Ondernemer had consument door moeten verwijzen naar oogarts, gelet op de aard van zijn klachten (droge ogen).

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 4 augustus 1998 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot levering van een montuur met glazen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van ƒ 1167,--. Deze overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 11 augustus 1998. De klacht is reeds kenbaar gemaakt op 6 augustus 1998.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak.

Omdat spontaan en gedurende een korte tijd optredende vervormingen en scheeftrekken van voorwerpen en van bijvoorbeeld gezichten werd waargenomen is de opticien geraadpleegd. Deze adviseerde geheel ten onrechte een andere bril. De sterkte van de glazen van de bril die ik nog niet zo lang had zou niet deugen. Raadpleging van enkele andere deskundigen na het bestellen van de bril leidde tot de conclusie dat oververmoeidheid meer dan iets anders de oorzaak van de klachten was. Getracht is toen de overeenkomst met de ondernemer te annuleren, die daarvan niet horen wilde.

De daarna door de ondernemer geleverde bril bleek geen verbetering. Volgens de ondernemer was gewenning met de Varilux glazen totaal niet nodig. Het leesgedeelte bleek erg hoog ingeslepen, hetgeen bezwaarlijk bleek. Bij raadpleging van een andere opticien bleek dat ik met de oude bril beter kon lezen dan met de nieuwe. De ondernemer wilde niet anders dan de glazen vervangen. Ik heb nu de overtuiging dat de vervorming die ik zie door omstandigheden van fysieke en soms psychische aard is. De ondernemer had hier alert op kunnen zijn en heeft geheel ten onrechte een andere bril aangeraden, waarmee ik bovendien slechter zie.

De consument verlangt volledige restitutie van het aankoop bedrag.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak.

Er is te goeder trouw gekeken naar de problemen die de consument had. Wij hadden geen weet van fysieke en psychische problemen en konden daar geen rekening mee houden. Uit een uitgebreide binoculaire oogmeting met de Nidek-phoropter bleek dat er een half dioptrie verhoging van de cilinderwaarde voor beide ogen en een aanzienlijke asverdraaiing voor het rechteroog gemeten werd. De consument zag een duidelijke verbetering in gezichtsscherpte. Omdat juist een cilinder, vooral bij asverdraaiing, scheefgetrokken en vervormde beelden veroorzaakt, was de conclusie dat dit de klachten zou verminderen. De consument overlegde eerst en kwam een uur later met zijn vrouw over de keuze van glazen. Er is toen uitgebreid gepraat over de verschillende types multifocale glazen, waarop tenslotte een keuze werd gemaakt voor de kostbaarste Varilux Comfort glazen met de breedste tussenzone en de minste gewenningstijd. Het advies om een nieuw montuur aan te schaffen werd opgevolgd, gezien de oxidatie van het bestaande montuur. De consument tekende voor de koop. Twee dagen later bleek dat de consument terug wilde komen op de overeenkomst met ge-gevens, die niet overtuigend waren. Door de ontstane problemen is door de consument niet de moeite genomen te wennen aan de nieuwe glazen. Voorgesteld werd om de glazen te laten contoleren door de leverancier, die na overleg nieuwe glazen maakte met een andere curve en iets lager ingeslepen om vertekening te minimaliseren. De consument wilde echter de bril niet meer hebben.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Gezien de lichamelijke toestand van de consument en de door hem gebruikte medicatie ligt een onvoldoende bevochtiging van het oogoppervlak in combinatie met daarmee vaker verbonden plaatselijke ophoping van slijm op het hoornvlies als oorzaak van het vervormde beeld voor de hand. Temeer omdat de waarneming van de vervorming ook vaak onder invloed van pijnen ontstond.

De sterkte van de in de “oude” - door een andere opticien geleverde – bril geslepen glazen, die gelijk is aan mijn meting, verschaft de consument een optimale visus van monoculair = 1,0 en binoculair = 1,2. Met de door ondernemer bepaalde sterkte bereikt hij met het rechteroog een visus van 0,8 – 0,9 en met het linkeroog een visus van 0,9. Bij het vergelijk geeft hij duidelijk de voorkeur aan de glazen in de “oude” bril.

De kwaliteit van de “oude” bril geslepen glazen en hun centrering is correct.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De verschijnselen die de consument beschreef, hadden voor de ondernemer aanleiding behoren te zijn de consument naar een oogarts te verwijzen. In elk geval had ander onderzoek gedaan moeten worden, nu de verschijnselen typisch zijn voor te “droge” ogen. Er hadden meer vragen gesteld moeten worden en de klacht had aanzienlijk beter ingeschat behoren te worden dan de ondernemer gedaan heeft; het bepalen van de visus op dat moment en een daarop gebaseerde andere sterkte van de glazen kon geen oplossing geven van de problemen. De consument wilde de bestelde bril weer afbestellen, doch de ondernemer wenste hierop niet in te gaan, hetgeen de relatie niet bevorderde, maar een en ander staat toch geheel los van de terechte klacht van de consument. Daar komt bij - het rapport van de deskundige is duidelijk – dat geen andere glazen nodig waren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing

De overeenkomst d.d. 4 augustus 1998 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de ondernemer de bril – montuur en glazen – terugneemt en aan de consument een bedrag van ƒ 1167,-- terugbetaalt. Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van twee weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Optiek, op 3 mei 1999.

Commissie: Optiek

Referentienummer: OPT98-0010

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven