Bewijslast ondernemer extra afname hennepkwekerij

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Fraude    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE07-0204

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een door de ondernemer aan de consument opgelegde naheffing wegens extra verbruik van elektriciteit en de gemaakte kosten in verband met beweerdelijke manipulatie van de elektriciteitsmeter.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument maakt bezwaar tegen de naheffing ad € 2.641,10 die door de ondernemer is opgelegd in verband met de aangetroffen hennepplantage en stroomdiefstal. De consument geeft aan dat hij door de strafrechter weliswaar is veroordeeld voor het aanwezig hebben van een hennepplantage in zijn woning aan de ### te ###, maar dat hij is vrijgesproken van stroomdiefstal.
Voorts stelt de consument dat de door de ondernemer toegepaste rekenmethode onjuist is en dat de verzegelingen niet waren verbroken maar door een medewerker van de ondernemer zelf waren aangebracht. Bij het aangaan van het contract heeft de ondernemer de verzegelingen en de apparatuur niet gecontroleerd en de ondernemer kan dus ook niet garanderen dat er deugdelijke en fraudevrije apparatuur is geleverd. De consument stelt dat de ondernemer hem niet aansprakelijk kan stellen. Hij vordert terugbetaling van het reeds betaalde bedrag.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 20 april 2006 is door de politie in samenwerking met de ondernemer op het adres van de consument een hennepplantage aangetroffen. Geconstateerd werd dat de originele verzegeling aan de beschermkap van het telwerk van de KWh-meter was verbroken of vervangen. De door de ondernemer aan de aansluitkast aangebrachte verzegeling was eveneens verbroken. Bovendien kwamen de meterstanden op 20 april 2006 niet overeen met het normaal historisch verbruik van het pand, in relatie tot het verbruik van de aangetroffen hennepplantage. De afdeling Instrumentatie & Meting heeft geconstateerd dat de KWh-meter beschadigingen vertoont aan de binnenzijde van de meter hetgeen duidt op manipulatie. Deze constateringen wijzen er op dat de gepleegde handelingen werden verricht met het vooropgesteld doel energiediefstal te plegen.
De ondernemer heeft op basis van een aantal algemene uitgangspunten met betrekking tot het verbruik dat een hennepplantage normaal gesproken kost berekend dat in de periode oktober 2005 tot en met april 2006 een extra verbruik van 8610 KWh is afgenomen, bovenop het bij de jaarafrekening d.d. 15 november 2006 reeds in rekening gebrachte verbruik van 15.773 KWh over de periode van 27 oktober 2005 tot en met 30 april 2006. Terzake van dit extra verbruik is een bedrag in rekening gebracht van € 1.519,67. Daarbij is er van uitgegaan dat er, gezien de kalkaanslag, plantenresten, stof op filters en reflectoren drie kweken hebben plaatsgevonden in een slaapkamer.
Daarnaast zijn de volgende kosten in rekening gebracht: € 195,– administratiekosten (kosten van de interne medewerkers van de in verband met de stijging van fraudegevallen in stand te houden interne fraudeafdeling), € 147,– wegens ongedaanmaking van de illegale verzwaring, € 43,– wegens aansluitkast/klemmendeksel, € 95,– wegens onderzoek meter, € 40,94 wegens vervanging van de meter, € 135,– wegens kosten werkzaamheden inspecteur en projectleider en € 43,80 wegens afsluitkosten. Het totaalbedrag wordt daarmee € 2.641,10 inclusief BTW.
De ondernemer baseert de vordering primair op de met de consument gesloten overeenkomst. Op grond van deze overeenkomst heeft de ondernemer een elektriciteitsaansluiting aan de consument ter beschikking gesteld en is de consument gehouden daarvoor als een goed huisvader te zorgen. Nu gebleken is dat er met de aansluiting is gefraudeerd, is de consument (of dat nu door hemzelf of door derden is gedaan) toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op hem ingevolge de overeenkomst rustende verplichting en is hij gehouden de schade te vergoeden.
Subsidiair baseert de ondernemer de vordering op een door de consument jegens haar gepleegd onrechtmatige daad. Het is jegens de ondernemer onrechtmatig om met de elektriciteitsaansluiting te frauderen, of derden in de gelegenheid te stellen dat te doen. Nu tengevolge van die fraude de afgenomen elektriciteit niet door de leverancier bij de afnemer in rekening kan worden gebracht, blijven de kosten van die afgenomen elektriciteit voor rekening van de ondernemer. De consument is jegens de ondernemer gehouden die kosten te vergoeden.
Ter onderbouwing van de berekeningsmethode en de juridische grondslag van de vordering verwijst de ondernemer naar jurisprudentie van diverse rechters.
Er is inmiddels een betalingsregeling getroffen, welke door de consument wordt nagekomen. De ondernemer blijft bij de aansprakelijkheid van de consument voor het gevorderde bedrag en ziet geen reden dit bedrag terug te betalen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Door de consument wordt niet weersproken dat er in de periode voorafgaande aan april 2006 in zijn pand een hennepkwekerij is gehouden. De consument is terzake ook veroordeeld door de politierechter. Over de omvang en het aantal kweken is er wel een verschil van mening.
De consument betwist echter wel dat er sprake is geweest van stroomdiefstal door middel van manipulatie van de elektriciteitsaansluiting. Uit de het opgemaakte frauderapport moet echter worden opgemaakt dat er wel degelijk is geknoeid met de meter, zo zijn er verbroken verzegelingen en beschadigingen aan de binnenzijde van de KWh-meter geconstateerd.
Dat er echter daadwerkelijk door manipulatie van de meter diefstal van stroom heeft plaatsgevonden acht de commissie in casu niet genoegzaam aannemelijk geworden. In de eerste plaats is van belang dat de consument terzake van (betrokkenheid bij) stroomdiefstal door de strafrechter is vrijgesproken. Dit gegeven op zich is weliswaar niet doorslaggevend voor beantwoording van de vraag of er in civielrechtelijke zin sprake is van voldoende bewijs. Echter, in casu moet daarenboven worden vastgesteld dat er geen direct bewijs is voor stroomafname buiten de meter om en er in de reguliere jaarafrekening van 15 november 2006 over de in geding zijnde periode van oktober 2005 tot en met april 2006 reeds een aanzienlijk hoger op de meter wel geregistreerde verbruik van 15.773 KWh in rekening is gebracht, waar het verbruik de jaren daarvoor aanzienlijk lager was (2.892 KWh over 2003/2004 en 2.986 KWh over 2004/2005). Hieruit kan een serieus vermoeden worden afgeleid dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage in rekening is gebracht.
Het enkele feit dat verzegelingen zijn verbroken en beschadigingen zijn aangetroffen aan de binnenzijde van de meter acht de commissie in casu dan ook onvoldoende bewijs dat er daadwerkelijk 8.610 KWh extra stroom buiten de meter om is afgenomen. Het terzake in rekening gebrachte bedrag van € 1.519,67 exclusief BTW is derhalve niet verschuldigd.
Wel moet worden geoordeeld dat, nu er daadwerkelijk in het pand van de consument een hennepplantage is aangetroffen, de ondernemer terecht een onderzoek heeft ingesteld. Ook de aangetroffen verbroken verzegelingen en beschadigingen aan de meter komen voor rekening en risico van de consument, nu hij op grond van de overeenkomst inderdaad gehouden is als een goed huisvader te zorgen voor instandhouding van de elektriciteitsaansluiting. De stelling van de consument dat de ondernemer niet kan garanderen dat bij aanvang van het contract deugdelijke en fraudevrije apparatuur is geleverd en dat de verzegelingen niet waren verbroken maar door een medewerker van de ondernemer zelf zijn aangebracht, worden door de commissie als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. De commissie acht het derhalve wel redelijk dat de consument gehouden is de kosten die de ondernemer in rekening heeft gebracht voor het onderzoek en de reparaties te vergoeden. De commissie is voorts van oordeel dat de ondernemer deze kosten genoegzaam heeft gespecificeerd en onderbouwd. Zij acht deze kosten redelijk en oordeelt dat deze kosten terecht bij de consument in rekening zijn gebracht.

Conclusie is derhalve dat op het in rekening gebrachte bedrag van € 2.642,10 een bedrag van € 1.519,67, te vermeerderen met BTW, in mindering moet worden gebracht en voor zover de consument dit reeds heeft betaald middels de betalingsregeling, moet worden terugbetaald.

Mitsdien wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat terzake van de naheffing ad € 2.642,10 een bedrag van € 1.519,67, te vermeerderen met BTW, ten onrechte in rekening is gebracht en moet worden terugbetaald, indien en voorzover dit deel van de naheffing reeds door de consument aan ondernemer is betaald.
Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 22 juni 2007.