Hond is tijdens verblijf in dierenpension gedekt. Eigenaar had de ondenemer moeten wijzen op mogelijke loopsheid van de hond

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen gesloten overeenkomst waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot huisvesting en verzorging van een aan de consument toebehorende vrouwelijke hond gedurende een periode van drie weken tegen de door de consument te betalen prijs van € 210,--.

De consument heeft op 9 februari 2009 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Onze hond is tijdens het verblijf in het dierenpension zonder onze toestemming gedekt door een andere hond. Op 1 januari 2009 zijn drie puppy’s geboren. Deze heb ik verkocht voor € 200,-- per stuk. Wij hebben door de onvrijwillige drachtigheid van onze hond een aanzienlijke schade geleden. Wij hebben vergoeding daarvan gevorderd bij de ondernemer, omdat deze zijn bewaarplicht heeft verzaakt door niet te voorkomen dat de hond zou worden gedekt. Ingevolge de toepasselijke algemene voorwaarden hebben wij recht op schadevergoeding, als het dierenpension zijn contractuele verplichtingen niet behoorlijk nakomt. De ondernemer heeft de schadeclaim afgewezen, onder meer met het argument dat wij hem hadden moeten inlichten over de perioden waarin onze hond loops zou worden. Dat argument wijzen wij af, omdat wij die perioden zelf niet exact kenden. De ondernemer heeft gewoon niet goed opgelet en heeft onze hond niet tijdig apart gehouden van de mannelijke honden, waardoor er geen contact mogelijk zou zijn geweest. Daarmee is hij tekort geschoten in een van zijn meest essentiële verplichtingen.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik hoor dat de ondernemer € 300,-- vergoeding heeft aangeboden. Met dat aanbod waren wij voor het aanhangig maken van het geschil niet bekend. Wij zouden dit overigens hebben afgewezen, omdat onze werkelijke schade veel hoger is.

De consument verlangt een schadevergoeding van € 1.154,45, gespecificeerd als volgt:

Dierenarts/medicijnen/puppymelk: € 494,45

Kosten verzorging van het nest tijdens afwezigheid van de consument: € 240,--

Extra krachtvoer: € 60,--

Gederfde opbrengst puppy’s wegens rasonzuiverheid: € 150,--

Pensiongeld: € 210,--

Totaal: € 1.154,45

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Als eigenaar van de hond had klager bekend moeten zijn met de loopse perioden van zijn hond en die had hij aan ons moeten meedelen. Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden vervalt onze aansprakelijkheid, indien wij door de eigenaar van de hond die bij ons logeert niet van essentiële informatie zijn voorzien, op basis waarvan wij kunnen handelen. Wij rekenen het zeker tot onze taak teven en reuen gescheiden te houden als er gevaar is voor een ongewenste dekking, maar dan moeten wij wel weten dat een dergelijk gevaar bestaat. Wij hebben niet waargenomen dat de hond van de consument tijdens het verblijf in het pension is gedekt en wij hebben niets gemerkt van loopsheid of van belangstelling van reuen voor de hond van de consument. Het kan dus ook nog zijn dat deze is gedekt na de logiesperiode. Nu de consument ons aanbod niet heeft geaccepteerd voordat hij een geschil aanhangig maakte bij de commissie, is dit aanbod vervallen. Dat aanbod had de bedoeling om het geschil in onderling overleg te beëindigen zonder dat wij aansprakelijkheid erkennen. Dat de consument niet tijdig van ons aanbod op de hoogte was komt doordat hij niet bereid was tot onderling overleg en vrijwel direct de commissie heeft ingeschakeld. De gevraagde vergoeding is overigens veel te hoog. De consument vordert alle kosten en steekt daarnaast de opbrengst van de puppy’s in zijn zak. Bovendien zouden wij dan ook nog het pensiongeld moeten terugbetalen. Dat zou wel een buitengewone lucratieve vergoeding zijn.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting is gesproken over de loopse perioden van de hond van de consument. Deze verklaarde dat deze vallen in het voorjaar/zomer en in de herfst. Aangezien de consument zijn hond op 10 oktober 2008 bij de ondernemer heeft gebracht, kon hij er dus op verdacht zijn dat de hond tijdens het verblijf in het dierenpension loops zou worden en had het dus op zijn weg gelegen de ondernemer daarvoor te waarschuwen. Dit geldt te meer, nu het verblijf aanvankelijk twee weken zou duren, maar op verzoek van de consument met een week is verlengd, zoals de commissie is gebleken. Ook is ter zitting de draagtijd van [de hond van de consument] aan de orde gekomen. Deze is gemiddeld 63 dagen. Rekent men deze periode terug vanaf de geboortedatum van de puppy’s, 1 januari 2009, dan moet de conceptie hebben plaatsgevonden tussen 29 oktober en 4 november 2008. Aangezien het verblijf in het pension op 1 november 2008 is geëindigd, is het dus mogelijk dat de hond pas na het verblijf in het pension is gedekt. De consument heeft dit weliswaar uitdrukkelijk ontkend met de woorden dat hij het dier na terugkeer uit het pension voortdurend in de gaten heeft gehouden, maar enig bewijs daarvan is niet aanwezig. De hier geschetste omstandigheden, in onderling verband beschouwd, maken het onmogelijk om met zekerheid vast te stellen dat de ondernemer is tekortgeschoten in zijn contractuele verplichting jegens de consument. Diens schadevergoedingsvordering kan dus niet worden toegewezen, daargelaten dat de meeste onderdelen daarvan, zoals de kosten van de dierenarts et cetera, de kosten van verzorging van het nest gedurende de afwezigheid van de consument en de pensionkosten, grotendeels niet toewijsbaar zijn vanwege het ontbreken van voldoende causaal verband tussen die kosten en de aan de ondernemer verweten tekortkoming, terwijl anderzijds ook rekening dient te worden gehouden met de opbrengst van de verkochte puppy’s. Een zuivere berekening van de werkelijke schade van de consument zou dus een aanmerkelijk lager bedrag hebben opgeleverd dan wat de consument vordert.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gezelschapsdieren op 2 september 2009.

Commissie: Gezelschapsdieren

Referentienummer: GDI09-0001

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven