Geen bewijs dat verhuizing is doorgegeven, klacht ongegrond

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een abonnement voor het leveren van radio- en televisiesignalen.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft van januari 1994 tot 27 augustus 2001 gewoond op een adres in Voorburg. Zij had een abonnement voor het leveren van radio- en televisiesignalen bij de rechtsvoorganger van de ondernemer. Bij de verhuizing in 2001 is het abonnement opgezegd. Op het huidige adres is bij een andere provider een abonnement afgesloten.

De consument is er zeker van het oude abonnement te hebben opgezegd, maar heeft daar geen bewijs van. Tot en met de overgang van de rechtsvoorganger van de ondernemer naar de ondernemer zijn er betalingen gedaan. De consument ging er van uit dat dat ging om kijk- en luistergeld. Na genoemde overgang kwam de naam van de ondernemer op de bankafschriften van de consument. Nadat zij contact met de ondernemer had opgenomen, kwam zij er achter dat zij nog betaalde voor het abonnement op het oude adres. Dat abonnement is meteen stopgezet. De consument heeft de ondernemer verzocht de ten onrechte betaalde bedragen terug te storten, hetgeen is geweigerd.

De consument verlangt terugbetaling van het sinds augustus 2001 onterecht betaalde abonnementsgeld.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer betwist enige opzegging te hebben ontvangen, waardoor het abonnement steeds door is blijven lopen. Nadat zij op 20 februari 2009 contact heeft opgenomen en heeft opgezegd, is het abonnement per 28 februari 2009 beëindigd. Op 24 februari 2009 heeft zich per 1 maart 2009 een nieuwe klant aangemeld op hetzelfde adres. De ondernemer heeft hierover opgemerkt dat nadat een abonnement wordt opgezegd (dus na 20 februari 2009) automatisch een brief gaat naar het adres dat bij dat abonnement behoort. De ondernemer veronderstelt dat deze brief is aangekomen en dat de bewoner naar aanleiding van die brief een nieuw abonnement heeft afgesloten.

De ondernemer wijst er op dat alle post steeds naar hetzelfde adres is gezonden. Het kijk- en luistergeld is omstreeks 2000 afgeschaft. Al per mei 2008 is [de netbeheerder] opgegaan in [een andere netbeheerder]  Pas negen maanden later werd het abonnement opgezegd.

Al met al is er op grond van het bestaande abonnement een werkende dienst geleverd, waar niet dubbel voor is betaald. Er is geen reden voor terugbetaling. De ondernemer acht de klacht ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument had een abonnement bij (de rechtsvoorganger van) de ondernemer. Zij stelt dit abonnement in augustus 2001 te hebben opgezegd, hetgeen de ondernemer betwist. Op grond van de hoofdregel van het bewijsrecht is het aan de consument haar stelling te bewijzen. Zij heeft te kennen gegeven geen bewijs te hebben. Dit brengt reeds met zich dat de vordering op juridische gronden dient te worden afgewezen.

Er is echter nog wel meer over de klacht van de consument te zeggen.

Het kijk- en luistergeld is per 1 januari 2000 afgeschaft. Het kan zijn dat de consument daar niet van op de hoogte is geweest, maar dat is een omstandigheid die op geen enkele wijze aan de ondernemer kan worden tegengeworpen. Dat stelt de consument ook overigens niet, maar deze omstandigheid kan in ieder geval hetgeen hiervoor is overwogen niet anders maken.

De ondernemer heeft onbetwist gesteld dat de post, die krachtens het abonnement werd verzonden, steeds naar hetzelfde adres is gegaan. Dat heeft nooit op problemen gestuit. Ook hieruit heeft de ondernemer nooit kunnen afleiden dat de consument niet meer op het oude adres woonde en geen belang meer had bij het abonnement.

Nadat het abonnement is beëindigd, heeft zich onverwijld een nieuwe abonnee op dat adres gemeld. Alhoewel daar geen onderzoek naar is gedaan, ligt de veronderstelling voor de hand dat die nieuwe abonnee tot het moment van de beëindiging van het oude abonnement gebruik heeft gemaakt. De stelling van de ondernemer dat een werkende dienst is geleverd, is derhalve volstrekt aannemelijk.

Op grond van al het voorgaande is de commissie van oordeel dat het weliswaar erg zuur is voor de consument dat zij gedurende vele jaren in totaal een zeer groot bedrag heeft betaald voor diensten die zij niet zelf heeft afgenomen. Deze betalingen zijn echter gedaan op grond van een overeenkomst, waarvan niet is komen vast te staan dat die is beëindigd, en zijn derhalve niet onverschuldigd geweest. Ook overigens is er geen aanknopingspunt om de consument tegemoet te kunnen komen.

De klacht is ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Centrale Antenne Inrichtingen op 16 april 2010.

Commissie: Centrale Antenne Inrichtingen

Referentienummer: CAI09-0092

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven