Ook bij dieren geldt het bewijsvermoeden van de consumentenkoop. Oorzaak gebrek kan niet worden vastgesteld, zodat beide partijen een deel van de schade dragen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 1 juni 2014 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.

De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een tweetal pijlgifkikkers, tegen een daarvoor door de consument betaalde prijs van € 370,--. De levering vond plaats op 1 juni 2014.

De consument heeft op 24 juni 2014 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 1 juni 2014 kocht ik op de terrariumbeurs in Houten twee volwassen import pijlgifkikkers van de ondernemer. Ik heb de dieren volgens alle bekende hobbynormen geïsoleerd getransporteerd en in quarantaine onder juiste omstandigheden gehuisvest. Vanaf de eerste dag waren de dieren ongewoon schuw en aten slecht, het mannetje heeft ook nooit geluiden geproduceerd, iets wat zij normaliter wel doen. Het mannetje liet zich als eerste niet meer zien en horen. Op 24 juni 2014 heb ik de ondernemer per e-mail op de hoogte gebracht en ben vervolgens het mannetje gaan zoeken en heb die dood in het terrarium aangetroffen. Vervolgens heb ik daarna de andere kikker (een vrouwtje) ook niet meer gezien, die ben ik toen ook gaan zoeken en die heb ik ook dood aangetroffen. Een door mij geconsulteerde deskundige gaf aan dat er erg veel slijm op de huid zat en dat de man een trauma aan de rechterachterpoot zou kunnen hebben gehad. Alle andere en eerder door mij aangeschafte kikkers verkeren vanaf de dag van aankoop tot en met heden in uitstekende staat. De kikkers zitten allemaal in dezelfde ruimte en krijgen hetzelfde voedsel en sproeiwater. Deze aangekochte kikkers heb ik op dezelfde zorgvuldige wijze verzorgd. Op zaterdag 12 juli 2014 ben ik met twee getuigen naar de winkel van de ondernemer in [plaatsnaam] afgereisd en heb alle foto’s meegenomen van de overleden kikkers. Evenwel hoefde de ondernemer dat allemaal niet meer te zien en korte tijd later stonden wij verbaasd buiten. Ik heb toen nog een e-mail gestuurd aan de ondernemer met de mededeling dat ik erg teleurgesteld was, daarop kreeg ik een reactie van de ondernemer dat ik irritant zou zijn en beter elders dieren kan kopen. De door mij geconsulteerde onafhankelijke juristen hebben aangegeven dat ik overeenkomstig de regels van het Burgerlijk Wetboek recht heb op kosteloze vervanging en als dat niet mogelijk mocht zijn op vergoeding van de gehele koopsom omdat de dieren binnen zes maanden na aankoop zijn overleden en dat in dat kader de bewijslast bij de ondernemer rust. Ik baseer mij in dat verband op artikel 3:2a BW in combinatie met de artikelen 7:6 en 7:18 lid 2 BW. Ik heb recht op vergoeding van de gehele koopsom omdat het gebrek zich binnen zes maanden na aankoop heeft geopenbaard zodat er daarom vanuit mag worden gegaan dat het gebrek reeds ten tijde van de aankoop aanwezig was. 

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Vanaf de dag van aanschaf waren de kikkers erg schuw en zij lieten zich weinig zien. Ik zag ze wel af en toe, bij het eten en sproeien. Bij alle andere kikkers die ik heb was dat niet zo. De mannetjes maken ook geluid, maar dit aangekochte mannetje in het geheel niet. Bij mij is aanvankelijk niet opgekomen dat er iets mis zou kunnen zijn. Ik dacht dat de kikkers nog moesten wennen en had er in dat opzicht alle vertrouwen in. Ik had ook al tien van dit soort kikkers, legaal en met papieren verkregen en die het allemaal goed deden en doen. Ik heb de twee aangekochte kikkers in quarantaine gehouden. Ik had ze speciaal bij de ondernemer aangeschaft omdat ik daar goede ervaringen mee had. Ik heb ooit - en dat is meer dan drie jaar geleden - een enkele kikker verloren, maar toen moest ik nog wennen aan de verzorging van die dieren en bovendien had ik die toen overgenomen van een ander. Ik heb nooit uitval gehad van importkikkers, die zijn doorgaans ook sterker. Op 24 juni 2014 heb ik de ondernemer gemaild met de mededeling dat de kikkers slecht aten, schuw waren en dat het mannetje geen geluid produceerde en dat ik het mannetje ook al vijf dagen niet gezien had. Vervolgens trof ik het mannetje dood aan. Het is correct dat ik in die periode ook jegens de ondernemer heb aangegeven dat het met het vrouwtje goed leek te gaan, hoewel die wel erg schuw was. Ik heb na 24/25 juni 2014 geen reactie meer  gekregen van de ondernemer. Ook heb ik van de ondernemer geen tips dan wel aanwijzingen gekregen hoe ik de kikkers zou moeten verzorgen. Ik ben overigens een ervaren hobbyist en ben van origine ook bioloog.

De consument verlangt dat de ondernemer het door hem betaalde aankoopbedrag van € 370,-- zal terugbetalen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument stelt ten onrechte dat hij zes maanden garantie heeft op de aankoop. Bij artikel 7:18 lid 2 BW gaat het alleen om een bewijsvermoeden, wat door de verkoper weerlegd kan worden. Het betreft geen omkering van de bewijslast. Het risico van het (niet kunnen) bewijzen dat er sprake is van non-conformiteit ligt bij de consument. In de wet (artikel 3:2a BW) is bepaald dat dieren geen zaken zijn. Daarmee is beoogd het breed gedragen maatschappelijk gevoel dat dieren niet (zonder meer) gelijk kunnen worden gesteld met zaken. Dieren zijn levende wezens en hebben een eigen intrinsieke waarde. De wetgever heeft bovendien twee uitzonderingen gemaakt bij het wettelijke vermoeden van non-conformiteit. Allereerst kan de aard van de zaak zich tegen het vermoeden verzetten of de aard van de afwijking kan zich daartegen verzetten. In dit geval is de aard van de zaak zodanig dat een eigenaar weet dat hij een levend wezen koopt. Een ieder weet dat elk levend wezen ook ziek kan worden en dat het risico tot het risico van de eigenaar behoort. Bovendien, als een dier na het moment van de aankoop ziek wordt, is de aard van die afwijking zodanig dat het onredelijk is dit zonder meer tot de verantwoordelijkheid van de verkoper te rekenen. Garantie op gezondheid is eenvoudigweg niet te geven en bij ziekte zal non-conformiteit dan ook niet snel aangenomen mogen worden. Ik stel dan ook dat, nu het om een dier gaat, er specifiek naar de feiten en omstandigheden van dit geval moet worden gekeken en niet zomaar aangenomen mag worden dat als een gebrek zich binnen 6 maanden openbaart dit onder enige vorm van garantie zou moeten vallen. De vermoedelijke doodsoorzaak is niet meer te achterhalen en dat komt omdat de dieren al te  lang dood waren. Voor mij staat vast dat de verkochte dieren bij mij gezond de deur zijn uitgegaan.

Ik heb ook geen enkel dier gehad dat overleden is. De consument stelt dat hij kennis van zaken heeft. Hij schrijft ook dat hij heeft aangenomen dat de dieren rust nodig hadden en dat hij ze ook rust heeft  gegeven. Dat betekent dat hij niet kritisch naar de dieren heeft gekeken of het eigenlijk wel goed met ze ging of dat er iets anders aan de hand zou kunnen zijn. Hij heeft pas op 24 juni 2014 aan de bel getrokken. Als hij beter had gekeken en scherp had opgelet dan had hij al weken eerder de symptomen kunnen ontdekken op grond waarvan actie had moeten worden ondernomen. Dat heeft de consument niet gedaan c.q. nagelaten en daarmee is hij in mijn optiek zelf verantwoordelijk voor de dood van de diertjes. De verdikte poot van het mannetje was volgens mij op het moment van verkoop niet aanwezig. Ik heb de consument diverse keren uitgelegd hoe het werkt en hij wil zich daar kennelijk niet bij neerleggen. Vandaar dat ik hem uit een soort onmacht irritant heb genoemd.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – conform een overlegde pleitnota het volgende aangevoerd.

De consument heeft als kundig hobbyist niet geconstateerd dat de dieren mogelijk iets mankeerden. Hij schrijft ook dat hij het mannetje al dagen niet had gezien. Juist in die eerste periode moet erg goed opgelet worden hoe het met een dier gaat. In die periode zijn zij het meest kwetsbaar. Van de aandoeningen die de consument suggereert, is bekend dat die prima te behandelen zijn, zeker als je er vroeg genoeg bij bent. De consument heeft in zijn e-mails aan de ondernemer tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de quarantaine periode. Ook stelt hij de diertjes elke dag te hebben bekeken waarbij hij toch het mannetje 5 dagen niet heeft gezien. Ook gaf hij aan dat het met het vrouwtje perfect ging, terwijl die een week later overleed. Verder heeft te gelden dat van de zending van ongeveer 80 kikkers die de ondernemer heeft verkregen alleen de consument heeft  aangegeven dat een dier is overleden. Andere klachten zijn er ten aanzien van die zending niet  geweest.

De consument heeft ook niet binnen bekwame tijd gereageerd. Gelet op hetgeen hij heeft  gesteld over de dieren had het voor de hand gelegen dat hij eerder met de ondernemer contact had  opgenomen. Het gaat hier om een specifiek dier dat gevoelig is en specifieke verzorging behoeft. De kern blijft dat door het handelen van de consument niet tijdig is gesignaleerd dat de dieren iets mankeerden.

Toen de consument de ondernemer verwittigde was het al te laat. Daarmee wordt gezegd dat de consument mogelijk onbewust zelf een risico heeft genomen en dat de ondernemer daarvoor niet aansprakelijk is. Vanaf dag 1 waren volgens de consument de kikkers niet in orde en hij heeft de ondernemer pas verwittigd toen het mannetje al dood was. Bovendien moeten de kikkers eigenlijk vier weken in een quarantaine bak zitten. Dan kun je ze ook beter in de gaten houden. Het gaat hier om hele kleine gevoelige dieren. Overigens heb ik de consument geen informatie gegeven over de wijze van verzorging van de dieren omdat de consument aangaf een ervaren hobbyist te zijn.

Daarom heb ik daar verder vanaf gezien.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen verschillen van mening over de toepassing van artikel 7:18 lid 2 BW. Dit artikel behelst een bewijsvermoeden bij consumentenkoop (zoals in deze zaak) waarbij wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien de afwijking zich binnen een termijn van 6 maanden na aflevering openbaart en waarbij in dat geval de bewijslast ter zake de conformiteit op de ondernemer rust zodat de ondernemer zou moeten bewijzen dat sprake is van een conform/juist product, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich tegen dat bewijsvermoeden verzet. Hoewel in de wetsgeschiedenis de problematiek van levende dieren is onderkend, heeft dat er niet toe geleid dat ten aanzien van die categorie een uitzondering in het kader van de zogenaamde ‘tenzij clausule’ van artikel 7:18 lid 2 BW moet worden gemaakt. In zijn algemeenheid kan ook bij dieren niet worden gesteld dat de aard (van het dier) zich tegen toepassing van het bewijsvermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW verzet. Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of de aard (van het dier) zich al dan niet tegen toepassing van het bewijsvermoeden verzet waarbij het bij dieren die een (zeer) nauwgezette verzorging behoeven wel in ogenschouw dient te worden genomen. Vaststaat dat de doodsoorzaak van de kikkers niet is vastgesteld zodat dat  ongewis is en blijft. Wat er verder al van zij, de commissie is van oordeel dat in deze zaak beide partijen een verwijt kan worden gemaakt. De ondernemer had de consument dienen te informeren over de wijze van verzorging van de dieren, meer in het bijzonder dat zij zeker vier weken in quarantaine hadden moeten worden gehouden, dat bij afwijkend gedrag c.q. bevindingen ter zake de dieren de consument de ondernemer terstond had dienen te informeren, dat de dieren wellicht ook ander voedsel te eten hadden kunnen/moeten krijgen (onbepoederde fruitvliegjes in plaats van bepoederde fruitvliegjes). De ondernemer heeft het geven van die informatie ten onrechte nagelaten en is er te makkelijk vanuit gegaan dat de consument in ieder geval in zijn optiek een ervaren hobbyist zou zijn die precies zou weten hoe hij met de dieren om moest gaan en waar hij op moest letten. Bovendien valt gelet op de korte tijdspanne waarbinnen de dieren na aankoop zijn overleden niet geheel uit te sluiten dat de dieren ten tijde van de aankoop al iets zouden kunnen hebben gemankeerd en zulks ook in het licht van het (bewijs)risico dat ingevolge artikel 7:18 lid 2 BW toch op de ondernemer rust. Anderzijds valt het de consument te verwijten dat hij ondanks de door hem vanaf dag 1 geconstateerde afwijkende gedragingen van de dieren, te weten bijzonder schuw en zich nauwelijks laten zien, slecht eten en dat  het mannetje geen geluid produceerde en daarbij ook nog eens de diertjes eventueel te kort in quarantaine heeft gehouden, pas na ruim drie en een halve week de ondernemer heeft verwittigd/geïnformeerd over de door hem geconstateerde afwijkingen in het gedrag. Bepaald niet uit te sluiten is in dat opzicht dat als de consument eerder bij de ondernemer aan de bel had getrokken er dan nog wat aan gedaan zou kunnen worden (en ook de oorzaak vastgesteld had kunnen worden). De commissie is dan ook van oordeel dat beide partijen onzorgvuldig hebben gehandeld en een verwijt kan worden gemaakt omtrent de gang van zaken.

In het licht van de omstandigheden van het geval zal de commissie, die conform haar reglement beslist naar redelijkheid en billijkheid, oordelen dat beide partijen schuld treffen en op basis daarvan beide partijen voor hetzelfde deel draagplichtig zijn ter zake de door de consument gevorderde schadevergoeding. Dat betekent dat de ondernemer gehouden zal zijn om een bedrag van € 185,-- aan de consument te vergoeden.

Op grond van het voorgaande is de commissie dan ook van oordeel dat de klacht van de consument deels gegrond is zodat de ondernemer eveneens gehouden is om het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem te vergoeden. 

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient aan de consument een schadevergoeding van € 185,-- te betalen. De betaling van dat bedrag dient plaats te vinden binnen één maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien de betaling van dat bedrag niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 50,--.

Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gezelschapsdieren op 27 oktober 2014.

Commissie: Gezelschapsdieren

Referentienummer: 88838

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven