Aard van de afwijking ziet op van buitenkomend onheil. Geen sprake van non-conformiteit. Ondernemer niet gehouden tot herstel noch vervanging.

  • Home >>
  • Thuiswinkel >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 105432

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 februari 2016 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het leveren van een telefoon, tegen een daarvoor door de consument te betalen prijs van € 799,–. De levering heeft plaatsgevonden op 11 maart 2016.

De consument heeft op 31 mei 2016 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 12 en 18 mei 2016 zijn er barsten ontstaan in het glas van de telefoon, de oorzaak daarvan is onbekend. Er is meerdere malen gebeld met de ondernemer, tot tweemaal toe een bezoek gebracht aan de winkel in Schiedam en éénmaal aan de winkel in Den Haag, alsmede ook e-mailverkeer met de ondernemer. De ondernemer wil echter niet meewerken aan het vergoeden van de schade omdat glasschade niet onder de fabrieksgarantie zou vallen. De consument maakt aanspraak op de wettelijke garantie ingevolge de artikelen 17 e.v. boek 7 BW. Op basis van die wettelijke garantie maakt het niet uit of de schade van binnenuit of buitenaf is ontstaan. Het toestel is normaal gebruikt, is niet gevallen en heeft niet klemgezeten.

De consument verlangt dat het apparaat kosteloos wordt gerepareerd dan wel zal worden vervangen voor een nieuw apparaat en indien dat allemaal niet mogelijk mocht zijn tot ontbinding van de koopovereenkomst zal worden overgegaan. Daarbij geeft de consument nog aan dat het toestel op eigen kosten van de consument op 23 juli 2016 is gerepareerd (voor een bedrag van € 399,–) omdat de consument geen enkele hoop meer had op een reactie van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Wij hebben van de [naam van de winkel] in Den Haag begrepen dat er ter plaatse is gekeken naar het toestel en dat toen is geconstateerd dat de schade is ontstaan door externe omstandigheden. Wij hebben geen enkele reden om te twijfelen aan die conclusie. De oorzaak ligt dus niet aan de gebrekkigheid van het toestel. Uiteraard valt de schade die door het toedoen van de consument zelf is ontstaan niet onder de (wettelijke) garantie. Op basis daarvan concluderen wij dat er voor de ondernemer geen aanleiding was en is om de telefoon onder (wettelijke) garantie te laten repareren.

Kort voor de zitting heeft de ondernemer nog een expertiserapport van een technisch specialist bij de ondernemer in het geding gebracht. Daaruit volgt kort gezegd dat gelet op de aard en de locatie van de twee geconstateerde barsten (op basis van de door de consument aan de ondernemer toegestuurde twee foto’s) kan worden geconcludeerd dat de schade van buitenaf is ontstaan en niet door een productiefout in het scherm zelf.

Ter zitting is namens de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Er is bij dit soort toestellen inderdaad gebruik gemaakt van sterk glas, dat blijkt ook uit het in het geding gebrachte expertiserapport. Ook zulk glas kan echter stuk gaan. De schade die is ontstaan aan het glas kan niet zomaar spontaan plaatsvinden. Dat is gebeurd door een externe factor/oorzaak. Op basis van de foto’s die door de consument aan de ondernemer zijn gestuurd heeft een technisch expert kunnen vaststellen dat de schade van buitenaf is ontstaan; ik verwijs daartoe naar het overgelegde expertiserapport. Dat rapport bevestigt de eerdere bevindingen van de [naam van de winkel] in Den Haag, alwaar de consument met het toestel naartoe is geweest.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft geen onderzoek kunnen uitvoeren naar de oorzaak van het defect omdat de consument op 23 juli 2016 het toestel voor eigen kosten heeft laten repareren. De consument was ook niet meer in het bezit van het vervangen defecte onderdeel dat mogelijk bij had kunnen dragen aan het onderzoek. De consument heeft verder verklaard dat “al zou het zo zijn dat het toestel onbewust door eigen toedoen beschadigd zou zijn, zijn wij nog steeds van mening dat dit met het super sterke glas waar de ondernemer reclame mee maakt, niet binnen twee maanden al had mogen gebeuren”.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In het licht van de in deze zaak geschetste omstandigheden onderschrijft de commissie het standpunt van de ondernemer. Daaruit volgt dat het defect (barsten in het scherm) ontstaan is door druk/invloed van buitenaf (en niet door een productiefout in het scherm zelf). Dat standpunt vindt bevestiging in de eerdere en reeds aan de consument kenbaar gemaakte bevindingen van de [naam van de winkel] in Den Haag en in het kort voor de zitting door de ondernemer nog aangeleverde expertiserapport. Uit de toelichting en onderzoek van de door de consument verstuurde foto’s blijkt enerzijds dat het zo goed als onmogelijk is dat weken of maanden na productie (en uitlevering aan de consument) een display spontaan uit zichzelf zou kunnen barsten, terwijl aan de hand van de geconstateerde en bekeken barsten in het scherm van het desbetreffende toestel van de consument en de punten van impact van de barsten tot de conclusie wordt gekomen dat gelet op de aard en locatie van die twee barsten geconcludeerd kan worden dat de schade van buitenaf is ontstaan. Ook de commissie acht het uitgesloten dat breuken in het scherm uit zichzelf kunnen zijn ontstaan. Van een technisch defect dan wel andere defecten aan het apparaat is niet gebleken. Aldus komt de commissie tot de conclusie dat sprake is geweest van druk van buitenaf c.q. externe oorzaak waarbij verder heeft te gelden dat van de zijde van de consument daartegen geen enkel (tegen)bewijs is ingebracht. Doordat de consument eigenhandig heeft besloten om het toestel te laten repareren voordat hij zijn klacht bij de commissie had ingediend en een door de commissie ingeschakelde deskundige het apparaat niet meer heeft kunnen beoordelen en de consument ten slotte ook nog het defecte onderdeel/glas niet meer in het bezit had, zal nader bewijs ook niet meer geleverd kunnen worden, hetgeen voor rekening en risico van de consument komt.

Gelet op de hiervoor genoemde bevindingen komt de consument ook geen beroep toe op het bewijsvermoeden bij consumentenkoop ex artikel 7:18 lid 2 BW dat wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien de afwijking zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart omdat – zoals in deze zaak – de aard van de afwijking (breuken in het scherm) zich daartegen verzet. In deze zaak kan worden vastgesteld dat de aard van de afwijking ziet op van buitenkomend onheil (invloed c.q. druk van buitenaf) zodat het wettelijk vermoeden in deze zaak niet opgaat. Aldus is de ondernemer niet gehouden om het toestel onder garantie te laten repareren, dan wel te vervangen, dan wel tot restitutie van het aankoopbedrag over te gaan. Dat betekent dat de klacht van de consument faalt en dat de commissie van oordeel is dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel op 17 januari 2017.