Spiegelklapdeur beschadigd; consument heeft niet te laat melding gemaakt van beschadigingen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 16 juni 2006 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van sanitair artikelen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 9.650,--.

De levering vond plaats op of omstreeks 8 september 2006.

De consument heeft op 2 oktober 2006 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik heb een overeenkomst met de ondernemer voor de levering van badkamermeubilair gesloten. Op vrijdag 8 september 2006 zijn de spullen geleverd. Uit controle door mij en de chauffeur bleek dat de dozen niet beschadigd waren. De persoon die de badkamer zou installeren kon, in verband met bevallingsperikelen van zijn echtgenote én mijn vakantie, pas op 2 oktober 2006 een aanvang maken. Toen op 2 oktober 2006 de verpakking werd verwijderd, bleek dat [de klapdeurspiegelkast] op twee plaatsen is beschadigd. Ik heb de wederpartij hierover ingelicht en verzocht kosteloos een nieuwe klapdeurspiegelkast te leveren. De ondernemer is echter van mening dat ik niet op tijd de schade heb gemeld en wil hierdoor alleen een spiegelkast leveren tegen betaling van € 595,-- inclusief BTW. Ik ben van mening dat ik tijdig de schade heb gemeld en wil dan ook kosteloze levering.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik heb in bijzijn van de chauffeur de verpakking gecontroleerd en geen beschadiging gezien. De spullen zijn ingepakt naar boven gebracht en ook daarbij is niets beschadigd. In de verpakking is geen stukje spiegel aangetroffen en. Noch ik noch de installateur heeft de beschadigingen veroorzaakt. De verlichting doet het ook niet. De installateur heeft het mankement niet kunnen vinden. Het gaat niet om een kapot lampje. Ik wacht nog steeds op de ondernemer die dit op zou lossen. De levering is door de ondernemer/leverancier vertraagd uitgevoerd en mede daardoor is de badkamer pas na mijn vakantie geïnstalleerd.

De consument verlangt kosteloze levering van een nieuwe klapdeurspiegelkast.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Wij hebben een badkamermeubel geleverd aan de consument welke zij bij ontvangst niet, dan wel onvoldoende heeft geïnspecteerd op eventuele gebreken. Ruim 4 weken na levering ontvangen wij een melding van een beschadiging. Naar onze mening ligt het risico van het niet direct inspecteren van goederen die men ontvangt bij de ontvanger, en niet bij de verstuurder. De gegeven reden van deze late melding is ons inziens niet ter zake doende, immers men had bij de ontvangst de plicht tot inspecteren van het geleverde badkamermeubel.

Naast bovenstaande verwijzen wij tevens naar onze brief van 6 maart 2007 waarin wij de consument nogmaals een handreiking doen en verwijzen naar ons voorstel gedaan in de brief van 17 oktober 2006 om de bewuste spiegelklapdeur voor (€ 595,-- inclusief BTW te leveren in plaats van tegen de normale consumentenprijs van € 795,-- inclusief BTW.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Door de levering is het risico op de consument overgegaan. Zij had bij de aflevering op schade moeten controleren en de schade eerder moeten melden. Nu accepteert onze toeleverancier de schadeclaim niet. De goederen zijn rechtstreeks door de leverancier bij de consument afgeleverd. Het is door de kwaliteitscontrole bij de leverancier bijna onmogelijk dat de spiegel beschadigd is verpakt. Wij hebben dat nog nooit meegemaakt. De verlichting moet worden gerepareerd want dat is garantie. Wij hebben de beschadigingen niet gezien.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het geschil gaat over de vraag of de consument recht heeft op kosteloze herlevering van een spiegelklapdeur nu de geleverde beschadigd is.

De ondernemer stelt dat de consument de goederen bij aflevering niet, dan wel onvoldoende heeft geïnspecteerd op eventuele gebreken en de beschadiging te laat heeft gemeld. Het risico van het niet direct inspecteren van goederen ligt bij de ontvanger. De gegeven reden van de late melding is niet ter zake doende, omdat de consument bij de aflevering had moeten inspecteren. De consument stelt de verpakking te hebben geïnspecteerd bij aflevering en toen geen beschadiging te hebben gezien. De goederen zijn verpakt opgeslagen en door omstandigheden eerst na een maand geïnstalleerd. Volgens de voor deze overeenkomst geldende voorwaarden worden goederen weliswaar geacht te zijn geleverd zodra zij ter plaatse zijn aangevoerd en gelost, doch artikel 10 lid 3 bepaalt dat gebreken die de consument redelijkerwijs kan constateren na aflevering en voor verwerking/montage zo spoedig mogelijk moeten worden gemeld. Dat is iets anders dan de ondernemer stelt die de mening huldigt, dat de consument bij de aflevering de goederen zelf moet inspecteren en beschadiging moet melden op straffe van verlies van aanspraken. Het is niet redelijk van een consument te verlangen dat hij bij aflevering de goederen uitpakt en inspecteert. Veel logischer is de eis dat hij de verpakking inspecteert op zichtbare beschadigingen, zoals artikel 10.4 van de voorwaarden bepaalt. Aan die eis heeft de consument voldaan. Onder de omstandigheden die de consument aanvoert, en die door de ondernemer niet zijn weersproken, heeft de consument zo spoedig als mogelijk was de gebreken gemeld, namelijk terstond na uitpakken ten behoeve van de installatie. Dat dit eerst een maand na aflevering gebeurde is mede een gevolg van de vertraging in de aflevering door de leverancier en dus de consument niet te verwijten.

De ondernemer voert nog aan dat het bijna onmogelijk is dat de spiegelklapdeur beschadigd is ingepakt door de leverancier. De kwaliteitscontrole is echter niet zo goed, dat de niet werkende verlichting werd opgemerkt. Dat kan dan ook het geval zijn geweest met de beschadiging aan de spiegelklapdeur. Uit niets blijkt dat de consument op enigerlei wijze heeft bijgedragen aan of veroorzaken van de beschadigingen. De ondernemer heeft ook niet de moeite genomen dit te onderzoeken en evenmin is de verlichting gerepareerd, hoewel hij op de hoogte was van defecten daaraan. De commissie is op grond van het voorgaande van oordeel dat de ondernemer ten onrechte de verantwoordelijkheid voor de gebrekkige levering afwijst. De commissie acht de ondernemer toerekenbaar tekortgeschoten in zijn verplichtingen jegens de consument en zal hem verplichten tot kosteloze levering van een gelijksoortige spiegelklapdeur ter vervanging van de geleverde.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer neemt de beschadigde spiegelklapdeur terug en levert een spiegelklapdeur, zoals oorspronkelijk overeengekomen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 150,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Bouw- en Afbouwmaterialen op 25 oktober 2007.

Commissie: Bouw- en Afbouwmaterialen

Referentienummer: BOU07-0011

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven