Annulering omdat de geboekte accommodatie besloten had pas later in het seizoen open te gaan

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Beëindiging    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI06-1026

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 december 2005 via een boekingskantoor met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor twee personen naar Formentera in Spanje met verblijf in een hotel op basis van halfpension, voor de periode van 7 mei 2006 tot en met 28 mei 2006 voor de som van € 1.170,– in totaal.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 3 mei 2006 werden wij gebeld met de mededeling dat de reis niet kon doorgaan omdat het complex nog niet geopend zou zijn. Op 4 mei 2006 werd als alternatief een studio in plaats van het geboekte tweekamerappartement geboden op een elders op het eiland gelegen complex. Hiermee gingen wij niet akkoord. Op 5 mei 2006 werd een familiekamer in een hotel aangeboden. Omdat het één kamer betrof hebben wij dit afgewezen. Wij hebben vervolgens zelf voorgesteld de reis onder dezelfde voorwaarden over te boeken naar september 2006. Ook in die periode bleek geen gelijkwaardig alternatief voorhanden. Wij hebben uiteindelijk een bedrag van € 865,– moeten bijbetalen voor een gelijkwaardige reis in september 2006. Het is niet redelijk dat wij als gevolg van de fout een hoger bedrag voor de vakantie hebben moeten uitgeven.   Klager verlangt een vergoeding van € 865,16 in totaal.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   In juni 2004 boekte klager bij een van onze reisbureaus bij een andere reisorganisator onder optie een reis met vertrek 10 mei 2005. In december 2004 werd de reis definitief gemaakt met als vertrek 8 mei 2005. In maart 2005 nam klager met het boekingskantoor contact op om de reis te annuleren. Klager werd toen uitgelegd dat hieraan annuleringskosten verbonden zouden zijn. Klager koos er toen voor om de reis te verzetten naar vertrek op 18 september 2005, waarbij het boekingskantoor en die reisorganisator zich heel coulant hebben opgesteld door slechts € 43,– aan wijzigingskosten door te belasten. In juni 2005 wilde klager de boeking wederom wijzigen, nu naar vertrek op 7 mei 2006. Ook deze keer hebben het boekingskantoor en de reisorganisator zich coulant opgesteld door voor deze wijziging € 86,04 te berekenen. Omdat de reis tot het volgende jaar werd uitgesteld, diende deze boeking als voorreservering behandeld te worden, met dien verstande dat klager hiervan niet meer kon afzien. In december 2005 bleek dat de andere reisorganisator de door klager gekozen bestemming niet meer aanbood. Het boekingkantoor heeft toen naar een alternatief gezocht. Dit werd een voorboeking bij onze organisatie voor een 22-daagse vliegvakantie voor twee personen met verblijf in een bungalow op basis van logies voor de periode 7 mei 2006 tot en met 28 mei 2006. Deze voorboeking werd door onze organisatie op 20 december 2005 definitief gemaakt. Op 23 december 2005 werd deze reis omgezet naar verblijf in een tweekamerappartement in een ander complex op basis van halfpension. Klager kon namelijk voor deze accommodatie gebruik maken van de aanzienlijke vroegboekkorting van € 966,– totaal, waardoor de reissom niet € 2.136,– doch € 1.170,– totaal bedroeg.   Vier dagen voor vertrek van klager waren wij genoodzaakt klager op de hoogte te stellen van een wijziging van de reis, omdat de geboekte accommodatie had besloten pas later in het seizoen open te gaan. Tegelijk werd een alternatief in de vorm van een studio in een ander complex op basis van halfpension aangeboden. Ofschoon de totale oppervlakte van de studio overeenkwam met die van het geboekte appartement, ging klager niet akkoord met het aangeboden alternatief. De classificatie van dit alternatief was bovendien hoger dan hetgeen klager boekte. Ook een tweede alternatief werd niet door klager geaccepteerd. In feite had na deze afwijzing de reis geannuleerd dienen te worden conform artikel 11 lid 6 van de reisvoorwaarden. Klager gaf echter te kennen de eerst geboekte reis alsnog in september 2006 te willen maken. Als tegemoetkoming voor de gevolgen van de wijziging die onze organisatie moest doorvoeren, werd 10% van de oude reissom in mindering gebracht op de nieuwe reissom, namelijk € 117,34.   Al met al menen wij dat onze organisatie gehandeld heeft conform de ANVR-voorwaarden. Dat klager geconfronteerd werd met een veel hogere reissom, kan onze organisatie niet worden aangerekend. De door ons aangeboden alternatieven stonden naar alle redelijke maatstaven in verhouding tot hetgeen klager had geboekt. Klager heeft ons daarnaast op het moment van de wijziging niet te kennen gegeven het prijsverschil tussen de twee reizen op ons te willen verhalen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Hoewel klager weinig standvastig is gebleken in zijn voornemen om op vakantie te gaan naar de voorgestane bestemming, kan de commissie aan de voorgeschiedenis met de daarbij gedane gebaren van coulance geen betekenis toekennen in haar beoordeling over het gebeurde met de reis, zoals deze hiervoor onder het onderwerp van het geschil is vastgelegd.   Vaststaat dat de tijdig geboekte accommodatie niet geboden kon worden wegens een omstandigheid, waarvoor de reisorganisator tegenover klager de verantwoording draagt, ook al zal de accommodatieverschaffer de reisorganisator te laat hebben geïnformeerd over de sluiting in dit tijdvak. De geboden alternatieven zijn wat betreft soort en situering niet gelijkwaardig geweest aan hetgeen tussen partijen was overeengekomen. Klager heeft deze dan ook met goede redenen afgewezen. De vervolgens door de reisorganisator genomen beslissing komt in principe neer op opzegging van de overeenkomst wegens een hem toe te rekenen omstandigheid. Dat de reeds betaalde reissom uiteindelijk is verrekend met een bij de reisorganisator nieuw te boeken reis in september 2006 doet daaraan niet af.   Ter beoordeling aan de commissie ligt thans de vraag voor of de door de reisorganisator aan klager gegeven genoegdoening van 10% van de som van de opgezegde reis in overeenstemming is met de gegeven omstandigheden. De commissie oordeelt dit niet het geval. Klager is dusdanig kort vóór aanvang van de reis ermee geconfronteerd dat voorgenomen vakantie geen doorgang kon vinden, dat een hogere financiële genoegdoening op haar plaats is. De toe te wijzen vergoeding wordt redelijkerwijs afgewogen tegen de som van de oorspronkelijk geboekte reis. Dit zou ook het geval zijn geweest, indien klager met de reisorganisator geen nieuwe reis in september 2006 zou zijn overeengekomen. Dat klager daarbij het voordeel van de oorspronkelijke korting wegens vroeg boeking miste, is hem tevoren kenbaar gemaakt en heeft hij in feite geaccepteerd door de reis met verblijf in september 2006 te boeken.   Tot slot herhaalt de commissie hier hetgeen waarop zij partijen reeds ter zitting heeft gewezen, te weten dat het geschil over de op 27 december 2005 geboekte reis ter beslechting aan haar is voorgelegd. De in de correspondentie gemelde klacht over de uitvoering van de vervolgens geboekte reis in september 2006 kan de commissie daarbij niet meenemen. De commissie volstaat er in dit verband mee hier de ter zitting door de vertegenwoordiger van de reisorganisator gedane toezegging om daarop alsnog inhoudelijk naar klager toe te reageren, vast te leggen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 350,–, voorzover daaraan bij de verrekening van de oorspronkelijke reissom en som voor de nieuwe reis niet reeds is voldaan. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de reisorganisator bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 60,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 18 december 2006.