Bij de BOVAG reparatiegarantie is sprake van een resultaatsverbintenis.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: (On)deugdelijke levering/reparatie/onderhoud    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE99-0177

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 21 augustus 1999 tussen partijen tot stand gekomen reparatie overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van een reparatie aan een Renault 19 D van 1993, tegen de door de consument aanvankelijk overeengekomen (door de ondernemer begrote) prijs tussen ƒ 2.400,– en ƒ 2.800,–.
Reparaties zijn verricht op respectievelijk 31 augustus, 8 september en 6 oktober 1999.
De consument heeft op 30 september 1999 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:
 
De ondernemer heeft, na onderzoek aan de auto, een prijsindicatie opgegeven van tussen ƒ 2.400,– en ƒ 2.800,–.
De ondernemer heeft de mankementen onvoldoende onderzocht voordat tot reparatie werd over gegaan.
De eerste reparatie is niet naar behoren verricht, tengevolge waarvan de motor is opgeblazen en schade werd opgelopen.
 
Er blijkt een scheurtje in het motorblok te zitten, welke het gevolg is van de verkeerde reparatie.
Als dat niet zo is, zat het scheurtje al in het blok en heeft de ondernemer de motor niet goed onderzocht alvorens de prijsopgave te doen en tot reparatie te adviseren.
Ik heb de auto ook voor de tweede reparatie met een kokende motor naar de ondernemer gebracht. Reparatiekosten zijn toen niet in rekening gebracht.
 
De auto had na de eerste reparatie in orde moeten zijn.
 
De consument verlangt dat de ondernemer de in rekening gebrachte kosten, voor zover die meer bedragen dan de overeengekomen kosten, crediteert.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:
 
De consument deelde aanvankelijk mede, dat hij met een kokende motor is door blijven rijden.
De auto is door ons zorgvuldig onderzocht en volgens onze diagnose vervolgens goed gerepareerd.
Uit het onderzoek was gebleken dat de cilinderkop was gescheurd en de verstuivers waren verbrand.
 
Bij de visuele controle is geen schade aan het motorblok geconstateerd.
Kort na de reparatie is de auto weer warm gelopen. Er was een stop van een waterslang kapot gesprongen. Wij hebben de slang gerepareerd en de consument heeft daarna, op ons advies, een nieuwe radiateurdop laten monteren.
Na ongeveer 500 kilometer was er wederom koelwaterlekkage.
 
Een op ons verzoek door een Renaultdealer verricht onderzoek leverde geen resultaat op.
Wij hebben toen weer de cilinderkop gedemonteerd en gecontroleerd op lekkage, maar deze bleek in orde te zijn.
Na flink speurwerk bleek in de wand van de derde cilinder een haarscheurtje te zitten van ongeveer een centimeter.
De consument heeft ons opdracht gegeven ook deze reparatie te verrichten.
 
Beoordeling van het geschil
 
De Commissie heeft het volgende overwogen:
 
Voorop gesteld dient te worden, dat de (ter zake niet deskundige) consument zich bij het geven van een opdracht tot herstel doorgaans pleegt te houden aan het advies van de ondernemer.
Ook in het onderhavige geval heeft de consument opdracht gegeven voor het verrichten van de tweede reparatie, nadat de ondernemer hem daartoe had geadviseerd.
 
De consument heeft met zijn opdracht uitsluitend beoogd de autostoring op te heffen en heeft daarbij het gegeven deskundig advies van de ondernemer opgevolgd.
Het verweer van de ondernemer, inhoudende dat de consument ook opdracht heeft gegeven voor de vervolg reparatie(s) zal daarom worden gepasseerd.
 
Uit de ter zitting afgelegde verklaringen is gebleken, dat de ondernemer – die aanvankelijk het reparatiebedrag op ƒ 2.400,– tot ƒ 2.800,– had geschat – na gedegen onderzoek aan de motor, met de consument is overeengekomen de reparatie te verrichten voor een bedrag van ƒ 3.724,30, zoals ook op de factuur van 31 augustus 1999 vermeld.
 
Nu de opdracht en de prijs zijn tot stand gekomen (en de daarop betrekking hebbende factuur is betaald) na gedegen onderzoek door de ondernemer, staat naar het oordeel van de commissie vast dat de bedoeling van partijen was dat de auto voor die prijs weer geheel aan de redelijker wijze te stellen eisen zou voldoen.
Uit de BOVAG reparatiegarantie vloeit voort, dat de consument recht heeft op gratis herstel indien, zoals in het onderhavige geval, blijkt dat de reparatie niet het beoogde resultaat heeft gehad.
 
De vraag of het scheurtje in het motorblok al dan niet door de ondernemer op een eerder tijdstip had moeten – of had kunnen – worden opgemerkt, speelt bij de reparatiegarantie van de BOVAG geen rol, omdat bij die garantiebepalingen sprake is van een resultaatsverbintenis.
De gevolgen zijn derhalve voor rekening en risico van de ondernemer, waarbij de schuldvraag niet aan de orde is.
De rekening van 6 oktober 1999 ad ƒ 2.696,64 dient derhalve te worden gerestitueerd, evenals de rekening van 8 september 1999 ad ƒ 215,99.
 
Op grond van voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
 
De commissie zal, op het door de ondernemer te vergoeden bedrag in mindering brengen een bedrag van ƒ 148,63 inclusief BTW, aangezien de radiateurslang, bij tijdige vervanging door de ondernemer, eveneens voor rekening van de consument zou zijn gekomen.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van ƒ 2.764,–.
Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijk verschuldigde rente over dit bedrag.
  
Aldus beslist door de Geschillencommissie Auto op 9 maart 2000.