder de ondernemer) voorgeschreven algemene voorwaarden. Daarbij komt nog dat de ondernemer tot voor kort op zijn website prominent het logo van de brancheorganisatie Stichting Webshop Keurmerk geplaatst had. De commissie zal de zaak dan ook inhoudelijk beoordelen.

Beoordeling van het geschil

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (ex artikel 6:217 BW). Het aanbod (en overigens ook de aanvaarding) is een rechtshandeling waarbij een op rechtsgevolg gerichte wil zich door een verklaring moet hebben geopenbaard, dat wil zeggen er moet sprake zijn van een wilsuiting die in een daarmee overeenstemmende verklaring is neergelegd. Duidelijk is dat daarvan geen sprake is geweest bij het door de ondernemer gedane aanbod. Zijn verklaring (het aanbieden van de telefoon voor een bedrag van € 166,95) berustte niet op een dienovereenkomstige wil (de ondernemer wenste de telefoon niet voor die prijs aan te bieden, maar voor een bedrag van

€ 289,--, inclusief het door de consument gekozen abonnement) zodat aldus geen rechtshandeling (aanbod) en derhalve ook in principe geen overeenkomst tussen partijen tot stand zou zijn gekomen. Dat lijdt uitzondering in het geval dat de consument er in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat tussen partijen desalniettemin een perfecte overeenkomst tot stand was gekomen (zodat de ondernemer geen beroep toekomst op het ontbreken van wilsovereenstemming). De commissie is van oordeel dat de consument wel degelijk een beroep op dat gerechtvaardigd vertrouwen kon en mocht doen. Van belang daarbij is dat de ondernemer zijn bedrijf maakt van onder meer het doen van aanbiedingen zoals ook is vermeld op zijn website en dat meer in het bijzonder de aangeboden prijs niet zo uitzonderlijk laag was dat die als volstrekt irreëel moest worden beschouwd. Zoals de consument onweersproken heeft gesteld, zijn er zelfs andere aanbieders die nog onder de aanvankelijk door de ondernemer aangeboden prijs het toestel (met abonnement) hebben aangeboden. Ook volgens de vaste maatstaf van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument had niet duidelijk kunnen en moeten zijn dat het aanbod een vergissing/fout inhield, temeer omdat het juist op de website van de ondernemer veelal gaat om allerlei lucratieve aanbiedingen. Onder de gegeven omstandigheden is de commissie dan ook van oordeel dat de consument er redelijkerwijs gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat tussen partijen een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen en dat de ondernemer derhalve gehouden is om het eerder gedane aanbod gestand te doen. De omstandigheid dat de telefoonprovider volgens de ondernemer er problemen mee heeft dat de ondernemer het toestel voor de door de ondernemer aangeboden prijs wilde verkopen komt voor rekening en risico van de ondernemer en regardeert de consument niet. Nu de commissie zal oordelen dat de klacht van de consument gegrond is, dient de ondernemer tevens het door de consument betaalde klachtengeld te vergoeden.

De door de consument gevorderde vergoeding van maandelijkse abonnementskosten zal de commissie afwijzen, nu de consument dat abonnement tot op heden helemaal nog niet heeft verkregen en derhalve die kosten ook niet heeft gemaakt, terwijl tevens in het kader van de op de consument rustende schadebeperkingspicht aan zo’n vergoeding niet wordt toegekomen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient alsnog binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies de desbetreffende telefoon (en het daarbij behorende abonnement) aan de consument te leveren voor het bedrag van € 166,95.

Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer tevens een bedrag van

€ 25,42 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 200,--.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Webshop, op 4 februari 2013.

Commissie: Webshop

Referentienummer: 71281

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven