Bij aankoopkeuring is van belang wat partijen redelijkerwijs van elkaar mogen verlangen

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Keuring    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE07-0233

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een omstreeks begin februari 2006 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van werkzaamheden (het uitvoeren van een aankoopkeuring) voor de daarvoor door de consument te betalen som van € 50,–. De keuring is uitgevoerd op 8 februari 2006. De consument heeft begin maart 2006 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft de opgedragen keuring niet juist uitgevoerd. Als gevolg hiervan heeft de consument een grote schade geleden. Na de keuring is gebleken dat de auto schade had gehad. De reparatiekosten voor de consument bedroegen € 3.000,–. Deze schade was zichtbaar en had de ondernemer bij de aankoopkeuring moeten opmerken. Omdat het om een aankoopkeuring ging, wat de ondernemer wist, heeft de consument zich bij zijn beslissing tot aankoop van de auto (van een particuliere verkoper) door het oordeel van de ondernemer laten leiden. De consument acht daarom de ondernemer verantwoordelijk voor de geleden schade.   Achteraf is gebleken (bij het uitvoeren van regulier onderhoud) dat de auto van achteren aangereden was geweest en dat een achterspatbord flink roestte. Ook bleek dat de accu slecht was en dat de turbo op korte termijn vervangen moest worden. Zou de consument het bestaan van deze mankementen hebben gekend, dan zou hij de auto niet hebben gekocht.   Uit een schaderapport van een expert blijkt dat de schade (inclusief vervanging van de accu en de turbo) wordt begroot op € 2.462,88, rekening houdend met een nieuw-voor-oud voordeel.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Nadat bij het uitvoeren van een beurt was gebleken dat de auto aanrijdingschade had geleden, ben ik terug gegaan naar de ondernemer. Een medewerker, heeft mij verwezen naar het schadeherstel bedrijf van de ondernemer in [plaatsnaam]. Dat heeft mij het advies gegeven om het spatbord te vervangen. Met dat advies ben ik terug gegaan naar [plaatsnaam]. Maar daar heb ik verder helemaal geen reactie meer van gekregen.   Ik heb de historie van de auto nagetrokken. Mijn verkoper bleek van een aanrijdingschade niets te weten. Diens voorganger en de voorganger daarvóór heb ik ook gebeld. De laatste had de auto gekocht van een schadeherstel bedrijf. Toen bleek mij dat de auto bij ongeveer 20.000 kilometer een schade rechts achter heeft gehad. Ik heb advies ingewonnen bij de Consumentenbond. Die adviseerde mij dat het weinig zin had om de verkoper aan te spreken.   De schade heb ik nog niet laten herstellen. Ik kan ook gewoon met de auto rijden. De schade was ook geen reden om de auto voor de APK af te keuren. Er zit wel een roestplekje, en als je weet dat de schade er zit, kun je het ook zien aan de naad van het spatbord: de plaats daarvan aan de rechterkant wijkt af van die aan de linkerkant. Bij aankoop heb ik die roestplek niet zien zitten. Ik heb de auto gekocht voor € 9.000,–. Mijn schade bestaat hieruit, dat de auto bij inruil met dit schadeverleden en dit slordige herstel minder zal opbrengen dan zonder die schade.   De ondernemer kende de context waarin ik hem verzocht om naar de auto te kijken. Ik zocht een [merk], had er één op de vrije markt gevonden en wilde hem na laten kijken. Het moet dan toch duidelijk zijn dat ik een aankoopadvies wil, waarbij ook eventueel zichtbare schades worden gemeld.   De consument verlangt een vergoeding van de herstelkosten, door een expert geschat op € 1.738,89 incl. BTW, alsmede terugbetaling van de factuur voor de keuring ad € 50,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft een onderzoek gedaan naar een aantal door de consument specifiek genoemde punten. Er is geen opdracht gegeven om een algehele aankoopinspectie van de auto uit te voeren, maar verzocht om te beoordelen of de auto mankementen vertoonde, of de multiriem en rolletjes bij 110.000 kilometer waren vervangen, of het voertuig lekkages vertoonde en of de remblokken aan vervanging toe waren. Die punten heeft de ondernemer bekeken. De ondernemer heeft geen advies gegeven dat de aankoop risicoloos kon geschieden en evenmin garantie op het ontbreken van gebreken. Daar bestond ook geen aanleiding toe, want het ging om een vijf jaar oude auto met een hoge kilometerstand.   De ondernemer betwist voorts dat op 8 februari 2006, ten tijde van de keuring, de roestvorming aan het achterspatbord dermate groot en afwijkend was van wat normaliter valt te verwachten, dat hij daarvan melding had moeten maken aan de consument. Gebreken die aan een normaal gebruik van de auto in de weg stonden, waren er op 8 februari 2006 niet.   Ter zitting is de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd. Voor ons is altijd onduidelijk geweest van wie de auto is gekocht. De verkoper heeft kennelijk geen garantie gegeven. Wij ook niet. Wij hebben een eenvoudige schouwing uitgevoerd, van ongeveer een half uur. Daarbij is gekeken naar de specifiek door de consument genoemde punten. Ik verwijs naar het briefje, waarvan een kopie als productie drie bij ons verweer is gevoegd. Bij het bekijken van de remmen zijn de wielen niet van de auto gehaald. Dat was niet nodig. De auto is wel op de brug geweest. Dat was nodig om aan de onderzijde te zien of de auto droog was, geen lekkages vertoonde.   Het is makkelijk om achteraf te constateren dat wij die schade hadden moeten zien, wanneer je weet dat die daar zit. In beginsel voeren wij geen aankoopkeuringen (zoals de ANWB die uitvoert) uit. Dat de factuur het woord “Aankoopkeuring” vermeldt, volgt uit de codering die in ons administratief systeem staat.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   De auto in kwestie betreft een [merk] [type] [uitvoering], d.e.t. 2001, kilometerstand bij bezichtiging 180.465. De auto is uitgerust met een gasinstallatie en verkeert in goede staat van onderhoud.   Op de bodemhoek rechts achter is duidelijk zichtbaar dat de auto daar een aanrijding heeft gehad. De bodemplaat/chassisbalk vertoont nog wat oneffenheden en behoorlijk wat roestvorming. Uit de lakdiktes op het rechter achterscherm en het portier rechts achter blijkt dat deze zijn overgespoten. Het linker achterscherm heeft een normale lakdikte.   Het rechter achterscherm is op een slordige manier vervangen. De lasnaad in de rechter achterportiersponning vertoont veel roestvorming en is dus tijdens het spuiten niet met een roestwerend middel behandeld. Het verschil tussen deze lasnaad en dezelfde lasnaad aan de linkerzijde is duidelijk zichtbaar.   De accu en turbo waren al vervangen. Gelet op de leeftijd van de auto en het daarmee gereden aantal kilometers was de vervanging daarvan niet abnormaal.   Het probleem blijft dat partijen van mening verschillen omtrent de vraag wat een “aankoopkeuring” inhoudt en in hoeverre daartoe opdracht is gegeven. Een aankoopkeuring bij de ANWB duurt ongeveer 1,5 uur en kost € 154,50. Wanneer sprake is geweest van een aankoopkeuring, had het schadeverleden rechts achter opgemerkt moeten worden.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Voor wat betreft de aansprakelijkheid volgt de commissie het standpunt van de consument. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet bij de beantwoording van de vraag hoe in een overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld en of die overeenkomst een leemte laat die moet worden aangevuld worden gekeken naar de zin die partijen onder de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars uitlatingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In de context van het verzoek van de consument moet het de ondernemer zonder meer duidelijk zijn geweest dat de consument een onderzoek verlangde naar die eigenschappen van de auto die van belang konden zijn in het kader van zijn beslissing om al dan niet tot aankoop over te gaan. De opdrachtomschrijving waar de ondernemer naar verwijst (prod. 3 bij het verweer) vermeldt: “De auto zou aan een koperskeuring worden onderworpen. Ik wil graag weten of er mankementen aan zijn en welke reparaties ik kan verwachten op de korte termijn. (…)”   Blijkens hetgeen de deskundige heeft vastgesteld, was de aanrijdingschade rechts achter op vrij eenvoudige wijze vast te stellen. De auto is ook van onderen bekeken en de commissie is van oordeel dat daarbij gezien had moeten worden dat de auto rechts achter ooit een schade had gehad. Een dergelijk feit kan van belang zijn voor de vaststelling van de koopprijs of zelfs een reden vormen om van aankoop af te zien. De ondernemer had deze schade daarom moeten melden als een “mankement”, genoemd in de opdracht, zeker gelet in de context waar de consument naar verwijst.   De commissie komt dan ook tot de slotsom dat de ondernemer tekortgeschoten is in de uitvoering van zijn opdracht. In zoverre is de klacht van de consument gegrond. De vraag is echter welke consequenties dat moet hebben. Het schadeverleden staat aan een normaal gebruik van de auto niet in de weg. Het spatbord is inmiddels, bijna 18 maanden na ontdekking van de schade, nog steeds niet vervangen en dan laat zich de vraag stellen of de consument daadwerkelijk tot schadeherstel zal overgaan, of de claim op de ondernemer enkel benut als korting op de koopsom, een korting die hij van de verkoper niet meer kan bedingen. De vraag laat zich dan ook stellen wat het daadwerkelijke nadeel is dat de consument bij het bestaan van de schade ondervindt.   Ter zitting heeft de consument erop gewezen dat de auto met het schadeverleden minder waard zal zijn dan zonder dat schadeverleden. Dat zal wellicht zo zijn, maar bij een auto met de leeftijd als de onderhavige (zes jaar, ruim 180.000 gaskilometers op de teller) laat zich het waardeverschil nauwelijks nog vaststellen. Die waarde zal tevens (en zeer waarschijnlijk: hoofdzakelijk) afhankelijk zijn van een aantal andere factoren dan de toestand van het rechter achterspatbord. Dat daarin een relevant waardeverschil zou zijn gelegen, is door de consument ook niet aangetoond. Dat voert de commissie tot de slotsom dat niet is gebleken van het bestaan van een relevant nadeel dat als gevolg van het tekortschieten zou zijn ontstaan. Nu niet is gebleken dat een relevante schade bestaat, is evenmin gebleken van het bestaan van een grond om de ondernemer gehouden te achten enig bedrag aan de consument te vergoeden.   Dat neemt echter niet weg dat de klacht van de consument in beginsel wel terecht is. De commissie zal de ondernemer daarom belasten met het klachtengeld. Voorts dient de ondernemer overeenkomstig het Reglement van de commissie een bijdrage te voldoen aan de kosten van behandeling van dit geschil. Omdat hij ten dele in het gelijk wordt gesteld, zal de commissie deze bijdrage matigen tot 75% van het normaliter dienaangaande verschuldigde bedrag.   Beslissing   De commissie stelt vast dat de ondernemer toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitvoering van de hem opgedragen inspectie van de auto van de consument.   Wijst voor het overige het door de consument verlangde af.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 333,75.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 9  augustus 2007.