Bindend Advies-verzoek afgewezen. Bindend Advies-aspect dat de Bank ten onrechte Leningen juist wel of niet in aanmerking heeft genomen voor afdekking door een Rentederivaat, niet van toepassing. Verzoek van MKB-Klant heeft betrekking op Herstel van Modaliteitsmismatches. Hiervoor staat geen Bindend Advies open.

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 2018 - 114785

De uitspraak:

Grondslag Bindend Advies

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (hierna: het Herstelkader) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (hierna: Bindend Advies). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten (verder te noemen: de commissie) ingesteld. De commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek

Partijen zijn overeengekomen het verzoek bij wijze van Bindend Advies door de commissie te laten beslechten.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies op 12 december 2017 aangebracht bij de commissie.

De bank heeft op 1 februari 2018 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant.

Op 9 maart 2018 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de bank gereageerd.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek

Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

– De bank heeft onjuist Leningen wel of niet in aanmerking genomen voor afdekking door een Rentederivaat (ii a).

De MKB-Klant heeft op 12 december 2017 het herstelaanbod van de bank aanvaard, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De feiten

Voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier samengevat op het volgende neer.

De bank heeft aan de MKB-Klant twee Variabelrentende Leningen verstrekt, met als uiterste opnamedatum 1 februari 2005 en een looptijd van 10 jaar:

1. EUR 500.000 (Lening 1)
2. EUR 800.000 (Lening 2)

De rente is voor beide Leningen 1,0% boven het driemaands EURIBOR-tarief. Lening 1 betreft een bullet Lening welke in één bedrag diende te worden afgelost op 1 februari 2015. Lening 2 betreft een lossende Lening welke in 120 opeenvolgende maandelijkse termijnen diende te worden afgelost, met als eerste aflosdatum 1 maart 2005.

Teneinde het renterisico op de afgesloten Leningen af te dekken, heeft de MKB-Klant op 16 januari 2007 een Renteswap afgesloten op basis van éénmaands EURIBOR-tarief en met een Notional van EUR 900.000. De Notional van de Renteswap is lossend en vanaf 1 mei 2012 niet aflossend bij EUR 500.000. De ingangsdatum van de Renteswap is 2 april 2007, de einddatum 1 februari 2015.

Er is sprake van een Modaliteitsmismatch tussen het afgesloten Rentederivaat en de onderliggende Leningen nu het Rentederivaat tegen het éénmaands EURIBOR-tarief is afgesloten terwijl de Leningen op basis van het driemaands EURIBOR-tarief zijn afgesloten. De bank heeft de MKB-Klant hiervoor op 6 oktober 2016 een vergoeding van EUR 13.943,92 betaald.

De bank heeft de MKB-Klant onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

i. Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant geen Gestructureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij de bank.

ii. Er is geen sprake van technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant is sprake van een Modaliteitsmismatch nu het Rentederivaat tegen het éénmaands EURIBOR-tarief is afgesloten terwijl de Leningen op basis van het driemaands EURIBOR-tarief zijn afgesloten. Er kan echter niet worden aangetoond dat sprake is van een één-op-één relatie tussen het Rentederivaat en de Leningen, waardoor deze Modaliteitsmismatch niet in aanmerking komt voor vergoeding.

iii. De MKB-Klant ontvang een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulancevergoeding bedraagt EUR 28.010,69.

iv. Er is geen sprake van Stap 4 vergoeding nu geen sprake is van verhoging van Renteopslagen op Variabelrentende Leningen terwijl deze werden afgedekt door een Rentederivaat.

v. De MKB-Klant heeft in het verleden een eerdere financiële tegemoetkoming ontvangen vanwege herstelacties met betrekking tot het Rentederivaat. Dit bedrag van EUR 13.943,92 vermeerderd met de wettelijke rente, wordt in mindering gebracht op het aanbod waarop de MKB-Klant recht heeft ingevolge het Herstelkader.

Standpunt van de MKB-Klant

Het standpunt van de MKB-Klant luidt in hoofdzaak als volgt. Anders dan de bank stelt in haar aanbodbrief is sprake van een één-op-één relatie tussen de Renteswap en de In Aanmerking Komende Leningen van de MKB-Klant. Als gevolg daarvan komen rentevoetmismatches tussen het Rentederivaat en de In Aanmerking Komende Leningen wél voor vergoeding onder het Herstelkader in aanmerking. In dat geval heeft de bank ten onrechte een in het verleden – en losstaand van het Herstelkader – aan de MKB-Klant toegekende rentevoetmismatch-vergoeding als eerdere financiële tegemoetkoming in mindering gebracht op het aanbod dat de bank aan de MKB-Klant heeft gedaan ter uitvoering van het Herstelkader.

De MKB-Klant verzoekt aanpassing van het door de bank gedane aanbod waarbij de eerder ontvangen vergoeding voor rentevoetmismatches niet langer in mindering wordt gebracht als eerdere financiële tegemoetkoming.

Standpunt van de bank

Het standpunt van de bank luidt in hoofdzaak als volgt. Op grond van paragraaf 3.3.16a Herstelkader is bij de MKB-Klant sprake van een rentevoetmismatch. Deze rentevoetmismatch komt op grond van paragraaf 3.3.17 Herstelkader niet in aanmerking voor Herstel omdat geen sprake is van een één-op-één relatie. Van een één-op-één relatie is volgens voetnoot 35 van het Herstelkader slechts sprake indien het dossier slechts één In Aanmerking Komende Lening en één Rentederivaat bevat, of als de offerte van het Rentederivaat het Rentederivaat met specifieke referentie verbindt aan één specifieke In Aanmerking Komende Lening. Nu er twee In Aanmerking Komende Leningen zijn afgedekt met de Renteswap en in de documentatie het Rentederivaat niet met specifieke referentie verbonden is aan een specifieke In Aanmerking Komende Lening, is geen sprake van een één-op-één relatie. Op grond van paragraaf 3.6.7 Herstelkader mocht de bank dan ook de eerder uitgekeerde vergoeding als eerdere financiële tegemoetkoming die verband houdt met het Rentederivaat in mindering brengen op de uit hoofde van het Herstelkader verschuldigde compensatie.

Nadere reactie MKB-Klant op standpunt van de bank

De MKB-Klant heeft toestemming verzocht en gekregen om een nadere reactie te geven op het standpunt van de bank. Op hoofdlijnen weergegeven meent de MKB-Klant dat uit de adviesbrief van de bank kan worden afgeleid dat sprake is van een één-op-één relatie tussen de Renteswap en beide In Aanmerking Komende Leningen. Bovendien geldt dat als er geen sprake is van een één-op-één relatie als gevolg hiervan de bank een vergoeding voor Overhedge zou moeten toekennen.

Beoordeling van het verzoek

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader – houdt in dat de bank ten onrechte Leningen juist wel of niet in aanmerking heeft genomen voor afdekking door een Rentederivaat.

De commissie stelt vast dat de MKB-Klant geen Bindend Advies verzoekt met betrekking tot dit aspect. De MKB-Klant en de bank gaan allebei uit van afdekking van beide In Aanmerking Komende Leningen door het betreffende Rentederivaat. Reeds om die reden kan het verzoek – gelet op de grondslag voor Bindend Advies zoals hiervoor weergegeven – niet voor toewijzing in aanmerking komen.

De commissie constateert dat aan het meningsverschil over de vraag of sprake is van een één-op-één relatie in de zin van paragraaf 3.3.17 en voetnoot 35 van het Herstelkader alleen betekenis toekomt voor de beoordeling of Modaliteitsmismatches voor vergoeding onder het Herstelkader in aanmerking komen en dus niet voor de vraag of de bank ten onrechte Leningen juist wel of niet in aanmerking heeft genomen voor afdekking door een Rentederivaat. De vraag of sprake is van een één-op-één relatie in de zin van paragraaf 3.3.17 van het Herstelkader leent zich daarom niet voor Bindend Advies.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant wordt afgewezen. Dat houdt in dat de bank het door de MKB-Klant aanvaarde Herstelaanbod ongewijzigd kan uitvoeren voor zover dat nog niet heeft plaatsgevonden.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 5.5 van het Bindend Advies reglement zal geen teruggave plaatsvinden van de door MKB-Klant betaalde forfaitaire bijdrage van EUR 250.

Aldus beslist door de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten, bestaande uit R.J. Schimmelpenninck, B.F.M. Knüppe en R. Lord, commissieleden, op 19 juni 2018.