Notaris had op vragen die bij cliënte zijn gerezen doeltreffender kunnen reageren. Anderzijds gaf cliënte in vroegtijdig stadium te kennen vragen voor te leggen aan eigen adviseurs. Klacht ongegrond.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening.

De cliënte heeft op 4 januari 2014 de klacht voorgelegd aan de notaris. 

Standpunt van de cliënte

Het standpunt van de cliënte luidt in hoofdzaak als volgt.

1. Onzorgvuldigheid bij het opstellen van de aktes door de notaris.

2. Onzorgvuldigheid bij het opnemen van een specifieke bepaling en evidente partijdigheid.

3. Te lange doorlooptijd en materiële schade.

4. Het achterhouden van informatie en het onbeantwoord laten van vragen.

5. De klachtafwikkeling door de notaris.

De cliënte verlangt een uitspraak over het functioneren van de notaris en een schadevergoeding van € 3.500,--.

Standpunt van de notaris

De notaris heeft haar standpunt neergelegd in een brief van 6 juni 2014. Deze brief kan als volgt worden samengevat.

Er is inderdaad sprake van een aantal concepten welke van elkaar verschillen maar niet op onderdelen welke de cliënte in een nadelige c.q. onjuiste positie brengen; meer gaat het om omissies. Het tweede concept veroorzaakte verwarring bij de cliënte omdat – nu de man niet in staat bleek het ontslag uit hoofdelijkheid tijdig althans voor het tekenen van de akte van verdeling te regelen – de passage over ontslag uit de hoofdelijkheid uit het concept werd verwijderd. Aangezien medewerking van de man om de vrouw uit de hoofdelijkheid te doen ontslaan onderdeel uitmaakt van het vonnis is het schrappen van bedoelde passage uit het concept niet onzorgvuldig en bovendien i.c. de enige juiste juridische route. Het vonnis betreft overigens een blinde scheiding, dat wil zeggen dat er geen bedragen in worden genoemd en dat leidt ertoe dat de redactie van de akte meer tijd neemt dan in het geval van een cijfermatig gedocumenteerd vonnis; overigens heeft de notaris waar mogelijk voortvarend gehandeld en zeker zorgvuldig. De verhouding tussen partijen was verstoord hetgeen de notaris aanleiding gaf zeer voorzichtig te zijn met het over en weer doorspelen van informatie. De notaris is zeer zeker niet partijdig geweest. De hoogte van de door de cliënte geclaimde schade is op geen enkele wijze onderbouwd en overigens is het de eigen keuze van de cliënte geweest om al vrij snel een adviseur in te schakelen.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De cliënte beroept zich er allereerst op dat het verweer van de notaris te laat is ingediend. De commissie staat echter toe dat tot uiterlijk zeven dagen voor de zitting stukken kunnen worden toegevoegd en aan die termijn heeft de notaris zich gehouden. De cliënte heeft hierop kunnen reageren, in ieder geval op de zitting en de commissie stelt vast dat het beginsel van hoor- en wederhoor niet is geschonden. Dit beroep van de cliënte zal derhalve worden afgewezen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Uit hetgeen partijen in deze over en weer hebben gesteld en hebben ingebracht en als onvoldoende weersproken hebben gesteld, concludeert de commissie het volgende. De klacht dat de uitvoering van de opdracht door de notaris langer heeft geduurd dan de cliënte voor ogen had en de klacht dat er fouten zijn gemaakt door de notaris bij het opstellen van de aktes, moet de commissie afwijzen omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Geen van partijen heeft de betreffende aktes in het geding gebracht. De commissie kan niet vaststellen welke (vermeende) fouten er in de aktes staan. Ook de gestelde partijdigheid van de notaris is de commissie niet gebleken.

Wel doemt uit de presentatie van het geschil door partijen het beeld op dat partijen niet hebben uitgeblonken in heldere communicatie, ook van de zijde van de notaris liet deze te wensen over.

De commissie merkt op dat inzake klacht 2 het juridisch juist is dat, zoals de notaris blijkens verklaringen van partijen kennelijk in een concept van de akte heeft opgenomen, de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld jegens de bank bij beide partijen blijft, althans zolang de bank de cliënte niet uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid ontslaat. Dit is door de cliënte ook als zodanig erkend als juist.  Echter op de vragen die bij de cliënte in dit verband zijn gerezen had de notaris doeltreffender kunnen reageren. Ook had de notaris eventueel een verwijzing kunnen opnemen naar het vonnis van de rechtbank of in de desbetreffende bepaling in de akte een zin over de onderlinge draagplicht kunnen opnemen. Anderzijds overweegt de commissie dat de cliënte in een vroegtijdig stadium te kennen heeft gegeven de vragen voor te leggen aan haar eigen adviseurs.

De commissie is uit de stukken gebleken dat de notaris tijdig heeft gereageerd op de klachten richting de cliënte, maar de antwoorden van de notaris bleken voor de cliënte onvoldoende te zijn. Naar het oordeel van de commissie kan niet gezegd worden dat de notaris inzake de klachtafwikkeling onjuist of onvolledig heeft gehandeld.

De commissie is – gelet op het bovenstaande - niet van oordeel dat de notaris in deze niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen. Van schade door toedoen of nalaten van de notaris is niet gebleken, voorts is de door cliënte gestelde en weersproken schade onvoldoende onderbouwd.

Nu de klacht van de cliënte ongegrond wordt verklaard is het naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigd dat het klachtengeld voor rekening van de cliënte komt. De cliënte heeft het klachtengeld reeds voldaan, zodat de commissie daarover niet meer hoeft te beslissen.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie wijst de klachten af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat op 18 juni 2014.

Commissie: Notariaat

Referentienummer: 84724

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven