Consument afgegaan op internetadvertentie: Ondernemer heeft lesovereenkomst, waar wordt verwezen naar algemene voorwaarde niet opgestuurd. Algemene voorwaarden niet van toepassing.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 21 januari 2009 tussen de ondernemer en [de dochter van de consument] tot stand gekomen lesovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van overeengekomen werkzaamheden, bestaande uit het geven van rijonderricht (dag opleiding) op grond van het lespakket van 20 autolessen à 90 minuten, waarbij betalingen zijn inbegrepen voor: een theorie-examen, de tussentijdse toets, de medische verklaring en een praktijkexamen, voor het door de consument te betalen van € 1.850,--. De consument heeft bovendien aansluitend nog een strippenkaart van vijf lessen afgenomen voor een bedrag van

€ 325,--. Om de consument moverende redenen heeft de consument verder geen gebruik gemaakt van de opleiding door de ondernemer.

De consument heeft op 8 juni 2009 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het namens de consument, door haar vader, verwoorde standpunt luidt in hoofdzaak als volgt.

De klacht is definitief ontstaan begin juni 2009, maar loopt eigenlijk al vanaf februari 2009. De ondernemer heeft de administratie niet op orde en komt de afspraken niet na. Het vertrouwen is voor de zoveelste keer geschonden, waardoor het voortzetten van de rijopleiding met de volgende strippenkaart geen optie is.

De consument verwijst naar de brief van 16 oktober 2009.

Ter zitting heeft de consument – in hoofdzaak – het volgende verklaard.

Wij waren zeer ontevreden over de wijze van lesgeven en met name ook de administratieve janboel bij de ondernemer. Na herhaalde verzoeken om het theorie examen aan te vragen - waaraan telkens eerst later bleek niet te zijn voldaan – heb ik tenslotte in arren moede zelf maar het theorie examen voor mijn dochter aangevraagd. Toen zij was geslaagd heeft zij wel het (reeds aan de ondernemer betaalde) examengeld teruggekregen. Wij zijn niet in het bezit gesteld van een afschrift van de overeenkomst, ik heb gereageerd op een internet advertentie waarbij het lespakket werd aangeboden. Ik ken niet de inhoud van het artikel waar de ondernemer een beroep op doet.

De consument verlangt dat de ondernemer de gelden van de niet geleverde tussentijdse toets, de medische verklaring en het praktijkexamen – door de consument gesteld op € 400,45 – aan de consument restitueert.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft schriftelijk geen verweer gevoerd. Uit de inhoud van de brief, gedateerd 23 juli 2009 en de brief van het [branche]-bemiddelingsbureau aan de consument van 18 september 2009, leidt de commissie af, dat het standpunt van de ondernemer – samengevat – luidt:

Er is geen dringende reden, als bedoeld in artikel 2 lid 2 van de Algemene Voorwaarden [branche]- rijscholen, op grond waarvan de consument de lesovereenkomst kan beëindigen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat, alvorens een beroep op de (gestelde) overeengekomen voorwaarden te kunnen doen, moet vaststaan dat sprake is van een [branche]-lesovereenkomst. Nu de consument heeft gesteld slechts te zijn ingegaan op een internet advertentie en niet in het bezit te zijn gesteld van een kopie van de lesovereenkomst, heeft het op de weg van de ondernemer gelegen een afschrift van de overeenkomst aan de commissie over te leggen.

Bij gebreke daaraan kan van de consument – in tegenstelling tot de ondernemer – in redelijkheid niet worden verwacht dat hij zich aan de standaard voorwaarden (waarvan hij immers geen kennis heeft kunnen nemen) zou moeten houden. Vanuit het standpunt van de consument was mitsdien sprake was van een vrije lesovereenkomst, waarbij geen sprake was van bijzondere bepalingen of algemene voorwaarden.

De overeenkomst verplichtte, naar het oordeel van de commissie, partijen om enerzijds les te geven en er naar te streven, binnen de overeengekomen lesperiode, de noodzakelijke en door de consument vooruitbetaalde toetsen en examens te laten afleggen, terwijl anderzijds de consument deze lessen en toetsen diende te betalen.

Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer zich niet gedragen zoals van een behoorlijk functionerende rijschool mag worden verwacht. Kennelijk had de ondernemer de administratie zo slecht op orde dat de consument zelf - na een aantal vergeefse pogingen om de ondernemer te bewegen deze toetst aan te vragen – initiatieven heeft moeten nemen om een van de overeengekomen toetsen (het theorie-examen) te kunnen afleggen.

De commissie kan het billijken dat de consument er, na ommekomst van de overeengekomen termijn en na de overeengekomen lessen te hebben ontvangen, voor heeft gekozen geen nieuw lespakket af te nemen van deze ondernemer. De consument had immers reeds het hiervoor omschreven lespakket van € 1.850,-- voltooid zonder de overeengekomen examens te hebben afgelegd, terwijl ook een vervolgpakket voor een bedrag van € 325,-- niet voldoende is gebleken voor het aanvragen van de voor het rijbewijs benodigde toetsen en examens.

Naar het oordeel van de commissie is geen sprake geweest van een rijopleiding met rijbewijsgarantie, zodat de overeenkomst moet worden aangemerkt als een inspanningsverplichting voor beide partijen, om binnen de overeengekomen tijd en afgesproken lessen het rijbewijs te halen.

Nu de overeenkomst niet heeft geleid tot het door partijen beoogde doel is, mede gelet op de gerechtvaardigde klachten van de consument over het functioneren van de ondernemer bij de uitvoering van de overeenkomst, in redelijkheid niet in te zien waarom de consument op grond van de bestaande overeenkomst gehouden zou zijn nieuwe verplichtingen aan te gaan met bij deze ondernemer.

Op grond van het vorenstaande is de commissie van oordeel dat de gedeeltelijke partijontbinding van de overeenkomst door de consument uitsluitend betrekking kan hebben op de afrekening tussen partijen, nu immers geen sprake meer was van een lopende overeenkomst en partijen slechts behoeven af te rekenen hetgeen door de consument is betaald en door de ondernemer niet ten dienste van de consument is besteed.

De ondernemer heeft geen opmerkingen gemaakt over het door de consument in het verzoek genoemde bedrag van € 400,45. Nu het bedrag door de consument behoorlijk is gemotiveerd, zal de commissie dat bedrag aanmerken als niet in geschil tussen partijen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 400,45.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,-- aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 330,--.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 29 april 2010.

Commissie: Rijopleidingen

Referentienummer: RYO09-0009

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven