Ondernemer mag verhuiskosten bij consument in rekening brengen; in dit geval verbruikstarief niet onredelijk.

Onderwerp van het geschil

Het gaat in dit geschil om de vraag of het door de ondernemer gehanteerde tarief voor verwerkingskosten redelijk is.

De consument heeft een bedrag van ƒ 111,63 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik ben binnen het verzorgingsgebied van de ondernemer verhuisd. Hij heeft mij ƒ 111,63 (ƒ 95,-- exclusief BTW) aan verwerkingskosten in rekening gebracht. Ik vind dat dergelijke werkzaamheden tot de normale administratieve bewerkingen van de ondernemer behoren, in elk geval vind ik dat tarief disproportioneel. Bovendien hanteert de ondernemer dat tarief niet consequent.

De consument verlangt dat de in rekening gebrachte verwerkingskosten ongedaan worden gemaakt dat in de toekomst in soortgelijke gevallen dergelijke kosten niet meer opgevoerd worden en dat in het verleden aan de ondernemer betaalde bedragen gerestitueerd worden.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Genoemd tarief is gebaseerd op onze Tarievenlijst, die weer op de toepasselijke Algemene Voorwaarden gebaseerd is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie is met de ondernemer van oordeel dat een verhuizing van een consument extra administratieve lasten met zich meebrengt. Die lasten mogen aan de betreffende consument in rekening gebracht worden. Voor verwerking in het verbruikstarief zou gekozen kunnen worden, doch de ondernemer is daarin vrij. Ter zitting heeft hij verklaard daarvoor niet te kiezen, omdat zulks hem van overheidswege verboden wordt.

Dan resteert de vraag of de ondernemer een redelijk tarief hanteert. De commissie is bevoegd een dergelijk tarief marginaal te toetsen. In dat verband heeft de ondernemer opgemerkt dat elke mutatie enige administratieve stappen vergt, waaronder invoering van nieuwe gegevens in zijn systemen en afsluiting van de voorganger. Dergelijke verwerking gebeurt steeds efficiënter, aldus de ondernemer, reden om per 1 januari 2001 het tarief te verlagen naar ƒ 65,-- exclusief BTW. Overigens merkte de ondernemer op dat hij – anders dan de consument betoogt – geen uitzonderingen maakt; wellicht zijn er hier of daar fouten gemaakt.

De commissie is van oordeel dat genoemd tarief niet onredelijk te achten is. Zij neemt daarbij – bij gebreke van verdere gegevens – de hiervoor vermelde werkzaamheden in aanmerking en de hoogte van het bedrag.

Voor zover de consument beoogt ook een uitspraak te krijgen ten behoeve van andere consumenten wijst de commissie dat af wegens onvoldoende belang.

De consument heeft nog melding gemaakt van het feit dat de ondernemer een bedrag exclusief BTW vermeldt. Hoewel de commissie dat niet juist acht en de ondernemer in overweging geeft te dien aanzien zijn beleid te veranderen, leidt zulks niet tot toewijzing van de klacht.

De klacht wordt dan ook afgewezen. Het aan de ondernemer toekomende bedrag, dat in depot gestort is, zal aan hem uitgekeerd worden.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het in depot gestorte bedrag ad ƒ 111,63 wordt aan de ondernemer uitgekeerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbare Nutsbedrijven op 23 april 2001.

Commissie: Energie

Referentienummer: OPN-000498

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven