Beroep op kwaliteitsgebrek jurk niet terecht. Door niet voorzichtig om te gaan met het fragiele materiaal, waarvan de jurk is gemaakt, is de schade (waaronder een brandgaatje) ontstaan

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 1 december 2007 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een bruidsjapon (verder ook te noemen: het artikel) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.550,-- plus vermaakkosten ten bedrage van € 250,--. De consument heeft de prijs volledig voldaan. Levering heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2008.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Tijdens de receptie zijn stiksels losgelaten waardoor delen van de bovenrok loshingen. De consument kon daarna niet meer lopen en dansen zonder de japon vast te houden. De stiksels waren veel te zwak en niet goed vastgezet.

De moeder van de consument heeft direct na de bruiloft bij de ondernemer gereclameerd. Deze heeft toen toegezegd dat hij een geheel nieuwe bruidsjapon zou leveren en anders het betaalde bedrag zou restitueren. Later heeft de ondernemer deze toezegging weer ontkend.

Voorts heeft de ondernemer zonder toestemming van de consument de japon door een bureau laten onderzoeken en de japon laten reinigen en repareren. De consument is van mening dat de ondernemer dit niet zonder haar toestemming had mogen doen.

De consument verlangt reparatie van de japon en een vergoeding van de geleden emotionele schade.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 29 augustus 2008 heeft de moeder van de bruid laten weten dat op de huwelijksdag een tweetal draperieën van de rok had losgelaten. Hierop heeft de ondernemer voorgesteld om de japon ter beoordeling te retourneren aan de fabrikant. Indien sprake zou zijn van een fabrieksfout zou er mogelijk een nieuwe japon geregeld worden. De fabrikant stelt dat sprake is geweest van oneigenlijk gebruik van de japon, gezien het feit dat hij slechts met veel kracht de nog bestaande hechtingen zou kunnen lostrekken. Opgemerkt wordt dat de consument of iemand anders waarschijnlijk op de japon is gaan staan of dat zij ergens aan is blijven hangen. Derhalve is de fabrikant niet bereid de schade te vergoeden. Nadat de consument vervolgens dreigde contact op te nemen met de MITEX, de consumentenbond en Radar, heeft de ondernemer zelf de situatie aan de MITEX voorgelegd en vervolgens op advies van de MITEX een kwaliteitsonderzoek laten uitvoeren bij een onpartijdig laboratorium. Dit is aan de consument medegedeeld. Uit de verklaring van het door de ondernemer ingeschakelde laboratorium blijkt dat deze de japon in vervuilde en kapotte staat heeft ontvangen. Voorts was de conclusie van het onderzoek dat wanneer op fragiele stoffen bepaalde krachten worden losgelaten, de naden en aanhechtingen kunnen losraken of verschuiven. Mogelijke oorzaak hiervan is dat men tijdens het dragen op de japon is gaan staan. Ook is een brandgat (mogelijk van een sigaret) onder het kant geconstateerd en zijn er gaten geconstateerd op plaatsen waar een plooi met een draadje is vastgemaakt. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat er geen foutief stiksel in de japon is aangebracht waardoor naden zouden afkerven.

De ondernemer acht zich derhalve niet aansprakelijk voor de door de consument geleden schade. 

Omdat de ondernemer begrijpt dat de japon emotionele waarde heeft, heeft hij als service en tegemoetkoming de japon gereinigd en deels gerepareerd. De ondernemer weerspreekt dat hij daarmee zijn aansprakelijkheid zou hebben erkend.

De ondernemer verzoekt de klacht ongegrond te verklaren en de kosten van het onpartijdig onderzoek ten bedrage van € 375,-- aan hem te vergoeden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het artikel zorgvuldig onderzocht. De commissie komt tot de volgende bevindingen en overwegingen.

De commissie stelt vast dat de bruidsjapon van zeer fragiele materialen is gemaakt waarvan duidelijk is dat daarmee zeer voorzichtig moet worden omgegaan. Dit, evenwel, is inherent aan het product. Van de koper van een dergelijk product mag worden verwacht dat deze bij de aanschaf daarvan de fragiliteit onderkent en tijdens het dragen de nodige voorzichtigheid betracht.

De zware draperieën zijn met kleine stiksels vastgezet aan de onderrok. Uit de discussie ter zitting is gebleken dat partijen dit aspect bij de laatste pas hebben besproken en dat toen de stiksels zijn gecontroleerd en waar nodig extra zijn vastgezet. Gezien deze extra aandacht acht de commissie het aannemelijk dat de japon bij aflevering in orde was. Voorts hecht de commissie ook waarde aan het rapport van het door de ondernemer ingeschakelde laboratorium, dat gaten heeft geconstateerd op plaatsen waar geen naad zit of waar een plooi met een draadje is vastgemaakt, maar geen foutief stiksel heeft kunnen constateren. De stiksels zijn derhalve niet losgelaten, maar door de stof heen getrokken. Dit wijst erop dat er spanning op de stiksels is komen te staan. De commissie acht het derhalve aannemelijk dat de japon, mogelijk onopgemerkt, is blijven haken, of dat eraan is getrokken, of dat erop is gestaan dan wel dat er op andere wijze krachten op de stof zijn losgelaten. De ondernemer valt dit niet te verwijten.

Voorts acht de commissie bewezen noch aannemelijk gemaakt dat de ondernemer onvoorwaardelijk een nieuwe japon zou hebben toegezegd dan wel restitutie van de aankoopprijs. Dit blijkt niet uit de email-wisseling en voorts ligt het niet voor de hand dat een winkelier een dergelijke toezegging doet alvorens overleg te plegen met de fabrikant.

Dat de ondernemer de japon heeft laten onderzoeken door een onafhankelijk textiellaboratorium bewijst dat de ondernemer de klacht serieus heeft genomen. Wel had de ondernemer de consument wat vaker kunnen informeren over de te ondernemen stappen, echter de commissie kan zich ook zeer goed voorstellen dat de houding van de consument daartoe niet uitnodigde. Dat de ondernemer na afronding van het onderzoek de japon heeft gerepareerd en gereinigd acht de commissie coulant. De ondernemer is daarmee ten dele al tegemoetgekomen aan de vordering van de consument. Voor een verdere tegemoetkoming in de vorm van een financiële vergoeding voor geleden emotionele schade ziet de commissie geen grond aanwezig.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Nu de ondernemer vooraf geen afspraken met de consument heeft gemaakt over de kosten van het onafhankelijke onderzoek ziet de commissie geen grond om deze kosten aan de consument door te berekenen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het door de ondernemer verlangde wordt afgewezen.

Het artikel wordt aan de consument teruggestuurd, indien deze het hierbij gevoegde strookje retourneert. De kosten van retournering komen voor rekening van de consument.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Textiel en Schoenen, bestaande uit op 18 maart 2009.

Commissie: Bruidsmode en Maatwerk

Referentienummer: TEX08-0031

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven