Ondernemer niet in gelegenheid gesteld gebrek te herstellen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 23 juni 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van overeengekomen werkzaamheden tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 267,42.

De werkzaamheden zijn verricht op of omstreeks 23 juni 2003.

De consument heeft een bedrag van € 267,42 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft begin juli 2003 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 23 juni 2003 heeft de ondernemer de waterpomp van mijn Volkswagen Polo vervangen. Een week later, toen ik naar Enschede was gereden, bleek de motor oververhit te zijn en ben ik meteen naar een garage gereden, die constateerde dat de pomp defect was, waarschijnlijk als gevolg van een te strak gespannen tandriem. Deze garage, de firma Huiskes-Kokkeler, heeft vervolgens de pomp, de tandriem en de spanrol vervangen, waarmee een bedrag gemoeid was van € 479,94. Ik vind dat deze kosten onder de garantie van de door de ondernemer verrichte reparatie dienen te vallen, doch de ondernemer is niet bereid om deze kosten aan mij te vergoeden. Betaling van de factuur van de eerste reparatie ten bedrage van € 267,42 heb ik dan ook achterwege gelaten.

De consument verlangt betaling door de ondernemer van de kosten van de door Huiskes-Kokkeler uitgevoerde reparatie ten bedrage van € 479,94.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft jegens de commissie geen verweer gevoerd, doch blijkens zijn brief van         30 augustus 2003 aan het BOVAG-bemiddelingsbureau stelt hij zich op het standpunt dat de garantie op de reparatie is komen te vervallen, nu de consument toen de klacht zich voordeed geen contact met hem heeft opgenomen, zodat hij niet in de gelegenheid is geweest om te beoordelen wat er aan de hand was en de benodigde reparatie zelf uit te voeren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 16 van de BOVAG-garantievoorwaarden dient de consument eerst de ondernemer in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen en komt de garantie op een reparatie te vervallen indien zulks achterwege wordt gelaten. Niet in geschil is dat de consument alvorens een derde opdracht te hebben gegeven om de reparatie uit te voeren, geen contact heeft gezocht met de ondernemer teneinde hem de gelegenheid te geven de klacht te beoordelen en eventueel de reparatie uit te voeren. Nu evenmin gebleken is van een noodzaak tot onmiddellijk herstel kan de consument ingevolge het bepaalde in artikel 16 van de BOVAG-garantievoorwaarden geen beroep meer doen op de in beginsel aanwezige garantie op de door de ondernemer uitgevoerde reparatie.

Derhalve komt de commissie niet toe aan de beantwoording van de vraag of het defect aan de waterpomp, een week nadat deze was vervangen, het gevolg was van een door de ondernemer bij de reparatie gemaakte fout.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend: het depotbedrag wordt in zijn geheel aan de ondernemer overgemaakt. 

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 9 februari 2004.

Commissie: Voertuigen

Referentienummer: VOE03-0570

Delen?

Was deze informatie duidelijk?

“Om de gehele uitspraak te printen: klik alle subkopjes open en print dan de pagina”
Terug naar boven