aan de zijde van de ondernemer geen onregelmatigheden gevonden die het hoge verbuik van de consument kunnen verklaren, consument verantwoordelijk voor verbruik.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Water    Categorie: Omvang levering    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 119536

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekening met betrekking tot de levering van water over het jaar 2018.

De consument heeft op 3 augustus 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De jaarafrekening van 2 augustus 2017 bedroeg € 3.363,27 voor een waterverbruik van 3.443 m3.
De oorzaak van dat extreem grote verbruik is niet gevonden.
Er heeft een meterwissel plaatsgevonden op 15 februari 2018 en die meter is onderzocht. Uit de ijking is niets bijzonders gebleken.
Het gemiddelde verbruik per maand dat op die verschillende meters is geregistreerd is onbegrijpelijk groot. De registratie op de oude meter gaf 163,75 m3 per maand aan en de nieuwe meter geeft 31,75 m3 per maand aan.
Het voorstel om de jaarafrekening te corrigeren van 1.310 m3 naar 374 m3 per jaar is afgewezen door de ondernemer.

De consument verlangt het verbruik van 374 m3 te herleiden naar het gemiddelde gemeten verbruik per maand over de periode 16 februari 2018 tot en met 20 juni 2018.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De meterstanden zijn jarenlang geschat omdat de ondernemer geen reactie kreeg op de verzoeken om de meterstand door te geven. In die periode heeft de ondernemer 150 m3 per jaar in rekening gebracht.
Op 23 juni 2017 ontving de ondernemer een meterstand van 6.327 en toen bleek dat het gemiddeld waterverbruik van de consument 485 m3 per jaar is geweest gerekend vanaf de datum van plaatsing van de meter in 2003.
In de periode tussen het doorgeven van de meterstand op 23 juni 2017 en het verwisselen van de watermeter op 15 februari 2018 is 1.310 m3 verbruikt.
De consument is het in rekening gebrachte meerverbruik verschuldigd beperkt tot de laatste vijf jaar conform de wettelijke verjaringstermijn.
De ondernemer ziet geen reden om daar van af te wijken omdat het gaat om werkelijk gemeten verbruik en het ijkingsrapport geen reden geeft om aan de juistheid van het gemeten verbruik te twijfelen.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Toegegeven moet worden dat er een aanzienlijke hoeveelheid water is verbruikt door de consument zelfs rekening houdend met enig verschoven verbruik.
Hoe dat komt, weet de ondernemer niet en kan hij ook niet weten. Tot aan de meter zijn er geen onregelmatigheden gevonden en ook aan de meter is niets gevonden op grond waarvan dat verbruik kan worden gebaseerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de consument gehouden is de hoeveelheid water te betalen, die hij verbruikt. Om die hoeveelheid vast te stellen is het van belang dat de consument periodiek de juiste meterstanden doorgeeft.

De ondernemer heeft aangegeven dat de consument langere tijd geen meterstanden heeft doorgegeven en omdat daartegen niets is ingebracht door de consument, gaat de commissie er van uit dat het juist is wat de ondernemer daarover heeft gezegd.
Door de standen van de watermeter niet periodiek door te geven, heeft de consument niet aan zijn verplichting voldaan. Die verplichting vloeit voort uit de leveringsovereenkomst die tussen partijen bestaat.

Bij het wisselen van de meter in februari 2018 is het werkelijke waterverbruik van de consument van 2003 tot begin 2018 komen vast te staan en op basis daarvan heeft de ondernemer de consument een navordering gestuurd rekening houdende met de geldende verjaringstermijn.
De ondernemer is gerechtigd een dergelijke navordering te doen waarin het zogenaamde verschoven verbruik als nog in rekening wordt gebracht.

Door de ijking van de watermeter is gebleken dat die meter binnen de gestelde marges heeft gefunctioneerd en er daarom geen reden is om te twijfelen aan het geregistreerde verbruik van water.
Het enkele feit dat beide partijen het verbruik hoog noemen, brengt niet met zich mee dat de consument een deel van de nota niet hoeft te betalen.
Dat zou namelijk betekenen dat een deel van het verbruik van de consument voor rekening van de ondernemer zou blijven.

De ondernemer is verantwoordelijk voor de installatie tot en met de meter en de consument is verantwoordelijk voor de installatie na de meter.
Nu niet is gebleken van gebreken aan de installatie tot de meter en evenmin van gebreken aan de meter zelf is de commissie het met de ondernemer eens dat er onder de gegeven omstandigheden geen reden is om af te wijken van het  aan de consument in rekening gebrachte gemeten verbruik.
Op welke wijze een consument gebruik maakt van water is een eigen verantwoordelijkheid van de consument en daarop heeft de ondernemer geen zicht en geen invloed.

De commissie neemt in aanmerking dat met betrekking tot het daadwerkelijke waterverbruik van de consument geen gegevens zijn verschaft en doordat de consument ook niet ter zitting is verschenen, is de commissie niet in de gelegenheid geweest hem daarnaar te vragen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit
mr I.E. de Vries, voorzitter,
mr A.G. Vermaat en drs L. van Rootselaar, leden, op 9 oktober 2018.