Andere voorwaarden gehanteerd. BOVAG namens de ondernemer alsnog BOVAG-standaardvoorwaarden van toepassing verklaard (2)

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE07-0392

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 18 december 2006 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst.
De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Fiat Seicento tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 4.300,–.
De levering vond plaats op of omstreeks 20 december 2006.
 
De consument heeft op 20 december 2006 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De ondernemer is in gebreke gebleven bij levering. Zij hebben niet voldaan aan wat ik op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Bij levering ontving ik slechts één sleutel met, naar wat later bleek, een onjuist codekaartje. Aan de hand van het van de ondernemer ontvangen codekaartje heb ik voor € 116,80 een sleutel laten bijmaken waar ik niets mee kan. De Fiatdealer kon geen reservesleutel bijmaken, ook niet nadat ze bij de Fiatfabriek in Italië een code hadden opgevraagd aan de hand van het chassisnummer. 
Voorts ben ik niet juist voorgelicht over de Bovag garantie, namelijk de aanvullende voorwaarde van een aankoopbedrag van minimaal 35% van de oorspronkelijke catalogusprijs. Er is alleen gesproken over Bovag garantie bij een aankoopbedrag vanaf € 4.500,–. Deze voorwaarde is door de ondernemer geschrapt uit artikel 15 van de algemene Bovag voorwaarden. Ik kwam dus wel in aanmerking voor Bovag garantie en dat is mij ontnomen.
 
Ik vorder ontbinding van de koop of installatie van een nieuw slot met toebehoren door Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden op kosten van de ondernemer.
 
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
 
Ik ging ervan uit dat ik drie maanden volledige garantie zou krijgen. Mijn vordering betreffende installatie van een nieuw slot met toebehoren door Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden op kosten van de ondernemer heeft betrekking op het feit dat de ondernemer zelf volgens mij niet in staat is om de auto af te leveren met twee werkende sleutels, dat wil zeggen sleutels waarbij ook de startonderbreker nog functioneert. De dealer kan de codes van een nieuw slot ook registreren bij het chassisnummer in verband met de startonderbreking. Mocht Van Schaik hier ook toe in staat zijn, dan mag Van Schaik deze sleutel leveren.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
 
Wij hanteren drie niveaus van garantie die voor iedereen middels borden in de garage en op de website van ons bedrijf duidelijk wordt gemaakt. In casu is afleverpakket small overeengekomen, hetgeen drie maanden garantie inhoudt op de motor en de versnellingsbak. De klacht van de consument valt buiten deze garantie. Daar zijn wij dan ook niet aansprakelijk voor.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
 
Niet in geschil is dat de ondernemer lid is van de BOVAG (afdeling NDA).
 
Krachtens artikel 4 lid 1 van het reglement geschillencommissie voertuigen is de commissie bevoegd een geschil te behandelen indien en voor zover partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen. In de regel hanteren Bovagleden zoals de ondernemer bij overeenkomsten die zij sluiten met consumenten algemene voorwaarden waarin een bepaling is opgenomen die voorschrift dat partijen bij een geschil de mogelijkheid hebben zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen (de zogenaamde “Geschillenregeling”). In casu is dat echter niet gebeurd. De ondernemer heeft in casu bij het aangaan van de overeenkomst eigen algemene voorwaarden gehanteerd, waarin geen bepaling was opgenomen die voorschrift dat partijen bij een geschil de mogelijkheid hebben zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen.
 
Blijkens artikel 2 van Besluit BOVAG afdeling ABA 1 ‘standaardbepalingen BOVAG afdeling ABA’ (verder: het besluit) zijn BOVAG-leden echter verplicht om de standaardbepalingen te hanteren.
Uit artikel 1, aanhef en onder b, van het besluit komt naar voren dat het hanteren van andere dan de standaardvoorwaarden slechts is toegestaan, indien deze voorwaarden de consument op geen enkele wijze in een ongunstiger positie plaatsen dan de positie waarin deze zich zou bevinden indien de standaardvoorwaarden zouden worden gehanteerd.
 
Nu blijkens de door de ondernemer gehanteerde Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden geschillen die uit de overeenkomst voortvloeien niet aan de commissie kunnen worden voorgelegd en derhalve alleen de gang naar de gewone rechter voor de consument openstaat, is de commissie van oordeel dat de consument door het toepassen van genoemde voorwaarden in een ongunstiger positie is komen te verkeren, mede gezien de hoge kosten die met het voeren van een procedure voor de gewone rechter gemoeid zijn.
Derhalve rustte op de ondernemer de verplichting om de standaardbepalingen (de Algemene voorwaarden van de BOVAG) toe te passen.
 
Ingevolge artikel 6, vierde lid, van het besluit is de BOVAG, indien het lid nalaat de standaardbepalingen te hanteren en de consument zich wendt tot de Geschillencommissie Voertuigen, gemachtigd om namens het lid de toepasselijkheid van de standaardbepalingen met de consument overeen te komen en dient het lid zijn volledige medewerking te verlenen aan geschillenbeslechting door de commissie. De BOVAG is, nadat de consument zich tot de commissie heeft gewend, op grond van het besluit namens de ondernemer op 19 november 2007 de BOVAG-standaardbepalingen met de consument overeengekomen.
Deze inbreuk op de contractsvrijheid van de ondernemer, voortvloeiende uit zijn lidmaatschap van de BOVAG, wordt gerechtvaardigd door het belang dat de BOVAG blijkens de considerans van voornoemd besluit beoogt te dienen, te weten uniformiteit en duidelijkheid in de relatie tussen autobedrijf en publiek. Geconstateerd wordt dat juist het ontbreken van bedoelde duidelijkheid mede heeft geleid tot het onderhavige geschil, zodat de BOVAG terecht van de bevoegdheid om namens de ondernemer de standaardbepalingen met de consument overeen te komen gebruik heeft gemaakt. Immers, de consument is er bij het aangaan van de overeenkomst kennelijk van uitgegaan dat hij zich, gezien het BOVAG-lidmaatschap van de ondernemer, op de BOVAG-standaardbepalingen zou kunnen beroepen.
 
De commissie is dan ook van oordeel dat de BOVAG standaardbepalingen op de overeenkomst tussen de ondernemer en de consument van toepassing zijn en dat de commissie derhalve bevoegd is het onderhavige geschil te behandelen.
 
Kern van het geschil betreft de vraag of de auto ten tijde van de levering aan de consument aan de overeenkomst beantwoordde.
 
Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de
mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de
aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien, aldus art. 7:17 lid 2 BW.
 
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist, staat in dit geding vast dat de consument bij levering van de auto één sleutel ontving met, naar wat later bleek, een onjuist codekaartje.
 
De commissie stelt voorop dat het feit dat de consument bij levering van de auto slechts één sleutel heeft ontvangen van de ondernemer, nog niet betekent dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordde. Van het bovengenoemde codekaartje daarentegen mocht de consument echter verwachten dat het de eigenschappen zou bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn, hetgeen betekent dat de consument mocht verwachten dat het codekaartje geschikt zou zijn om daarmee een sleutel te kunnen bijbestellen die afgestemd kan worden op de startblokkering van de auto. Nu dat kennelijk niet het geval is, beantwoordt de bij de auto geleverde codekaart niet aan de overeenkomst.
 
De consument vordert ontbinding van de koop of installatie van een nieuw slot met toebehoren door Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden op kosten van de ondernemer. Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan heeft bij een consumentenkoop, waarvan in het onderhavige geval sprake is, de koper de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Daarenboven ontstaat deze bevoegdheid pas wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden. De commissie is van oordeel dat in casu herstel en/of vervanging mogelijk is en ook van de ondernemer gevergd kan worden. Daarenboven rechtvaardigt de afwijking van het overeengekomen, gezien haar geringe betekenis, niet de ontbinding met haar gevolgen. De vordering van de consument tot ontbinding van de koop
wijst de commissie derhalve af.
 
Als alternatieve vordering wenst de consument installatie van een nieuw slot met toebehoren door Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden op kosten van de ondernemer. Krachtens art. 7:21 lid 6 BW is de consument bevoegd het herstel door een derde (in casu Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden) te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de ondernemer te verhalen, indien de ondernemer niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan. De consument heeft de ondernemer bij brief van 15 maart 2007 aangemaand voor een reële oplossing van het onderhavige probleem te zorgen en om een schriftelijke reactie ter zake gevraagd. Naar de commissie uit de stukken begrijpt, heeft de ondernemer hierop eerst op 26 september 2007 (schriftelijk) gereageerd. De commissie van oordeel dat de ondernemer daarmee niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan. De consument is derhalve bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden op kosten van de ondernemer. Onder herstel varstaat de commissie in casu: Het uitvoeren van alle strikt noodzakelijk werkzaamheden die ervoor zorgen dat de consument in het bezit komt van een tweede sleutel die functioneert op de startonderbreker van de auto. Dit betekent dat vervanging van het gehele startcodesysteem met toebehoren overeenkomstig de offerte van Fiat-dealer Talsma te Leeuwarden d.d. 27 september 2007 slechts aan de orde is voor zover dit strikt noodzakelijk is om de consument het bezit te verschaffen van een tweede sleutel die functioneert op de startonderbreker van de auto, hetgeen de commissie ter beoordeling overlaat aan degene die het herstel zal verrichten.
 
Naar de commissie begrijpt, vraagt de consument zich voorts af of de ondernemer mag afwijken van de BOVAG-standaardvoorwaarden door het recht op BOVAG-garantie contractueel uit te sluiten. Hoewel deze vraag in het midden kan blijven, nu de vordering van de consument op bovengenoemde gronden reeds is toegewezen, merkt de commissie hieromtrent op dat partijen bij de totstandkoming van een overeenkomst in beginsel vrij zijn om te bepalen dat BOVAG-garantie niet van toepassing zal zijn. Zo is het ingevolge artikel 15 van de BOVAG-voorwaarden uitdrukkelijk toegestaan dat de ondernemer geen of minder garantie verleent dan de gebruikelijke zes maanden BOVAG-garantie, mits de consument daarvan uitdrukkelijk en schriftelijk afziet.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
De consument is gerechtigd alle strikt noodzakelijk werkzaamheden door een derde te doen plaatsvinden die ervoor zorgen dat zij in het bezit komt van een tweede sleutel die functioneert op de startonderbreker van de auto en de kosten daarvan op de ondernemer te verhalen. De consument heeft (uiteraard) ook de keuze om deze werkzaamheden te laten uitvoeren door de ondernemer. In dat geval brengt de ondernemer de consument ter zake geen kosten in rekening.
 
Indien de consument ervoor kiest om de noodzakelijke werkzaamheden te laten verrichten door een derde, dient betaling van de kosten daarvan door de ondernemer plaats te vinden binnen een maand nadat de consument hierom heeft verzocht.
 
Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.

Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van acht weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
 
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 6 december 2007.