Niet gebleken is dat de arts een onjuiste diagnose heeft gesteld waardoor de consument onnodig lang pijn heeft geleden

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een gemiste diagnose, de bespreking van die diagnose met de consument en het naar aanleiding van die diagnose aan de consument gegeven behandelingsadvies De diagnose was spierpijn, maar bleek hernia te zijn.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie in de eerste plaats naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt van de consument op het volgende neer.

Eind 2012 heeft de consument een ernstige pijn in haar onderrug dan wel heup gekregen. Na een moeizame tijd is de consument door de huisarts in april 2013 doorverwezen naar de zelfstandige kliniek voor het laten maken van een MRI scan. Op 29 april 2013 is de MRI scan gemaakt en op 2 mei 2013 is de uitslag van de scan met de consument besproken. Aan haar werd door de betreffende arts meegedeeld dat er niets ernstigs aan de hand was. Het zou om spierpijn of spierkramp gaan en ondanks de kleine uitstulping bij een van de wervelschijven, zou deze niet op de zenuw drukken.

De arts heeft de consument geadviseerd om naar een fysiotherapeut te gaan.

De consument heeft een aantal behandelingen bij een fysiotherapeut ondergaan maar de pijn bleef ondragelijk. Op aanraden van een vriendin heeft de consument zich vervolgens gewend tot een neuroloog. Deze constateerde op basis van de MRI scan dat er wel degelijk sprake was van een hernia en heeft de consument aangeraden om een operatie te ondergaan en haar doorverwezen naar een neurochirurg. De consument durfde gezien haar fysieke en geestelijke toestand deze operatie op dat moment niet aan. De pijn is uiteindelijk, wellicht ook mede vanwege het feit dat haar medische klacht onderkend en eindelijk serieus genomen werd, vanzelf overgegaan. Ook een tweede MRI scan, gemaakt op 26 augustus 2013, liet zien dat de consument op dat moment in een pijnvrije fase was. Daarop is besloten met de operatie te wachten.

De consument neemt het de zelfstandige kliniek kwalijk dat niet is geconstateerd dat een hernia de ondragelijke pijn veroorzaakte, waardoor de consument drie maanden langer dan nodig was heeft moeten leven met ondragelijke pijnen waardoor haar leven op alle fronten stil heeft gelegen. Zij is in die periode niet in staat geweest om te solliciteren en zij heeft onnodige medische kosten moeten maken. Zij acht de zelfstandige kliniek verantwoordelijk voor het toebrengen van niet alleen fysieke- en financiële schade maar tevens van emotionele schade, die zij begroot op:

- Kosten medicijnen en fysiotherapie:  € 1.739,56;

- Inkomensschade: € 5.262,-- (zes maanden salaris);

- Immateriële schade: € 3.000,--.

Haar voornaamste reden om de klacht in te dienen is echter te bewerkstellingen dat in de toekomst door de zorgverleners meer naar de patiënt wordt geluisterd.

Ter zitting heeft de consument in hoofdzaak nog het volgende toegevoegd.

Op 24 december 2012 is de pijn begonnen. De consument heeft zich toen gewend tot de dienstdoende huisarts. Deze heeft pijnstillers voorgeschreven. De consument is vervolgens naar een manueel therapeut gegaan. Omdat de pijn bleef aanhouden is zij toen via het V.U. ziekenhuis en de huisarts bij de zelfstandige kliniek terecht gekomen. Op 2 mei 2013 heeft zij een gesprek gehad met de behandelend arts van de zelfstandige kliniek, die haar meedeelde dat er niets aan de hand was. Het zou om spierpijn/kramp gaan en ondanks dat er een klein beetje uitpuiling was bij een van de schijven drukte deze niet op een zenuw. Aan de consument werd fysiotherapie voorgesteld. Omdat de pijnklachten in alle hevigheid bleven aanhouden heeft haar huisarts haar naar een andere kliniek verwezen. Daar werd een hernia vastgesteld. Toen is pas serieus naar haar pijnklachten gekeken en is een gerichte behandeling ingezet. De consument is doorverwezen naar een neuroloog die haar andere pijnmedicatie heeft voorgeschreven.

De consument verwijt de zelfstandige kliniek in de eerste plaats dat de behandelend arts een verkeerde diagnose heeft gesteld. Tevens verwijt zij de arts van de zelfstandige kliniek dat zij haar zonder enige pijnmedicatie naar huis heeft gestuurd.

Standpunt van de zelfstandige kliniek

Voor het standpunt van de zelfstandige kliniek verwijst de commissie in de eerste plaats naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt van de zelfstandige kliniek op het volgende neer.

Ontvankelijkheid.

Primair is de zelfstandige kliniek van oordeel dat de consument niet in haar klacht kan worden ontvangen. Een voorwaarde voor het in behandeling nemen van een klacht is dat de klager de klacht al eerder schriftelijk bij de zelfstandige kliniek heeft ingediend en de instelling drie maanden de tijd heeft gegeven om te reageren.

De consument heeft haar klacht op geen enkele wijze aan de zelfstandige kliniek kenbaar gemaakt.

Zij heeft de klacht pas nadat zij haar klacht bij het Medisch Tuchtcollege en bij de commissie heeft ingediend aan de zelfstandige kliniek voorgelegd. Hierdoor heeft de zelfstandige kliniek niet de kans gekregen om een reactie te geven, de eigen klachtenprocedure in gang te zetten en een mogelijke oplossing te bieden.

Inhoudelijk verweer.

Na het doorlezen van het dossier en het bekijken van de MRI heeft de behandelend arts van de zelfstandige kliniek de consument de diagnose medegedeeld. Er was op meerdere niveaus sprake van een bulging disc en facetarthrosis. Er was geen duidelijke wortelcompressie zichtbaar en dit verklaarde ook waarom de laseque negatief was en de reflexen goed waren. Tevens was er een duidelijke atrofie van de M. Multifidus wat de rugklachten laag lumbaal kon verklaren. De arts heeft de consument uitleg gegeven dat met behulp van Core stability training deze rugspieren kunnen versterken en dat de pijn kan afnemen. Tevens is uitgelegd dat er niet veel verschil in de eerste behandeling is, zou er toch sprake zijn van een hernia, omdat dan ook aanvankelijk wordt gestart met spierkrachttraining. Wanneer de beenpijn dan gaat overheersen (wat hier niet het geval was destijds), dan kan de huisarts de patiënte naar een neuroloog verwijzen.

De zelfstandige kliniek erkent geen aansprakelijkheid maar heeft wel begrip voor de zorg die de consument heeft gehad over haar herstel en de ergernissen die daarbij zijn ontstaan. Uit coulance is de zelfstandige kliniek bereid om de kosten die voortvloeiden uit de behandeling bij de zelfstandige kliniek te vergoeden, een bedrag van € 430,88 in totaal.

Ter zitting heeft de zelfstandige kliniek in hoofdzaak nog het volgende toegevoegd.

De behandelend arts heeft nimmer het woord spierpijn of kramp gebruikt.  De MRI scan is uitgebreid met de consument besproken en de consument is - mede ook doordat zij in de anamnese aangaf dat zij periodes pijnvrij is geweest en het lichamelijk onderzoek a specifieke klachten uitwees die niet passen bij een hernia – naar de fysiotherapeut werkzaam binnen de zelfstandige kliniek doorverwezen. De consument heeft twee behandelingen bij de fysiotherapeute gehad en heeft daarna niets meer van zich laten horen. Gebruikelijk is dat indien na een aantal behandelingen de pijn niet overgaat de fysiotherapeute hier melding van maakt en de patiënt vervolgens door de arts wordt doorverwezen via de huisarts naar een neuroloog.

De zelfstandige kliniek verstrekt geen pijnmedicatie omdat zij geen overzicht heeft van alle medicijnen die een patiënt gebruikt. Hiervoor moet een consument zich wenden tot de huisarts. Overigens leek de consument tijdens het gesprek redelijk pijnvrij en heeft zij ook niet om medicatie verzocht.

Beoordeling van het geschil

De commissie stelt vast dat ondanks het beroep op niet-ontvankelijkheid in het verweerschrift van de zelfstandige kliniek, de zelfstandige kliniek alsnog heeft getracht het geschil op te lossen en de commissie heeft verzocht om de behandeling van het geschil aan te houden. Nu ook ter zitting dit onderdeel van het verweer niet meer aan de orde is gesteld, gaat de commissie ervan uit dat de zelfstandige kliniek dit onderdeel van verweer niet handhaaft en dat de consument in haar klacht kan worden ontvangen.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zelfstandige kliniek vereist is dat voldoende aannemelijk is dat de zelfstandige kliniek tekort is geschoten in de nakoming dan wel de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zelfstandige kliniek. De tekortkoming moet aan de zelfstandige kliniek kunnen worden verweten en de consument moet door deze tekortkoming schade zijn toegebracht.

De commissie overweegt daaromtrent het volgende.

De consument verwijt de zelfstandige kliniek dat zij een onjuiste diagnose naar aanleiding van een MRI-scan en haar een verkeerd advies heeft gegeven. Voorts verwijt zij de zelfstandige kliniek dat deze niets heeft gedaan om de pijn tegen te gaan. De consument eist een financiële vergoeding van de zelfstandige kliniek.

De commissie wijst in de eerste plaats de door de consument gevorderde schadevergoeding af wegens onvoldoende motivering en onvoldoende onderbouwing van de kosten.

De commissie stelt in de tweede plaats vast dat er - in tegenstelling tot het verleden - grote terughoudendheid wordt betracht ten aanzien van het operatief ingrijpen bij hernia’s omdat uit onderzoek is komen vast te staan dat de meeste hernia’s vanzelf genezen.

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde is de commissie van oordeel dat niet is gebleken dat de MRI-scan door de behandelend arts onvoldoende zorgvuldig is bestudeerd en de uitslag daarvan – bulging disc zonder wortelcompressie – niet zorgvuldig en onvoldoende uitgebreid met de consument is besproken. Voorts is aan de consument terecht het advies gegeven om onder leiding van een fysiotherapeut spierversterkende oefeningen te doen. Gelet op de afwezigheid van wortelprikkelingsverschijnselen was in deze een conservatieve behandeling het meest aangewezen.  Daarbij overweegt de commissie dat, zou er toch sprake zou zijn geweest van een hernia, er niet veel verschil in de aanvankelijke behandeling zou zijn geweest omdat ook dan aanvankelijk zou zijn gestart met een spierversterkende training.

Het handelen van de behandelend arts was derhalve adequaat, zeker nu bij het voorstellen van een behandeling de arts kennelijk mede heeft betrokken het feit dat zo er toch sprake zou zijn van een hernia het advies niet anders zou zijn geweest. Dat haar advies juist is geweest blijkt overigens wel uit het feit dat de pijn uiteindelijk zonder operatief ingrijpen is overgegaan.

Ten aanzien van het verwijt van de consument dat zij van de zelfstandige kliniek niet de juiste pijnmedicatie heeft ontvangen oordeelt de commissie dat ook dit onderdeel van de klacht niet gegrond is. De consument heeft ter zitting desgevraagd meegedeeld dat haar huisarts de pijnbestrijdende medicatie heeft voorgeschreven. De consument kwam bij de orthopedisch chirurg voor een uitslag van de MRI scan. Voor een extra pijnmedicatie had zij zich tot de huisarts moeten wenden, temeer daar de orthopedisch chirurg geen inzage had in haar medicijnengebruik.

Nu niet is gebleken dat de orthopedisch chirurg bij het bestuderen van de MRI-scan, het bespreken van de uitslag van de MRI-scan en vervolgens met haar behandelingsadvies niet zou hebben gehandeld zoals een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts betaamt, kan niet worden gesteld dat de zelfstandige kliniek tekort is geschoten in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. Derhalve dient de klacht van de consument als ongegrond te worden aangemerkt.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken op 20 oktober 2014.

Commissie: Zelfstandige Klinieken

Referentienummer: 79933

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven