De overgelegde akte bewijst het bestaan van de daarin verwoorde overeenkomst. Nier aannemelijk dat geen intentie zou hebben bestaan tot het aangaan van een overeenkomst. Courtage verschuldigd.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het verwijt van de consument aan de ondernemer dat deze bij gelegenheid van een vrijblijvende waardebepaling een overeenkomst tot bemiddeling bij verkoop ter tekening heeft voorgehouden.

De consument is daarom niet bereid tot betaling van courtage.

Door de consument is een bedrag van € 200,-- niet betaald en in depot gestort bij de commissie.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Centraal staat het verwijt van de consument dat hem en zijn echtgenote als het ware een handtekening is ontfutseld onder de verkoopopdracht. De consument betoogt niet gebonden te zijn.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het verwijt is niet terecht.

De consument heeft welbewust na voorlezing getekend en was zich bewust van het feit dat een overeenkomst tot bemiddeling bij verkoop werd gesloten.

Beoordeling van het geschil

Door de ondernemer is een akte overgelegd bestaande uit twee deels voorbedrukte bladen met het opschrift: verkoopopdracht. Ter zitting heeft de consument verklaard dat op de eerste pagina door zijn echtgenote en hem parafen zijn gezet en op de tweede pagina handtekeningen.

Op de akte zijn de volledige personalia van de consument en diens echtgenote ingevuld, is een koopsom ingevuld en is ingevuld: bij aanvaarding; in overleg en is als bijzondere conditie gemeld: Doorgaan aankoop nieuwbouw “naam nieuwbouwplan en plaatsnaam”.

Op de tweede pagina zijn de voorgedrukte percentages courtage doorgehaald en vervangen door één lager percentage van 1,5%.

De akte is gedateerd op 2 mei 2006.

De akte is in beginsel bewijs van het bestaan van de daarin verwoorde overeenkomst.

De consument is er geenszins in geslaagd aannemelijk te maken dat niettemin geen intentie zou hebben bestaan tot het aangaan van een overeenkomst. Daarvoor is de akte te gedetailleerd en ook de beide parafen en handtekeningen wijzen erop dat welbewust is gecontracteerd.

Bovendien heeft de consument zelf aangevoerd dat hij op 18 mei 2006 op het kantoor van de ondernemer is geweest waar hij de afspraken mondeling ten overstaan van de receptioniste van de makelaar heeft afgezegd en de eigendomspapieren heeft opgehaald. Het afzeggen van afspraken veronderstelt noodzakelijkerwijs het bestaan ervan.

Kortom, de commissie gaat uit van de geldigheid van de overeenkomst waaraan de consument gebonden is.

Ingevolge die overeenkomst is de consument de volledige courtage verschuldigd indien een overeenkomst tot stand komt.

Die overeenkomst – met de buren – is volgens mededeling ter zitting door de consument tot stand gekomen op 21 of 22 mei 2006 doch in de door de consument overgelegde brief van 16 juni 2006 deelt deze aan de ondernemer mee;

Hierbij bevestig ik u schriftelijk dat wij d.d. 18 mei 2006 op uw kantoor de verkoopopdracht hebben ingetrokken, daar wij de woning onderhands hadden verkocht.

Aan die mededeling is de consument te houden. De woning is mitsdien verkocht tijdens de overeenkomst zodat de volledige in rekening gebrachte courtage verschuldigd is.

De klacht is daarom ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het door de consument in depot gestorte bedrag van € 200,-- wordt als volgt verdeeld. Het depotbedrag wordt aan de ondernemer overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij op 7 maart 2007.

Commissie: Makelaardij

Referentienummer: MAK06-0031

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven