Bindend Advies-verzoek afgewezen. Commissie stelt vast dat de MKB-Klant niet heeft gesteld of onderbouwd dat de Leningen niet onder de afdekking van het Rentederivaat behoorden te vallen. Materiële bezwaar MKB-Klant lijkt te zien op de gebrekkige advisering, daar staat geen Bindend Advies voor open

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Herstel Overhedge heeft niet het gevolg zoals beoogd bij aangaan Lening/Rentederivaat (§3.3.7 UHK) / Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 122837

De uitspraak:

Grondslag Bindend Advies
Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (hierna: het Herstelkader) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (hierna: Bindend Advies). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten (verder te noemen: de commissie) ingesteld. De commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek
Partijen zijn overeengekomen het verzoek bij wijze van Bindend Advies door de commissie te laten beslechten.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies-verzoek op 4 februari 2019 aangebracht bij de commissie. De Bank heeft op 21 maart 2019 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant. Op 25 april 2019 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de Bank gereageerd.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek
Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

  • De Bank heeft onjuist leningen wel of niet in aanmerking genomen voor de afdekking van het rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.a als omschreven in paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader); en
  • De Bank heeft Herstel van een Overhedge aangeboden dat niet het gevolg heeft dat beoogd was bij het aangaan van de Lening of het Rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.b als omschreven in paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader).

De MKB-Klant heeft op 30 januari 2019 het herstelaanbod van de Bank geaccepteerd, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De feiten
Voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier samengevat op het volgende neer.

Op 25 augustus 2008 heeft de MKB-Klant een Cap met Knock-In Floor afgesloten voor de duur van 10 jaar op basis van het eenmaands EURIBOR-tarief en een Notional van EUR 564.547,00, een Startdatum van 1 oktober 2008 en een Einddatum van 1 oktober 2018 (hierna: het “Gestructureerde Rentederivaat“).

De Bank heeft op 8 september 2008 een financieringsvoorstel gedaan aan de MKB-Klant voor een totaalbedrag van EUR 662.200,00, welk voorstel met de navolgende voorwaarden de MKB-Klant op 10 september 2008 heeft aanvaard:

  • Een Variabelrentende Lening met een Hoofdsom van EUR 265.000,00, aflossingsvrij, een looptijd van 10 jaar, uiterlijke opnamedatum 1 november 2008 en een renteopslag van 0,85% bovenop het eenmaands EURIBOR-tarief (“Lening 1“);
  • Een Variabelrentende Lening met een Hoofdsom van EUR 297.200,00, lossend in 240 maandelijkse termijnen, een looptijd van 20 jaar, uiterlijke opnamedatum 1 november 2008 en een renteopslag van 0,85% bovenop het eenmaands EURIBOR-tarief (“Lening 2“);
  • Een rekening-courant krediet met een Hoofdsom van EUR 100.000,00 en een renteopslag van 2,00% bovenop een vaste basisrente van 5,90%(“Lening 3“).

Volgens deze kredietovereenkomst van 8/10 september 2008 is, kort samengevat, in het geval van vervroegde aflossing de MKB-Klant geen vergoeding is verschuldigd aan de Bank, in afwijking van artikel 7, onder d, van de toepasselijke ‘[naam bank] Bepalingen van toepassing op EURIBOR Leningen juli 2006’.

De Bank heeft bij brief van 6 oktober 2008 aan de MKB-Klant de afspraak bevestigd dat in het geval van vervroegde aflossing de MKB-Klant geen vergoeding is verschuldigd aan de Bank, in afwijking van artikel 7, onder d, van de toepasselijke ‘[naam bank] Bepalingen van toepassing op EURIBOR Leningen juli 2006’. De MKB-Klant heeft deze brief medeondertekend op 15 oktober 2008.

In juni 2009 verkocht de MKB-Klant een melkquotum en wenste de opbrengst hiervan aan te wenden voor de (gedeeltelijke) aflossing van Lening 1 en Lening 2. Op dat moment werd de MKB-Klant geconfronteerd met de omstandigheid dat hiervoor aanpassing van het Gestructureerde Rentederivaat nodig was en dat hieraan een vergoeding verbonden was.

De Bank heeft de MKB-Klant onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

  • Er is een Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant een Rentederivaat van het type Cap Knock-In Floor had afgesloten. De Bank heeft voor de compensatieberekening dit Rentederivaat omgezet in een Renteswap, waarbij de vaste rente van de Renteswap is vastgesteld op het laagste renteniveau van de Cap Knock-In Floor (d.i. 4,14%). Indien laatstgenoemd Rentederivaat vanaf de start een Renteswap was geweest met een rentepercentage van 4,14%, zou de MKB-Klant minder rentelasten hebben gehad. Dit verschil in rentelasten resulteert in een compensatie van EUR 46.952,32.
  • Er is sprake van technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant was de hoofdsom van het Rentederivaat op enig moment gedurende de looptijd hoger dan de hoofdsom van de onderliggende financiering. Dit resulteert in Compensatie van EUR 214,69.
  • De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulancevergoeding bedraagt EUR 37.177,50.
  • Er is geen Stap 4 vergoeding nu er gedurende de looptijd van het Rentederivaat geen sprake was van renteopslagverhogingen die in aanmerking komen voor compensatie,
  • De MKB-Klant heeft in het verleden geen eerdere financiële tegemoetkoming ontvangen vanwege herstelacties met betrekking tot het Rentederivaat. Er vindt dus geen correctie plaats in de zin van paragraaf 3.6.7 van het Herstelkader.

Het standpunt van de MKB-Klant
Het standpunt van de MKB-Klant luidt als volgt.

Ter zake van zijn beroep op paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader stelt de MKB-Klant dat de Bank in haar aanbod tot Herstel ten onrechte Lening 1 en Lening 2 heeft gekoppeld aan het Gestructureerde Rentederivaat, nu het Gestructureerde Rentederivaat nooit bij de wens van de MKB-Klant heeft aangesloten om kosteloos Lening 1 en Lening 2 te kunnen aflossen.

De MKB-Klant kwam met de Bank in de kredietovereenkomst van 10 september 2008 en bij brief van 6 oktober 2008 overeen dat de MKB-Klant boetevrij kon aflossen op Lening 1 en Lening 2. De Bank heeft de MKB-Klant echter nimmer geïnformeerd dat indien de MKB-Klant Lening 1 en/of Lening 2 vervroegd zou aflossen (waardoor de kredietfaciliteit tussentijds zou worden verlaagd) en het Gestructureerde Rentederivaat op dat moment een negatieve waarde zou hebben, de MKB-Klant een vergoeding verschuldigd zou zijn aan de Bank voor het Gestructureerde Rentederivaat. Dit scenario heeft zich daadwerkelijk gerealiseerd.

De Bank is nalatig geweest om de werking van het Gestructureerde Rentederivaat aan de MKB-Klant uit te leggen. Bovendien had de Bank de MKB-Klant het Gestructureerde Rentederivaat niet moeten laten afsluiten. De Bank was immers op de hoogte van de wens van en de afspraken met de MKB-Klant om boetevrij op Lening 1 en Lening 2 te kunnen aflossen. De Bank had daarom moeten inzien dat daarbij niet paste dat de MKB-Klant (mogelijk) een vergoeding verschuldigd zou zijn onder het Gestructureerde Rentederivaat bij een vervroegde aflossing van Lening 1 en/of Lening 2, indien het Gestructureerde Rentederivaat een negatieve waarde zou hebben.  Derhalve was er sprake van een ‘mismatch’ tussen Lening 1 en Lening 2 enerzijds en het Gestructureerde Rentederivaat anderzijds.

Ter zake van zijn beroep op paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader stelt de MKB-Klant alleen dat de MKB-Klant wenste immer boetevrij te kunnen aflossen, terwijl een vergoeding verbonden bleek aan het Gestructureerde Rentederivaat bij vervroegde aflossing. Het herstel van de Bank van de Overhedge in Omvang resulteert niet in dit door de MKB-Klant ten tijde van het ondertekenen van het Gestructureerde Rentederivaat beoogde gevolg.

Het standpunt van de Bank
Het standpunt van de Bank luidt als volgt.

In reactie op het beroep van de MKB-Klant op paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader stelt de Bank dat de referentie van Lening 1, Lening 2 en het Gestructureerde Rentederivaat EURIBOR is, waardoor zij onder het bereik van paragraaf 3.3.4 van het Herstelkader vallen.  De MKB-Klant heeft zijn stelling dat aantoonbaar niet is beoogd dat Lening 1 en Lening 2 onder de afdekking van het Gestructureerde Rentederivaat zouden vallen, niet onderbouwd. De vraag of de Bank de MKB-Klant voldoende heeft gewezen op de werking en risico’s van het Gestructureerde Rentederivaat is niet relevant voor de toepassing van paragraaf 3.3.4 van het Herstelkader. De discussie hierover is bovendien reeds gevoerd in een gerechtelijke procedure tussen de Bank en de MKB-Klant die indiener heeft laten doorhalen.

Nu geen sprake is van Vervroegd Aflossen of Bedrijfsbeëindiging als bedoeld in het Herstelkader, heeft de Bank de MKB-Klant daarvoor niet gecompenseerd.

In reactie op het beroep van de MKB-Klant op paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader stelt de Bank dat de MKB-Klant niet heeft onderbouwd waaruit volgt dat het herstel de Bank van de Overhedge in Omvang onder Stap 2 onjuist zou zijn, althans niet zou resulteren ‘in een door de MKB-Klant ten tijde van het ondertekenen van het Rentederivaat en/of de offerte van de Variabelrentende Lenigen beoogde gevolg’.

Tot slot is door toepassing van stap 3 van het Herstelkader en toekenning van een coulancevergoeding aan de MKB-Klant voorzien in de algemene ontevredenheid van de MKB-Klant over de informatieverstrekking van de Bank bij de totstandkoming van het Gestructureerde Rentederivaat.

Nadere reactie MKB-Klant op standpunt van de Bank
De MKB-Klant heeft toestemming verzocht en gekregen om een nadere reactie te geven op het standpunt van de Bank. In zijn nadere reactie stelt de MKB-Klant dat de strekking van het Gestructureerde Rentederivaat was dat de MKB-Klant zijn financiële verplichtingen zou kunnen voldoen indien de rente zou stijgen. Daarbij zou de MKB-Klant nooit meer dan 6% rente hoeven betalen. Feitelijk is echter gebleken dat – anders dan afgesproken met de Bank – de MKB-Klant niet boetevrij kon aflossen omdat de hoogte van Lening 1 en Lening 2 nagenoeg gelijk is aan de Hoofdsom van het Gestructureerde Rentederivaat. Derhalve kunnen deze twee leningen alleen maar zijn beoogd ter afdekking van het Gestructureerde Rentederivaat.

Gelet hierop, had de Bank het Gestructureerde Rentederivaat niet samen met Lening 1 en Lening 2 aan de MKB-Klant mogen aanbieden, nu de MKB-Klant juist niet heeft beoogd een hoge boeterente te betalen in het geval de rente zou dalen. De Bank heeft de MKB-Klant daarmee op het verkeerde been gezet.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
Het eerste Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader – houdt in dat de Bank ten onrechte Leningen juist wel of juist niet in aanmerking heeft genomen voor de afdekking door een Rentederivaat.

Het tweede Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuist Herstel van een Overhedge zoals beschreven in paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader – houdt in dat de Bank een Overhedge niet heeft hersteld op de wijze zoals beoogd door de MKB-Klant ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat.

De Bank heeft niet gesteld dat de MKB-Klant niet ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek.

De commissie concludeert aldus dat de MKB-Klant ontvankelijk is in zijn verzoek.

Beoordeling van het verzoek

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ten aanzien van het beroep op paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader en het beroep op paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader, gebruikt de MKB-Klant de onderbouwing dat sprake is van een Mismatch tussen het Gestructureerde Rentederivaat en Lening 1 en Lening 2, omdat het Gestructureerde Rentederivaat nimmer heeft aangesloten bij de wensen van de MKB-Klant om boetevrij te kunnen aflossen op Lening 1 en Lening 2. De toe- of afwijzing van het beroep van de MKB-Klant op beide Bindend Advies-aspecten hangt af van de vraag of Lening 1 en Lening 2 in aanmerking komen voor afdekking door het Gestructureerde Rentederivaat. De commissie behandelt het beroep op deze Bindend Advies-aspecten daarom gezamenlijk.

Paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader schrijft voor dat een Variabelrentende Lening niet in aanmerking komt voor afdekking door een Rentederivaat indien bij het afsluiten van het Rentederivaat aantoonbaar niet was beoogd deze Variabelrentende Lening af te dekken met het Rentederivaat. Paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader schrijft voor dat Bindend Advies openstaat voor een MKB-Klant die kan aantonen dat de wijze van herstel ten aanzien van Overhedge In Omvang (paragraaf 3.3.8 e.v.) of Overhedge in Looptijd (paragraaf 3.3.12 e.v.) niet resulteert in het door de MKB-Klant ten tijde van het ondertekenen van het Rentederivaat en/of de offerte van de Variabelrentende Lening beoogde gevolg.

De MKB-Klant heeft niet gesteld noch op enige wijze gemotiveerd dat bij het afsluiten van het Gestructureerde Rentederivaat niet was beoogd dat Lening 1 en Lening 2 hierdoor zouden worden afgedekt. De Bank heeft daarentegen, onder verwijzing naar de referentierentes, gemotiveerd gesteld dat wel was beoogd Lening 1 en Lening 2 onder de afdekking van het Gestructureerde Rentederivaat te brengen. Bovendien heeft de MKB-Klant in zijn nadere reactie op de Zienswijze van de Bank expliciet erkend dat (gelet op de kenmerken) Lening 1 en Lening 2 zijn beoogd ter afdekking van het Gestructureerde Rentederivaat (bedoeld zal zijn: dat het Gestructureerde Rentederivaat is beoogd Lening 1 en Lening 2 af te dekken). Daarmee ontvalt de grondslag voor het beroep van de MKB-Klant op paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader en paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader.

Het materiële bezwaar van de MKB-Klant is niet gericht op een situatie als bedoeld in paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader. Veeleer lijkt het bezwaar van de MKB-Klant te zijn dat weliswaar ten tijde van het afsluiten van het Gestructureerde Rentederivaat was beoogd dat het Gestructureerde Rentederivaat Lening 1 en Lening 2 zou afdekken, maar dat de MKB-Klant de gevolgen hiervan onvoldoende heeft begrepen, althans dat de Bank de MKB-Klant omtrent deze gevolgen onvoldoende heeft geïnformeerd c.q. gewaarschuwd. Deze gevolgen hielden kennelijk, onder meer, in dat hoewel de MKB-Klant Lening 1 en Lening 2 boetevrij kon aflossen onder de kredietovereenkomst, de MKB-Klant niettemin een vergoeding was verschuldigd aan de Bank uit hoofde van het Gestructureerde Rentederivaat indien dit een negatieve waarde zou hebben ten tijde van de aflossing. Voor een dergelijk verwijt – gebrekkige advisering van de Bank – staat echter geen Bindend Advies open onder het Herstelkader gelet op de limitatieve Bindend Advies-aspecten. De MKB-Klant had een dergelijk verwijt aan de rechter kunnen voorleggen in een gerechtelijke procedure, zoals de MKB-Klant (aanvankelijk) heeft gedaan.

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant wordt afgewezen. Dat houdt in dat de Bank het door de MKB-Klant aanvaarde Herstelaanbod ongewijzigd kan uitvoeren voor zover uitvoering nog niet heeft plaatsgevonden.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 5.5 van het Bindend Advies-reglement zal geen teruggave plaatsvinden van de door de MKB-Klant forfaitaire bijdrage van EUR 302,50.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten, bestaande uit R.J. Schimmelpenninck, commissielid, op 22 oktober 2019.