Accommodatie geboekt onder valse naam

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Kosten / Ontbinding    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 208599/215256

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De recreant klaagt erover dat hij en zijn gezelschap vanwege overlast vroegtijdig zijn weggestuurd uit het huisje. Ook klaagt de consument over de schoonmaakkosten die hij heeft moeten betalen. Ter zitting is gebleken dat de recreant het huisje bewust had geboekt op een onjuiste naam. De recreant verlangt terugbetaling van de schoonmaakkosten en een deel van de kosten van het huisje. Dat er niet eerst een schriftelijke waarschuwing is gegeven kan de recreant naar het oordeel van de commissie niet baten. Daar verzet de redelijkheid en billijkheid zich tegen. Ook heeft de recreant volgens de commissie voldoende tijd gehad om de accommodatie schoon te maken. Zowel de eenzijdige ontbinding als de schoonmaakkosten zijn dan ook gerechtvaardigd. De klacht is ongegrond.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Recreatie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

Het geschil is ter zitting behandeld op 5 oktober 2023 te Utrecht (en via [videoverbinding])

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

De recreant werd ter zitting vertegenwoordigd door de heren [naam], [naam] en [naam].

De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door haar vennoten, de heer en mevrouw [naam].

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 6 maart 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het ter beschikking stellen van een groeps-accommodatie tegen de daarvoor door de recreant te betalen prijs van € 2.925,–.

De recreant heeft op 18 maart 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de recreant
Het standpunt van de recreant luidt in hoofdzaak als volgt.

Tijdens ons verblijf zijn wij vroegtijdig weggestuurd vanwege overlast. Dit is gebeurd zonder schriftelijke waarschuwing en daarbij is ons niet genoeg tijd gegund om de accommodatie schoon te maken. We hebben moeten betalen voor het hele weekend en tevens zijn schoonmaakkosten (door verrekening met de borgsom) in rekening gebracht. De eigenaar had ons niet zonder schriftelijke waarschuwing van het terrein mogen verwijderen en wij vinden het daarom niet terecht dat er schoonmaakkosten in rekening zijn gebracht terwijl wij niet genoeg tijd hebben gekregen om het schoon te maken.

Ter zitting heeft de recreant verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Recreant blijft bij wat door hem is aangevoerd. Het klopt dat deze groepsaccommodatie is geboekt  op naam van de [naam volleybalvereniging]. Het gaat inderdaad feitelijk om een studentendispuut met de ghostname “[naam studentendispuut]”. Als we dat meteen bij een boeking zeggen, krijgen we nergens een onderkomen voor deze groep. Het is al moeilijk genoeg om voor deze groep een accommodatie te vinden op internet. Het klopt dat dit meteen bij aankomst tot een discussie met de ondernemer heeft geleid, die ons eerst alsnog wilde weigeren. Gelukkig voor ons werd toen toch goedgevonden dat we mochten blijven, mits we ons aan de regels hielden. Het klopt dat de ondernemer ons toen stevig heeft gewaarschuwd voor overlast, omdat we anders de accommodatie moesten verlaten.

Wij verlangen van de commissie een beoordeling van de hoogte van het bedrag dat wegens schoonmaakkosten is ingehouden op de borgsom. De ondernemer had niet zomaar onze overeenkomst mogen beëindigen, maar had eerst schriftelijk moeten waarschuwen. We hebben ook geen deel van de huur teruggekregen. Het is allemaal heel ongelukkig hoe het gelopen is. Ik begrijp dat de eigenaar wakker is geworden van het brandalarm. We hadden graag onze excuses willen aanbieden. Er is door ons echt werk gemaakt van het schoonmaken. Op de foto’s kunt u zien dat het allemaal best meevalt met de vervuiling. De start was ook een ongelukkige. Het kan wel kloppen dat de eigenaar ons toen meteen heeft gewaarschuwd voor eventuele overlast.

De recreant verlangt dat de verhuurder verantwoording aflegt voor de ingehouden borg. Daarbij zijn wij van mening dat wij recht hebben op teruggave van minstens de helft van de som die is betaald voor de twee overnachtingen. Immers, wij zijn zonder waarschuwing weggestuurd voor overlast, na de eerste avond. Dat betekent dat de verhuurder niet heeft voldaan aan de overeenkomst. Verder hebben wij de accommodatie schoon achtergelaten, hier zijn foto’s en een video van. Toch is er 14 uur à € 40,– per uur aan schoonmaakkosten gerekend. Dit is hoe dan ook buiten proportie. Wij zien graag een groot deel van de schoonmaakkosten terug samen met de helft van de kosten van de overnachting.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Wij vinden het jammer dat de heer [recreant] u maar gedeeltelijk heeft geïnformeerd over de situatie. De heer [recreant] heeft geboekt onder valse voorwendselen als volleybalvereniging. Maar het bleek dus uit de deelnemerslijst dat er van de groep geen enkel persoon lid is van deze volleybalvereniging. Bij aankomst heb ik de heer [recreant] apart genomen en in de accommodatie verteld dat hij dus onder valse voorwendselen gereserveerd had en wij hem dus de toegang konden weigeren. Hij schrok dat ik hem dat vertelde, maar ik zei dat wij hem uit coulance wel toe zouden laten, maar heb hem daarbij meteen gewaarschuwd dat zodra de groep zich niet aan de huisregels hield en onze spullen niet met respect zou behandelen, zij per direct uit de accommodatie verwijderd zouden worden. Hier ging de heer [recreant] mee akkoord.

In de nacht om 03:30 werden wij gewekt door de meldkamer dat er brandalarm in de accommodatie was. Ik ben direct er heen gegaan en zag dat er een aantal studenten bij het meldpaneel stond en daarbij op de knoppen drukte. Op het moment dat ik binnenkwam stopte de “slow whoop” met het ontruimingsgeluid. Zij hebben sowieso geen recht om aan het meldpaneel te komen. Ik vroeg waar het alarm afgegaan was en zij zeiden in de keuken. Toen ik onderweg naar de keuken de zaal binnenkwam schrok ik me wezenloos. Al het meubilair lag langs de kant gekwakt, de hele vloer in beide zalen en in de gang naar de keuken was zeiknat van het bier. Er werd bier getapt uit vaten die op de grond stonden met een soort blaasbalg om de druk erop te houden. In de keuken aangekomen vertelden ze me dat ze aan het tosti’s bakken waren. In de huisregels staat duidelijk dat er minimaal één persoon nuchter dient te blijven. Ook waren er een aantal personen blauw geschminkt zodat het geheel ook nog op een ontgroening leek. Zowel het correct omgaan met het meubilair als het niet toegestaan zijn van ontgroeningsrituelen staan duidelijk in de huisregels vermeld.

Ik vroeg waar de heer [recreant] was, deze lag op bed, waarop ik vroeg om hem te halen, omdat ik hem wilde spreken. Toen de heer [recreant] beneden gekomen was vertelde ik hem dat de groep door het gedrag om 11:00 uur uit de accommodatie vertrokken diende te zijn. De groep heeft toen nog wel tussen 03:30 en 11:00 uur een poging gedaan om de accommodatie schoon te maken, maar de bijgaande foto’s laten zien dat dit niet gelukt is. Dit zijn slechts enkele foto’s die ik gemaakt heb. Mocht u er nog meer willen zien dan is dat geen enkel probleem. De deuren, kasten, bankstel, tafels en stoelen, plafond, alles zat er onder de spetters en druipers van de drank.

Het aantal van 14 uren schoonmaak is 7 uur van de uitzendkracht plus 7 uur meewerken van mijn vrouw. Alle meubilair moest aan de kant en we hebben met de schrobmachine en waterzuiger de accommodatie weer schoon kunnen krijgen. Het serviesgoed was nat en niet schoon in de kast gezet dus dit hebben wij opnieuw moeten wassen. De sanitaire gedeeltes waren ook niet schoon. Ook hebben nog een paar kinderen en ikzelf een paar uur meegeholpen: deze uren hebben wij niet in rekening gebracht.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. De huurovereenkomst is met recht en reden tussentijds beëindigd. De met de borgsom verrekende schoonmaakkosten zijn zonder meer reëel. Recreant heeft geen aanspraak op terugbetaling van een deel van de huursom. De groep heeft wel degelijk ruim de tijd gehad om alles zelf schoon te maken en op te ruimen. Dat is dus niet gebeurd, wat uit de foto’s blijkt. Meteen bij aankomst bleek dat het geen volleybalvereniging was maar een studentendispuut. Ik heb hier meteen met de heer [recreant] overgesproken. Ik heb ondanks dat toen de groep wel toegelaten onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zodra sprake zou zijn van overlast, ik het verblijf onmiddellijk zou beëindigen. De heer [recreant] heeft expliciet met die voorwaarde ingestemd en was zichtbaar blij dat de groep mocht blijven. De 14 schoonmaakuren zijn geheel terecht in rekening gebracht. Niet alle schoonmaakinspanningen zijn aldus in rekening gebracht. De ruimte was ook vervuild met loopsporen door de drank op de vloer. Na verrekening is het restantbedrag van de borgsom terugbetaald.

Het door recreant gevorderde moet dus worden afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Van het door partijen overeengekomene maken deel uit de RECRON Voorwaarden Groepsaccommodaties/Conferentieoorden (1 juli 2016). Artikel 9 van die algemene voorwaarden luidt – voor zover hier relevant – aldus:

“Artikel 9: Tussentijdse beëindiging door de ondernemer en ontruiming bij een toerekenbare tekortkoming en/of onrechtmatige daad

  1. De ondernemer kan de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen:

    a. Indien de contractant en/of de groepsleden de verplichtingen uit de overeenkomst, de regels uit de bijbehorende informatie en/of de overheidsvoorschriften, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, niet of niet behoorlijk naleeft of naleven en wel in zodanige mate dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de ondernemer niet kan worden gevergd, dat de overeenkomst wordt voortgezet;

  2. Indien de contractant en/of de groepsleden ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, overlast aan de ondernemer en/of anderen bezorgt/bezorgen, of indien de contractant en/of de groepsleden de goede sfeer op of in de directe omgeving van het terrein bederft/ bederven;
  3. Indien de contractant en/of de groepsleden, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing door gebruik van het groepsverblijf in strijd met de bestemming van het terrein handelt/handelen;
  4. Indien de ondernemer tussentijdse opzegging en ontruiming wenst, moet hij dit de contractant bij persoonlijk overhandigde brief laten weten. In die brief moet de contractant worden gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen aan de Geschillencommissie en op de termijn, zoals omschreven in artikel 13 lid 3, die daarbij in acht genomen moet worden. De schriftelijke waarschuwing kan in dringende gevallen achterwege worden gelaten.
  5. Na opzegging dient de contractant ervoor te zorgen dat de groepsaccommodatie is ontruimd en de groep dan wel de betreffende groepsleden het terrein ten spoedigste hebben verlaten, doch uiterlijk binnen vier uur.
  6. Indien de contractant nalaat de groepsaccommodatie te ontruimen, is de ondernemer gerechtigd de groepsaccommodatie op kosten van de contractant te ontruimen.
  7. De contractant blijft in beginsel gehouden het overeengekomen tarief te betalen.”

De commissie stelt vast dat meteen na aankomst van de groep terecht door de ondernemer is geconstateerd dat feitelijk geen sportvereniging maar een studentendispuut zich had aangemeld voor het huren van de groepsaccommodatie. Daar is meteen bij aankomst door de ondernemer een punt van gemaakt, omdat de ondernemer – mede blijkend uit diens reglement – niet pleegt te verhuren aan groepen van studenten. In het daaropvolgende gesprek met de vertegenwoordiger van de groep, de heer [recreant], heeft de ondernemer de verhuur van deze groepsaccommodatie desondanks toch door laten gaan, doch zulks met de toen uitdrukkelijk meegedeelde en door de heer [recreant] toen mondeling geaccepteerde voorwaarde dat bij overlast de huurovereenkomst onmiddellijk eenzijdig door de ondernemer kon worden beëindigd en overgegaan moest worden tot ontruiming.

Indachtig die gang van zaken verzetten de redelijkheid en billijkheid zich naar het oordeel van de commissie tegen het beroep dat de recreant doet op de in voormeld artikel vastgelegde eis van het schriftelijk vastgelegd moeten zijn van de aan de groep gegeven waarschuwing. De recreant was door voormelde ten gunste van recreant bij aankomst gemaakte afspraak terdege op de hoogte van het feit dat overlast kon leiden tot onmiddellijke eenzijdige beëindiging van de overeenkomst en daaropvolgende ontruiming. Juist daarom is de eis van het schriftelijk vastgelegd zijn, opgenomen in voormelde bepaling. Hier is dus niet in geschil dat recreant meteen bij aanvang van de feitelijke huur is gewaarschuwd in voormelde zin en dat die waarschuwing deel uitmaakte van de door partijen gemaakte afspraken.

De commissie is los hiervan overigens ook van oordeel dat sprake is geweest van een dringend geval zoals is bedoeld in lid 2 van artikel 9, waarbij de eis van schriftelijke vastlegging van de waarschuwing vervalt.

De commissie heeft geen reden om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de eenzijdige beëindiging van de huurovereenkomst om reden van (ernstige) overlast. Dit ook nu recreant ruim gelegenheid is geboden om de ontruiming te realiseren en het gehuurde schoon en opgeruimd achter te laten. Immers is recreant aangezegd om het gehuurde eerst die ochtend om uiterlijk 11:00 te verlaten. Daarin is meer dan voldoende tijd begrepen om zelf c.q. in eigen beheer het gehuurde schoon en opgeruimd achter te laten, zoals was overeengekomen.

De door de ondernemer in het geding gebrachte foto’s van de nadien aangetroffen situatie zoals toegelicht door de ondernemer, maken zonder meer duidelijk dat recreant (ook) toerekenbaar tekort is geschoten in die verplichting.

De commissie is mede op basis daarvan van oordeel dat de ondernemer in redelijkheid 14 schoonmaakuren in rekening heeft mogen brengen tegen het daarvoor gehanteerde tarief.

Uit lid 4 van het hierboven aangehaalde artikel volgt dat de ondernemer bij de hier aan de orde zijnde tussentijdse eenzijdige beëindiging van de huurovereenkomst niet gehouden is tot partiele ontbinding van de huurovereenkomst. Of anders gezegd: recreant kan niet afdwingen dat in die situatie een evenredig deel van de huur moet worden terugbetaald.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de recreant verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer H.H. Van der Linden en mevrouw J. Hagedoorn op 5 oktober 2023.