Bedenktermijn gaat lopen nadat daadwerkelijk van de dienst gebruik kan worden gemaakt, dus nadat de hardware is ontvangen.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 104471

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft beëindiging abonnement en bedenktijd.

De consument heeft in juni 2016 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 2 juni 2016 heb ik een tweejarig abonnement of de ondernemer afgesloten. Op 23 juni 2016 kreeg ik de router cq. modem en settop-box van de ondernemer geleverd. Op 30 juni 2016 heb ik de zaken aangesloten en geconstateerd dat het product niet aan mijn wensen voldeed, waarna ik direct telefonisch contact heb opgenomen om te vernemen hoe ik de spullen terug zou kunnen sturen naar de ondernemer. In dat gesprek kreeg ik te horen dat de bedenktijd van 14 dagen was verstreken. Volgens de algemene voorwaarden van de ondernemer gaat de bedenktijd in op de dag van het afsluiten van de overeenkomst. Ik ben van mening dat de termijn pas gaat lopen na ontvangst van het product. Immers op dat moment kun je pas gebruik maken van het product.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De overeenkomst is op 2 juni 2016 tot stand gekomen door middel van een internet aanmelding door de consument. De bedenkperiode gaat in op het moment van aanmelding via het internet. Dit is in onze algemene voorwaarden opgenomen en wordt ook weergegeven op het scherm na de aanmelding per internet.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen is niet in geschil dat op 2 juni 2016 een overeenkomst tot stand gekomen is. Partijen zijn het niet eens omtrent het ingangstijdstip van de bedenktijd van 14 dagen. De consument meent dat deze termijn in zijn geval is aangevangen na ontvangst van de hardware, terwijl de ondernemer van mening is dat de termijn is aangevangen direct bij het sluiten van de overeenkomst.

In artikel 6:230o van het Burgerlijk Wetboek is – voor zover hier van belang – bepaald:

De consument kan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder opgave van redenen ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken, na:

a. bij een overeenkomst tot het verrichten van diensten: de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
b. bij een consumentenkoop:
1° de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de zaak heeft ontvangen;
(…..)
De commissie is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van zowel een overeenkomst tot het verlenen van diensten, als van een bruikleenovereenkomst (en ten aanzien van de hardware derhalve niet van een consumentenkoop).

In de memorie van toelichting op de Implementatiewet de Europese Richtlijn Consumentenrechten (Pb EU L 304) is ten aanzien van artikel 6:230o BW, de volgende tekst opgenomen:

“Lastiger zijn de gevallen waarbij de zaak ondergeschikt is aan de dienstverlening – bijvoorbeeld het bestellen van een pakket voor digitale televisie. In dit geval lijkt de termijn voor ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig het regime van de levering van zaken het meeste met de aard en strekking van de richtlijn overeen te stemmen. Immers, de consument kan pas zien hoe de dienst concreet werkt nadat hij de digitale ontvanger heeft geïnstalleerd en de televisiesignalen ontvangt”.
 
Tussen partijen in niet in geschil dat de consument pas na afloop van de 14 dagen termijn de beschikking kreeg over de door de ondernemer van de dienst in bruikleen te geven hardware. Daardoor kon de consument pas na aansluiting van dit hulpmiddel en aansluiting op het netwerk door de ondernemer over de betreffende dienst beschikken en dus ook pas op dat moment beoordelen of hij gebruik wil maken van deze dienst. De gedachte achter de bedenktijd dient te zijn dat de consument, die niet in staat is om het product daadwerkelijk te bekijken en te beoordelen of van de aard van de dienst(verlening) kennis te nemen, de mogelijkheid moet hebben om te beoordelen of het product of de dienst(verlening) aan zijn verwachtingen beantwoordt, en zo niet de overeenkomst binnen een redelijke termijn moet kunnen ontbinden (vergelijk Rb Arnhem 14 juni 2010, LJN BN0733).

Vorenstaande leidt tot het oordeel dat het in overeenstemming met de memorie van toelichting en de strekking van de in die memorie bedoelde richtlijn lijkt de bedenktermijn pas in te laten gaan nadat de consument daadwerkelijk van de dienst(en) van de ondernemer gebruik heeft kunnen maken. Onder die omstandigheden is de commissie van oordeel dat de bedenktermijn van 14 dagen is aangevangen op het moment dat de consument de benodigde hardware ontving met als gevolg dat de consument binnen de bedenktijd de overeenkomst heeft ontbonden.
 
Nu ontbinding zonder opgave van redenen heeft kunnen plaatsvinden, wordt aan een oordeel over de bezwaren van de consument tegen de dienstverlening door de ondernemer niet toegekomen.

De klacht van de consument is gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De tussen partijen op 2 juni 2016 tot stand gekomen overeenkomst is binnen de bedenktijd van 14 dagen na 23 juni 2016 door de consument rechtsgeldig ontbonden.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie het klachtengeld aan de consument te vergoeden.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten op 26 augustus 2016.