Advocaat is vrij om de opdracht al dan niet te aanvaarden

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van beide advocaten ter zake van de bijstand aan de cliënte in een artikel 12 Sv procedure [advocaat1] en de civielrechtelijke aansprakelijkstelling [advocaat2] van [hetzelfde advocatenkantoor]

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komen haar klachten op het volgende neer.

Volgens de cliënte is er zowel in de strafrecht- als in de civielrechtelijke aansprakelijkstelling een passieve opstelling geweest van de zijde van de advocaat.

Ter zake de artikel 12 Sv procedure is [advocaat1] niet persoonlijk op de zitting geweest; zij heeft dat overgelaten aan haar procureur die onvoldoende door haar was ingelicht. Ook heeft de advocaat geen gesprek gehouden met de dochter van cliënte om de diepere achtergrond te leren kennen.

Volgens de cliënte is het ongeloofwaardig dat [advocaat2] eerst de strafprocedure zou afwachten alvorens over te gaan tot de civielrechtelijke aansprakelijkstelling. Van meet af aan heeft de cliënte aangegeven dat er een civielrechtelijke procedure moet komen.

Op grond van het voorgaande verzoekt de cliënte de commissie een vergoeding vast te stellen van tweemaal € 9.500,--.

Standpunt van de advocaten

Voor de stellingen van beide advocaten verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer van de advocaten op de klachten van de cliënte op het volgende neer.

Binnen de grenzen van de juridische mogelijkheden heeft [advocaat1] de cliënte actief bijgestaan. De ingediende stukken zijn van tevoren meerdere malen in concept naar de cliënte toegezonden, besproken en aangepast. Ruim van tevoren is de waarneming van de zitting met de cliënte besproken.

[Advocaat2] stelt zich op het standpunt dat zij in eerste instantie heeft aangegeven de uitkomst in de strafprocedure te willen afwachten alvorens over te gaan tot de civiele aansprakelijkstelling. De cliënte heeft daartegen nooit bezwaar gemaakt.

Beide advocaten verzoeken – althans zo leest de commissie het verzoek – de commissie om de klachten van de cliënte ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

Vaststaat dat de cliënte zich tot het kantoor van de advocaten heeft gewend voor juridische bijstand: [advocaat1] voor de artikel 12 Sv procedure en [advocaat2] voor de civiele aansprakelijkheidsstelling.

In de overgelegde stukken treft de commissie geen gronden of aanwijzingen aan voor de door de cliënte geformuleerde en door beide advocaten gemotiveerd weersproken bezwaren. De verwijten van de cliënte vinden geen steun noch in de correspondentie noch in de processtukken. De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaten hanteert dat deze hebben gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie is van oordeel dat beide advocaten inzake de onderhavige klacht als zodanig hebben gehandeld en dat de klachten van de cliënte ongegrond zijn. Dit blijkt genoegzaam uit het dossier. De commissie overweegt in de klacht geuit tegen [advocaat2] nog dat de betreffende advocaat de cliënte meerdere malen erop heeft gewezen dat zij niet eerder zou gaan dagvaarden dan wanneer sprake was van een strafrechtelijke veroordeling. Dit blijkt uit de overgelegde brieven van 26 september 2007 en 7 mei 2008. Bovendien staat het de advocaat vrij een opdracht tot dienstverlening al dan niet te aanvaarden. Het besluit van [advocaat2] om de cliënte niet bij te staan in de civiele aansprakelijkheidsstelling, kan mitsdien haar niet worden tegengeworpen.

De enkele omstandigheid dat de genomen stappen niet hebben geleid tot het door de cliënte gewenste resultaat maakt nog niet dat de advocaten tekort zijn geschoten in de uitvoering van de opdracht. Bij de uitvoering van de opdracht door een advocaat is immers in beginsel sprake van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. De prestatie bestond niet in het behalen van een bepaald resultaat maar bestond daarin dat de advocaten zich daarvoor diende in te spannen. Met hun werkwijze zijn beide advocaten hun inspanningsverplichtingen correct nagekomen. Zij hebben naar beste eer en geweten geadviseerd. Van enig onprofessioneel handelen is geen sprake geweest. Ook voor wat betreft de kosten van de verrichte werkzaamheden is de commissie niet gebleken dat de hoogte of de omvang van de declaraties gelet op de verrichte werkzaamheden bovenmatig of buitenproportioneel is.

Gelet op het vorenstaande ziet de commissie geen aanleiding voor het toekennen van enige schadevergoeding nog daargelaten dat de cliënte de vordering tot schadevergoeding op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

De cliënte heeft een bedrag van € 100,-- bij de commissie in depot gestort. Voor de commissie is de bestemming daarvan onduidelijk gebleven. Bovendien heeft de advocaat niet gesteld dat de cliënte nog een openstaande declaratie dient te voldoen noch heeft de advocaat een dergelijk bedrag gevorderd. Mitsdien zal de commissie bepalen dat het depotbedrag van € 100,-- aan de cliënte dient te worden gerestitueerd.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.

De commissie bepaalt dat het depotbedrag van € 100,-- aan de cliënte wordt gerestitueerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 6 januari 2010.

Commissie: Advocatuur

Referentienummer: ADV09-0165

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven