Berekening ligplaatskosten; bewijsprobleem bij mondelinge overeenkomst.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA Voorwaarden Bemiddeling Vaartuigen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT97.016

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een mondelinge, in juni/ juli 1996 gesloten overeenkomst tot bemiddeling bij de verkoop van het schip van de consument, een Bendie 51 motorkruiser.   De consument heeft de klacht omstreeks 14 augustus 1997, via de door hem ingeschakelde bemiddelaar de heer D. de Haan, aan de ondernemer voorgelegd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:   – afgesproken was dat de consument een bedrag aan liggeld zou betalen van f 2.000,–. De ondernemer heeft echter f 4.958,30 in rekening gebracht. – een rekening voor stroomverbruik ad f 400,– acht de consument tenminste f 300,– te hoog. – de ondernemer dient de kosten van de vervanging van de boordacccu’s te vergoeden. Dit omdat het aan de ondernemer te wijten is dat deze beschadigd zijn, nu de ondernemer niet op de hoogte was van het bestaan van de acculader/ omvormer. – de reparatie van het spat-/ windscherm ad f 125,– is ondeugdelijk uitgevoerd. De consument wenst hiervan f 100,– terug te krijgen. – de consument wenst de nota ad f 300,– voor de bemiddelingswerkzaamheden van [naam van de bemiddelaar] vergoed te krijgen.   Overigens had de consument ook al problemen met de ondernemer in het kader van een eerder gesloten bemiddelingsovereenkomst met betrekking tot een ander schip.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:   De ondernemer ontkent dat de HISWA Algemene Voorwaarden Bemiddeling Jachtmakelaars of de Hiswa Algemene Voorwaarden Huur- en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen van toepassing zijn. De Commissie zou dan ook niet bevoegd zijn.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen:   De Commissie acht zich bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Jegens de consument reeds omdat die het vragenformulier heeft ondertekend en jegens de ondernemer omdat die, als HISWA-lid, op zijn briefpapier mededeelt: “Diensten en leveringen onder HISWA-voorwaarden.” De diverse HISWA-voorwaarden verwijzen allen voor de beslechting van geschillen naar de Commissie. Voorzover de consument de toepasselijkheid van een bepaalde set algemene voorwaarden ontkent, moet het er voor gehouden worden dat deze ontkenning geen betrekking heeft op het geschillenbeding, omdat zulks in strijd komt met de kennelijke bedoeling van de consument om het geschil aan de Commissie voor te leggen. Afgezien daarvan zijn naar het oordeel van de Commissie in ieder geval de HISWA Algemene Voorwaarden Bemiddeling Jachtmakelaars van toepassing, nu deze reeds in een eerdere bemiddelingstransactie tussen partijen van toepassing waren verklaard en niet is gebleken dat de ondernemer in de volgende transactie de toepasselijkheid daarvan opeens zou hebben uitgesloten. De consument mocht er dan ook op vertrouwen dat wederom onder deze condities gehandeld werd. Temeer nu de ondernemer op zijn briefpapier naar de HISWA-voorwaarden verwijst. Nu de consument de toepasselijkheid van enige sets van HISWA-voorwaarden al dan niet expliciet heeft onderschreven, zouden alleen dan enige sets niet van toepassing zijn indien de ondernemer bij aanvaarding van de opdrachten zelf de toepasselijkheid daarvan uitdrukkelijk zou hebben uitgesloten, hetgeen de ondernemer niet heeft gedaan.   Voorzover de ondernemer heeft willen betogen dat de consument niet-ontvankelijk is in zijn klacht omdat er te laat zou zijn geklaagd bij de ondernemer en/of bij de Commissie, merkt de Commissie op dat aan dit standpunt voorbij moet worden gegaan, omdat, afgezien van het feit dat dit standpunt niet genoegzaam wordt onderbouwd, in ieder geval niet gebleken is dat de gestelde termijnoverschrijding verwijtbaar is in de zin van artikel 6 van het Reglement van de Commissie.   De Commissie stelt vast dat de consument erkent dat er een ligplaatsovereenkomst is, voor een te betalen bedrag van f 2.000,– Aan de ondernemer is het om te bewijzen dat er een prijs van méér dan f 2.000,– overeen is gekomen. De ondernemer is hierin niet geslaagd, zodat het er voor moet worden gehouden dat terzake een bedrag van f 2.000,– is overeen gekomen. De Commissie acht niet relevant of terzake naast de HISWA Algemene Voorwaarden Bemiddeling Jachtmakelaars ook de HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen van toepassing zijn. Immers, geen van deze algemene voorwaarden geeft een aanknopingspunt voor de beantwoording van de vraag of de ondernemer meer dan f 2.000,– in rekening mocht brengen. Het zou op de weg van de ondernemer hebben gelegen om de overeenkomst schriftelijk en volledig vast te leggen, zodat daaromtrent geen misverstanden zouden kunnen ontstaan, zoals hij dat kennelijk niet voor niets bij de vorige bemiddelingsovereenkomst ook heeft gedaan.   De overige klachten acht de Commissie ongegrond. Het in rekening gebrachte stroomverbruik is gezien de periode dat het schip bij de ondernemer heeft gelegen niet abnormaal. Onaannemelijk is dat er causaal verband is tussen het handelen van de ondernemer en de gestelde schade aan de accu’s. Dat de ondernemer de reparatie aan het windscherm ondeugdelijk zou hebben verricht is niet aannemelijk geworden. Een bewijs, bijvoorbeeld een factuur van de Valk, als hersteller, is niet overgelegd. De nota ad f 300,– tenslotte komt evenmin voor vergoeding in aanmerking, nu de bemiddelingswerkzaamheden de consument allicht van dienst kunnen zijn geweest, maar de Commissie is niet van oordeel dat het inroepen van de bemiddeling in redelijkheid nodig was geweest.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van ƒ 2.958,30. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd van ƒ 325,– en dient hij het klachtengeld van ƒ 250,– aan de consument te vergoeden.   Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 18 augustus 1998.