Schade aan diverse apparaten wegens een stroomuitval. Niet gebleken van een aan de ondernemer toerekenbare tekortkoming.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een vordering van de consument op de ondernemer ad € 93,-- ter zake van de door de consument gestelde schade aan diverse apparaten wegens een stroomuitval.

De consument stelt dat de klacht op 22 oktober 2013 is ontstaan en dat hij zijn klacht op

24 oktober 2013 schriftelijk aan de ondernemer heeft voorgelegd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 23 september 2013 en op 22 oktober 2013 werden in opdracht van de ondernemer werkzaamheden aan de elektriciteitsaansluiting met betrekking tot de woning van de consument verricht.

Op eerstgenoemde dag is de telefooncentrale van de consument en op de als tweede genoemde dag een netwerkswitch defect geraakt. De schade aan de telefooncentrale werd uit coulance deels door de ondernemer vergoed. De ondernemer betaalde een bedrag ad € 35,-- aan de consument.

De ondernemer weigert echter aansprakelijkheid te aanvaarden voor de defecte netwerkswitch ter waarde van € 93,--.

De consument is het hiermee niet eens. De beide apparaten zijn tijdens hun levensduur tientallen malen spanningsloos gemaakt zonder nadelige consequenties, zodat er zich volgens de consument iets bijzonders moet hebben voorgedaan.  

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De schade aan de telefooncentrale is uit coulance door de ondernemer aan de consument vergoed.

Naar aanleiding van de schade aan de netwerkswitch heeft de ondernemer onderzoek laten doen. Zowel bij het inschakelen als bij het uitschakelen van de netwerkspanning hebben zich geen bijzonderheden, zoals een piekspanning of iets dergelijks, voorgedaan. 

Elk apparaat dient bestand te zijn tegen een onderbreking van elektrische energie, immers is het effect van een transportonderbreking geen andere dan die van het in- en uitschakelen van een elektrisch apparaat. 

De ondernemer is van mening dat de schade die zich op 22 oktober 2013 heeft voorgedaan te wijten is aan de apparatuur. Dit blijkt ook uit het feit dat in het huishouden van de consument zich geen verdere schade heeft voorgedaan. Ook zijn er uit de omgeving van de woning van de consument rond genoemde datum geen schademeldingen bij de ondernemer binnen gekomen.

Ter zitting is namens de ondernemer – in hoofdzaak – het navolgende aangevoerd.

De ondernemer heeft op verzoek van de commissie ter completering van het dossier ter zitting een kopie overgelegd van de brief d.d. 6 januari 2014 van de ondernemer aan de consument. Die brief zou als bijlage bij het verweerschrift zijn gevoegd, maar de commissie beschikte niet over die brief. 

De ondernemer heeft onderzoek laten doen naar de stroomonderbreking op 22 oktober 2013. Er zijn geen bijzonderheden over een plaatsgevonden hebbende piekbelasting of iets dergelijks  geconstateerd. Ook is er geen sprake geweest van klachten van anderen dan de consument.

Het enige apparaat dat kennelijk defect is geraakt, is de netwerkswitch. Bij een onverwachte piekbelasting is het niet voorstelbaar dat slechts een enkel apparaat kapot gaat en niet ook andere apparaten. 

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

Op de rechtsverhouding tussen partijen zijn van toepassing de “Algemene Voorwaarden Aansluiting en Transport Stedin Elektriciteit 2008, voor kleinverbruikers”, hierna te noemen: de AV.

In artikel 17 lid 1a van de AV is bepaald - voor zover hier van belang - dat de ondernemer jegens de consument aansprakelijk is voor schade als gevolg van onderbreking van het transport van elektrische energie, echter uitsluitend indien en voor zover de onderbreking het gevolg is van een aan de ondernemer toerekenbare tekortkoming en het zaakschade betreft bestaande uit vernietiging, beschadiging of verlies.

Naar het oordeel van de commissie is in de onderhavige zaak niet gebleken dat sprake is geweest van een aan de ondernemer toerekenbare tekortkoming. De ondernemer heeft onderzoek laten doen en gemotiveerd naar voren gebracht dat zich tijdens de werkzaamheden op 22 oktober 2013 geen piekbelasting of iets dergelijks heeft voorgedaan. Bovendien heeft de ondernemer aangevoerd dat de klacht van de consument de enige klacht of claim is geweest die verband hield met de stroomonderbreking op 22 oktober 2013. Indien er sprake geweest zou zijn van een piekbelasting is niet goed voorstelbaar dat niet meer ingeschakelde apparatuur bij de consument thuis kapot is gegaan en er ook niet meer klachten of claims door andere bewoners woonachtig in de nabije omgeving van de woning van de consument bij de ondernemer werden kenbaar gemaakt of ingediend.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, op 17 april 2014.

Commissie: Energie

Referentienummer: 83905

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven