Veroordeling van consument voor het plegen van een zedendelict op de camping levert een dringende reden op voor tussentijdse opzegging zonder schriftelijke waarschuwing.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft tussentijdse beëindiging van de overeenkomst door de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument huurde een vaste plaats bij de ondernemer. Op 18 mei 2006 heeft de ondernemer de overeenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd vanwege het feit de consument op 17 mei door de politierechter werd veroordeeld voor het plegen van een delict op de camping. De consument is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. Hij heeft bezwaar aangetekend tegen de opzegging bij de ondernemer, omdat hij meent dat de ondernemer niet rechtsgeldig kan opzeggen zolang er nog geen sprake is van een definitieve schuldigverklaring. Dat is in strijd met de in Nederland de gebruikelijke rechtsgang.

Bovendien verwijt de consument de ondernemer dat hij op geen enkele wijze wilde meewerken aan een redelijke oplossing voor seizoen 2006 ten aanzien van de huurders van zijn chalet. De ondernemer gaf de consument ook geen toestemming zijn chalet inclusief inboedel te verkopen op de standplaats voor de zeer redelijke vraag prijs van € 16.500,--. De ondernemer heeft zich wel bereid verklaard zelf het chalet van de consument te kopen, maar wilde daarvoor slechts het veel te lage bedrag van € 10.000,-- betalen. De consument zag zich daardoor genoodzaakt zijn chalet naar de vaste wal te laten vervoeren, aangezien er in de gemeente geen andere standplaats beschikbaar was.

Ter zitting deelt de consument mee dat hij er van op de hoogte was dat hij had kunnen verlangen dat zijn chalet op de standplaats zou blijven staan totdat de commissie een uitspraak zou hebben gedaan. De consument wenste hiervan geen gebruik te maken, omdat hem de toegang tot de camping was ontzegd en hij zijn chalet niet zonder toezicht wilde achterlaten. Ook was de consument er van op de hoogte dat de ondernemer zoals ook elders in de gemeente verkoop van kampeermiddelen met behoud van standplaats nooit toestaat.

Hierdoor heeft de consument grote schade geleden, bestaande uit staangeld en toeristenbelasting, gederfde huurinkomsten, diverse onkosten en kosten in verband met de verwijdering en het transport van het chalet voor een totaalbedrag van € 5.393,72, zoals gespecificeerd in het Vragenformulier van de Geschillencommissie. Bovendien hebben de consument en zijn echtgenote emotionele schade hierdoor opgelopen. De consument verlangt hiervoor smartengeld ter hoogte van € 4.500,--.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer werd in oktober 2005 door de huurders van de standplaats gelegen naast de standplaats van de consument op de hoogte gesteld van het feit dat hun 15-jarige dochter hen de dag daarvoor had verteld dat ze de afgelopen zomer in haar caravan door de consument bij haar borsten was gepakt en dat hij met haar over seks had gepraat. Ze wisten nog niet of ze aangifte zouden doen. Er werd afgesproken dat de ondernemer voorlopig niets met deze informatie zou doen en dit voor de campinggasten geheim zou houden. Uiteindelijk hebben de ouders van het meisje aangifte gedaan.

Tot grote verbazing van de ondernemer werd hij half maart door recreanten op de camping benaderd die op de hoogte bleken te zijn van het gebeurde. Het bleek zelfs zo te zijn dat zij hierover door de consument zelf waren ingelicht. De consument meende dat de schuld bij het meisje lag. De ondernemer heeft in deze zaak bewust geen partij gekozen, maar de uitspraak van de politierechter afgewacht. Toen de ondernemer vernam dat de consument was veroordeeld voor aanranding van het meisje, heeft de ondernemer in overleg met de Recron de overeenkomst met de consument opgezegd.

Op grond van artikel 12 lid 1 van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen is een ondernemer gerechtigd de overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing, indien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de ondernemer niet kan worden verlangd dat de overeenkomst wordt voortgezet. De ondernemer meent dat hiervan in dit geval sprake is. Door de veroordeling waarvan de recreanten op de camping op de hoogte waren, ontstond grote onrust op de camping. Onder die omstandigheden meende de ondernemer niet de uitspraak in hoger beroep te kunnen afwachten. De ondernemer was bang dat indien de consument nog de hele zomer op de camping zou blijven, dit zou escaleren. Ook de ouders van het meisje hebben aangegeven dat het gehele voorval bij hen tot grote emotionele problemen heeft geleid en dat zij niet langer met de consument op de camping wilden worden geconfronteerd.

De ondernemer heeft in zijn opzeggingsbrief aangegeven dat de consument conform de Recron-voorwaarden zijn standplaats diende te ontruimen. De consument verzocht de ondernemer hem toestemming te geven zijn chalet op de standplaats te verkopen. De ondernemer voert echter als beleid dat dit nooit wordt toegestaan op zijn camping, zoals alle gasten weten.

Om de consument ter wille te zijn en omdat verwijdering van de caravan midden in het seizoen bezwaarlijk was, heeft de ondernemer de consument aangeboden zelf zijn caravan te kopen voor een bedrag van € 10.000,--, later verhoogd naar € 12.000,--. Dit is het bedrag dat de caravan zonder standplaats waard is. De consument sloeg dit aanbod af.

De ondernemer zal de toeristenbelasting aan de consument restitueren nadat hij bij de gemeente aangifte heeft gedaan van het werkelijke aantal overnachtingen en de gemeente daarop heeft beschikt.

De ondernemer verlangt vergoeding van een bedrag van € 250,-- aan smartengeld en € 750,-- aan kosten van rechtsbijstand.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van artikel 12 lid 1 van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen heeft de ondernemer het recht de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen indien de recreant of een van zijn mederecreanten de verplichtingen uit de overeenkomst ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing niet behoorlijk naleeft. De schriftelijke waarschuwing kan in dringende gevallen achterwege worden gelaten. De commissie is van oordeel dat de veroordeling van de consument voor het plegen van een zedendelict op de camping een dergelijke dringende reden oplevert.

De commissie meent dat niet van de ondernemer kon worden verlangd dat hij met de opzegging zou wachten tot na de uitspraak in hoger beroep, omdat de veroordeling op de camping bekend was, mede door toedoen van de consumenten zelf, en tot onrust kon leiden. Bovendien zou een moeilijke situatie ontstaan indien de consument in 2006 gebruik zou blijven maken van zijn standplaats, gelegen naast de standplaats van het meisje dat het slachtoffer was van het delict. Een schorsing van het recht gebruik te maken van de standplaats door de consument tot aan de uitspraak in hoger beroep, zou voor de consument geen optie zijn geweest omdat hij zijn chalet niet lange tijd onbeheerd wilde laten.

Op grond van bovengenoemde overwegingen is de commissie van oordeel dat de opzegging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.

De ondernemer kan alleen dan aangesproken worden tot het vergoeden van de schade van de consument indien de ondernemer tekort geschoten zou zijn in de naleving van zijn verplichtingen. Daarvan is niet gebleken. Op grond van artikel 12 lid 6 blijft de recreant in beginsel gehouden het overeengekomen jaargeld te betalen. De commissie ziet geen reden aanwezig om in dit geval te bepalen dat de consument recht heeft op restitutie van een deel van het jaargeld. De commissie heeft er goede nota van genomen dat de ondernemer heeft toegezegd de toeristenbelasting te restitueren nadat de gemeente hierover gunstig heeft beschikt.

Na tussentijdse opzegging dient de consument zijn standplaats te ontruimen dan wel kan hij indien hij de opzegging betwist en tijdig zijn klacht heeft voorgelegd aan de commissie, verlangen dat zijn caravan blijft staan op de standplaats totdat de commissie in haar uitspraak heeft bepaald dat moet worden ontruimd. Dit laatste heeft de consument niet verlangd. De ondernemer is niet verplicht medewerking te verlenen aan de verkoop van het kampeermiddel op de standplaats dan wel zelf het kampeermiddel te kopen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Ingevolge het reglement van de commissie worden slechts in bijzondere gevallen kosten vergoed, die verband houden met de behandeling van het geschil door de commissie. De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding voor deze kosten aan de ondernemer toe te kennen. Ook ziet de commissie geen reden voor de toekenning van smartengeld aan de ondernemer.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De door de ondernemer gevorderde vergoeding wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 12 oktober 2006.

Commissie: Recreatie

Referentienummer: REC06-0073

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven