Advocaat heeft niet laakbaar en verwijtbaar opgetreden

De commissie is het niet eens met de cliënt dat de advocaat een wanprestatie heeft geleverd en laakbaar en verwijtbaar heeft gehandeld. Wel vindt de commissie dat de advocaat zich onvoldoende op de comparitie van partijen heeft voorbereid, mede gezien zijn wisselende opvattingen omtrent de haalbaarheid.

Een cliënt wendt zich tot een advocaat inzake een procedure in hoger beroep. Hij geeft hem het dossier en alle relevante informatie en legt uit wat hij met het hoger beroep wil bereiken. De advocaat geeft met stellige overtuiging aan dat de procedure zinvol is en een beter resultaat voor de cliënt oplevert dan de uitspraak van de kantonrechter. Hij zal aan de zaak beginnen na ontvangst van € 1.500,-. De cliënt betaalt dit bedrag, maar vervolgens reageert de advocaat niet op zijn e-mails waarin hij naar de stand van zaken en de acties van de advocaat informeert. Ook reageert de advocaat niet op het specifieke verzoek van de cliënt tot executoriale verkoop over te gaan van in beslaggenomen onroerende goederen van de wederpartij. Tijdens twee besprekingen blijkt dat de advocaat zich niet in de zaak heeft ingelezen, geen plan van aanpak heeft gemaakt en weinig aandacht voor de belangen van de cliënt heeft.  

Daarom laat de cliënt in een e-mail de advocaat weten dat hij geen prijs stelt op diens aanwezigheid tijdens de comparitie. Daarop neemt de advocaat telefonisch contact op en adviseert hij de cliënt het hoger beroep niet door te zetten en de zaak met gesloten beurzen te beëindigen. Ondanks het verzoek van de cliënt niet te komen verschijnt de advocaat enkele minuten vóór de aanvang van de comparitie toch. Hij zegt de cliënt weer dat het beter is niet naar binnen te gaan en in te gaan op het voorstel van de wederpartij de zaak met gesloten beurzen af te wikkelen. Maar als de rechter blijk geeft van een positieve houding ten aanzien van de cliënt slaat de mening van de advocaat direct om en verdedigt hij het standpunt van de cliënt toch. Niettemin zet hij tijdens de door de rechter gelaste schikkingsonderhandelingen de cliënt onder druk en probeert hij hem te laten schikken tegen een lager bedrag dan de cliënt wil. Ook na de comparitie is de advocaat niet erg actief.  

De cliënt is van mening dat er sprake is van dwaling ten aanzien van de haalbaarheid van de zaak, dat de advocaat laakbaar en verwijtbaar heeft opgetreden en een wanprestatie heeft geleverd. De cliënt is het voorts niet eens met de hoogte van de declaratie van de advocaat. Hoewel de advocaat pas aan de slag zou gaan na de betaling van het voorschot van € 1.500,-is hij toch eerder begonnen en brengt hij deze werkzaamheden in rekening. De cliënt wil dat de advocaat het betaalde bedrag van € 1.500,- restitueert en de openstaande declaratie van € 1.302,- laat vervallen. Ook wil hij een vergoeding voor de schade die hij door het handelen of nalaten van de advocaat heeft geleden.  

De advocaat ontkent de uitspraken die hij volgens de cliënt tijdens de inleidende bespreking heeft gedaan. Na deze bespreking heeft de cliënt zijn zaak bij een andere advocaat ondergebracht. Deze advocaat heeft wel de hoger beroepdagvaarding uitgebracht, maar de cliënt ook medegedeeld dat er geen redelijke kans op succes was. Daarop kwam de cliënt weer bij de advocaat terug. Na de betaling van het voorschot van € 1.500,- is de advocaat voor de cliënt aan de slag gegaan, maar heeft hij achteraf de tijd die hij daarvoor aan de cliënt heeft besteed wel in rekening gebracht.  

Volgens de advocaat heeft hij de door de cliënt gewenste executieverkoop afgehouden omdat de advocaat van de wederpartij met een executiegeschil dreigde en de door de deurwaarder opgegeven vordering van de cliënt niet in verhouding stond tot de waarde van het onroerend goed. De advocaat meent dat hij daarmee de cliënt in bescherming heeft genomen tegen ondoordachte wensen met een onnodig groot financieel risico. Voorafgaand aan de zitting is de cliënt op basis van de stand van zaken op dat moment geadviseerd met gesloten beurzen te schikken, maar was het standpunt van de rechter veel positiever dan was verwacht. Uiteindelijk is geen schikking bereikt omdat de cliënt en zijn wederpartij te ver uit elkaar lagen. Dit kan de advocaat niet worden verweten. Een schikking kan niet worden afgedwongen.  

De advocaat meent dat hij heeft geprobeerd de cliënt zo goed mogelijk bij te staan en dat de openstaande declaratie van € 1.302,- moet worden betaald.  

De commissie is het niet eens met de cliënt dat de advocaat laakbaar en verwijtbaar heeft opgetreden en een wanprestatie heeft geleverd. De commissie overweegt dat een advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding moet nemen en in beginsel vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid kan bepalen hoe de belangen van zijn cliënt het beste kunnen worden gediend. Dat de advocaat er voor heeft gekozen niet tot executieverkoop over te gaan, zoals de cliënt wilde, getuigt volgens de commissie niet van een onjuiste taakopvatting.  

Wel kan de commissie zich niet aan de indruk onttrekken dat de advocaat zich onvoldoende op de comparitie van partijen heeft voorbereid, mede omdat hij zijn opvatting omtrent de haalbaarheid meer dan eens heeft aangepast. In zoverre is de klacht van de cliënt gegrond. Daarom kan de advocaat geen aanspraak maken op het door hem gedeclareerde bedrag. De cliënt is hem niets meer verschuldigd. Voor een schadevergoeding ziet de commissie geen aanleiding. De cliënt heeft dat ook niet onderbouwd.

Jaarverslag SGB 2014, Geschillencommissie Advocatuur Zakelijk

Terug naar boven