Bindend Advies-verzoek afgewezen. De Commissie oordeelt dat MKB-Klant ten aanzien van het beroep op paragraaf 3.3.4 b. 3.3.5, 3.5.2, 3.3.15 en Q&A IV.15 Herstelkader niet ontvankelijk is. De Commissie oordeelt verder dat de Bank Lening 2 terecht heeft aangemerkt als In Aanmerking Komende Lening. Op het moment van afsluiten van de Renteswap was Lening 2 weliswaar nog vastrentend, maar op voorhand stond vast dat de rentevast periode van Lening 2 na 5 jaar zou aflopen. Bij het afsluiten van de Renteswap is hiermee rekening gehouden

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 16593/21127

De uitspraak:

Volledige uitspraak

Grondslag Bindend Advies
Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (“het Herstelkader”) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (“Bindend Advies”). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten (“de Commissie”) ingesteld. De Commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek
De MKB-Klant heeft op 7 november 2019 het herstelaanbod van de Bank geaccepteerd, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies-verzoek op 30 november 2019 aangebracht bij de Commissie. De Bank heeft op 16 maart 2020 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant. Op 26 maart 2020 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de Bank gereageerd.
Op 17 juli 2020 heeft de Commissie de Bank verzocht om een schone/ongelakte versie aan te leveren van bijlage 1 bij de Zienswijze van de Bank, zijnde een gespreksverslag van 2 juli 2008. De Bank heeft aan dit verzoek voldaan.

Per brief van 26 maart 2020 heeft de MKB-Klant de Commissie verzocht om een mondelinge behandeling te gelasten. Per brief van 6 april 2020 heeft de Bank de Commissie laten weten zich bij dit verzoek aan te sluiten. De mondelinge behandeling heeft op 25 augustus 2020 plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling is een verslag opgesteld. Beide partijen hebben de gelegenheid gehad dit verslag te becommentariëren.

De Commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek
Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

– De Bank heeft onjuist leningen wel of niet in aanmerking genomen voor de afdekking van het Rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.a zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader);

– De Bank heeft Herstel van een Overhedge aangeboden dat niet het gevolg heeft dat be-oogd was bij het aangaan van de Lening of het Rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.b, zoals beschreven in paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader); en

– De Bank heeft zich bij de aanbieding van Herstel ten onrechte op haar kredietbeleid beroe-pen, als gevolg waarvan de Bank ten onrechte geheel of gedeeltelijk geen Coulancever-goeding heeft toegekend (Bindend Advies-aspect iii, zoals beschreven in paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader).

De feiten
Zakelijk weergegeven, en voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier op het volgende neer.

De MKB-Klant is actief in de binnenvaartsector.

Op 30 januari 2006 heeft de MKB-Klant twee leningen afgesloten ten behoeve van de aankoop van een schip:

(i) Een Lening met een initiële Hoofdsom van EUR 390.000, met een rentevaste pe-riode van 3 jaar tegen 4,20% per jaar, lossend met een bedrag van EUR 2.710 per maand, opnamedatum 31 januari 2006, met een looptijd van 12 jaar, en een leningnummer dat eindigt op [laatste cijfers leningnummer] (“Lening 1”). Per 1 februari 2009 is de vaste rente omgezet naar het 3-maands Euribor tarief met een opslag van 1,30%;
(ii) Een Lening met een initiële hoofdsom van EUR 1.530.000, met een rentevaste periode van 5 jaar tegen 4,40% per jaar, lossend met een wisselend bedrag per maand, op-namedatum 31 januari 2006, een looptijd van 17 jaar, met een leningnummer dat ein-digt op [laatste cijfers leningnummer] (“Lening 2”). Per 1 februari 2011 is de vaste ren-te omgezet naar het 3-maands Euribor tarief met een opslag van 1,85%.

In 2008 wilde de MKB-Klant (nog) een schip kopen. Hiervoor had de MKB-Klant additionele financiering nodig.

Volgens een gespreksverslag van 2 juli 2008, heeft de MKB-Klant deze plannen met de Bank besproken (bijlage 1 bij de zienswijze). Op 19 november 2008 heeft nog een gesprek plaatsgevonden tussen de MKB-Klant en de Bank. Tijdens dit gesprek hebben de MKB-Klant en de Bank onder meer de afdekking van het renterisico besproken. In het verslag dat de Bank van deze bespreking heeft opgesteld staat onder meer “Ondernemer[s] wenst de lening die in 2011 afloopt ook graag al in dit plan mee te nemen” (bijlage 2 bij de zienswijze).

Op 20 november 2008 heeft de MKB-Klant een renteswap afgesloten met de Bank op basis van het 3-maands EUR-Euribor-Reuters-tarief met een Notional van EUR 3.738.791,50, Transactiedatum 20 november 2008, Startdatum 1 januari 2009, en Einddatum 1 januari 2019, aflopend (de “Renteswap”). De Renteswap bevat een eenmalige step-up per 1 april 2011 naar EUR 4.601.357,30. Dit is twee maanden na het einde van de rentevaste periode van Lening 2. De Renteswap bevat daarnaast een step down per 1 januari 2016 naar EUR 2.736.921.

Op 18 december 2008 heeft de Bank een offerte uitgebracht aan de MKB-Klant voor een drietal Variabelrentende Leningen en een rekening-courant krediet:

(i) Een Variabelrentende Lening, met een initiële Hoofdsom van EUR 435.000, een rente gebaseerd op het 3-maands Euribor tarief met een opslag van 1,30 %, lossend met een bedrag van EUR 2.417 per maand, voorziene opnamedatum 31 december 2008, een looptijd van circa 15 jaar en een leningnummer dat eindigt op [laatste cijfers leningnummer] (“Lening 3”);
(ii) Een Variabelrentende Lening met een hoofdsom van EUR 1.300.000, met een rente gebaseerd op het 3-maands Euribor tarief met een opslag van 1,30%, aflossingsvrij, voorziene opnamedatum 31 december 2008, looptijd circa 20 jaar en een leningnummer dat eindigt op [laatste cijfers leningnummer] (“Lening 4”);
(iii) Een Variabelrentende Lening met een hoofdsom van EUR 1.900.000, met een rente gebaseerd op het 3-maands Euribor tarief met een opslag van 1,30%, lossend met een bedrag van EUR 7.920 per maand, voorziene opnamedatum 31 december 2008, looptijd circa 20 jaar en met een leningnummer dat eindigt op [laatste cijfers leningnummer] (“Lening 5”) en;
(iv) Een rekening-courant krediet van EUR 1.473.000.

De Bank heeft Lening 3, 4 en 5 op 19 december 2008 uitgeboekt.

De Bank heeft de MKB-Klant onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

(i) Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten wor-den aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant geen Gestructureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij de Bank.

(ii) Er is sprake van technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmer-king indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppel-de Lening(en). In het geval van de MKB-Klant is sprake van een vergoeding voor een Overhedge in Omvang (EUR 111,90), een vergoeding voor Vervroegd Aflossen (EUR 2.944,42) en een vergoeding van Wettelijke Rente (EUR 73,63). De totale vergoeding in Stap 2 bedraagt EUR 3.129,95.

(iii) De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulance-vergoeding bedraagt EUR 100.000.

(iv) Er is geen sprake van Stap 4 vergoeding.

(v) De MKB-Klant heeft in het verleden een financiële tegemoetkoming ontvangen vanwe-ge herstelacties met betrekking tot het Rentederivaat. Er vindt daarom een correctie plaats van EUR 329,69 in de zin van paragraaf 3.6.7 van het Herstelkader.

Het standpunt van de MKB-Klant
Het standpunt van de MKB-Klant luidt als volgt.

De MKB-Klant stelt primair dat Lening 2 geen In Aanmerking Komende Lening is.

De MKB-Klant stelt subsidiair dat de Transactiedatum van de Renteswap, te weten 20 november 2008, bepaalt wat de initiële Renteopslag is die van toepassing is op Lening 2. Op diezelfde datum wordt immers bepaald dat Lening 2 beoogd werd te worden meegenomen onder de Renteswap.

Het aanbod van de Bank leidt niet tot het beoogde gevolg van de Renteswap, namelijk om ge-durende de gehele looptijd van de Renteswap, ook voor Lening 2, de rentepositie te fixeren.

De Bank wijzigt per renteherzieningsdatum 31 januari 2011 de geldleningsvoorwaarden van de lopende financiering en past tegelijkertijd een liquiditeitsopslag van 55 basispunten toe bovenop de kredietopslag van 130 basispunten. Deze opslag kwam als een verrassing en wijkt af van de initiële Renteopslag per Transactiedatum van de Renteswap.

De MKB-Klant is van mening dat de toegepaste verhoging van de Renteopslag met 55 basispunten tot 185 basispunten op Lening 2 dient te worden gecompenseerd door de Bank.

Het standpunt van de Bank
Het standpunt van de Bank luidt als volgt.

Paragraaf 3.3.4 d, paragraaf 3.3.7 en 3.3.15 Herstelkader
Lening 2 is een In Aanmerking Komende Lening. Bij het afsluiten van de Renteswap is aantoonbaar rekening gehouden met de afdekking van het renterisico op Lening 2.

Dit volgt uit het gespreksverslag van 2 juli 2008, waarin staat: “Ondernemer[s] wenst de lening die in 2011 afloopt ook graag al in dit plan mee te nemen“. Dat Lening 2 een In Aanmerking Komende Lening is volgt verder uit de het hoofdsomschema dat is opgenomen in de productbeschrijving van 20 november 2008 (bijlage 2 bij het verzoek). Het hoofdsomschema – waarin ook Lening 2 is opgenomen – kent een step-up van EUR 1.110.000 in de Renteswap per 1 april 2011, het moment waarop de rente op Lening 2 variabel wordt. Deze step-up is nagenoeg gelijk aan de op dat moment uitstaande hoofdsom van Lening 2. Het verloop van de Notional van de Renteswap die de MKB-Klant op 20 november 2008 heeft afgesloten, sluit aan bij de productbeschrijving.

Lening 2 is per 1 februari 2011 omgezet van vast naar variabel. Er is (dus) geen sprake van een Overhedge in Omvang.

Tot slot heeft de MKB-Klant gedurende de looptijd van de Renteswap niet betwist dat Lening 2 onder de Renteswap zou vallen.

Nu Lening 2 een In Aanmerking Komende Lening is, kan aan paragraaf 3.3.7 en 3.3.15 Herstelkader niet worden toegekomen.

Paragraaf 3.4.6 Herstelkader
De Bank heeft bij de toepassing van het Herstelkader besloten paragraaf 3.4.6 niet toe te passen. De MKB-Klant heeft de volledige coulancevergoeding ontvangen. Om die reden is de MKB-Klant niet ontvankelijk in het verzoek op basis van paragraaf 3.4.6 Herstelkader.

Klacht inzake Renteopslag
De Bank stelt primair dat paragraaf 3.5.2 Herstelkader (inzake verhoging van de Renteopslag) geen Bindend Advies aspect bevat. De MKB-Klant is dan ook niet ontvankelijk op dit punt.

Subsidiair stelt de Bank dat zij de initiële opslag correct heeft bepaald en de compensatie vanuit Stap 4 van het Herstelkader correct is weergegeven in de aanbiedingsbrief.

Reactie MKB-Klant op standpunt van de Bank
De MKB-Klant heeft toestemming verzocht en gekregen om een nadere reactie te geven op het standpunt van de Bank.

Ten aanzien van paragraaf 3.4.6 Herstelkader
In zijn nadere reactie stelt de MKB-Klant dat zij geen klacht heeft die berust op paragraaf 3.4.6 Herstelkader.

Primair
Lening 2 was op het moment van het afsluiten van de Renteswap en drie maanden daarna vastrentend. Hiermee staat vast dat Lening 2 geen In Aanmerking Komende Lening is (zie paragraaf 3.3.4 b Herstelkader).

De MKB-Klant heeft de Lening pas op 1 februari 2011 aanvaard. Dit is ruim later dan de drie maanden die paragraaf 3.3.5 Herstelkader toelaatbaar acht.

Als gevolg van de wijziging van de rente op Lening 2 is een nieuwe overeenkomst van geldlening ontstaan. Nu de overeenkomst pas na het aangaan van de Renteswap is gesloten, kan het niet zo zijn dat er bij het afsluiten van de Lening al rekening is gehouden met deze nieuwe lening.

Lening 2 is geen In Aanmerking Komende Lening en er is dus sprake van een Overhedge in Omvang die hersteld moet worden.

Subsidiair
Voetnoot 28 bij paragraaf 3.3.5 Herstelkader bepaalt dat enkel een aangepast Notional verloop onvoldoende is om aan te tonen dat rekening is gehouden met een Variabelrentende lening die later dan drie maanden na de transactiedatum is aanvaard. Dit is strijdig met hetgeen in de financieringsovereenkomst van 18 december 2008 staat. De MKB-Klant is ten aanzien van Lening 2 op 1 februari 2011 geconfronteerd met hogere rentelasten dan ten tijde van het afsluiten van de Renteswap was beoogd.

De rentelasten van de MKB-Klant werden niet gefixeerd en werden gewijzigd. Lening 2 kwam dus niet in aanmerking voor afdekking en behoort dus niet tot de set. Er is dus sprake van een Overhedge die gecompenseerd dient te worden.

Meer subsidiair
De MKB-Klant verkeerde ten tijde van het aangaan van de Renteswap in de veronderstelling dat met de Renteswap de volledige rentelasten van Lening 2 werden gefixeerd. Nu de MKB-Klant niet gecompenseerd is voor de fluctuatie in rentelasten dient hij hiervoor gecompenseerd te worden. De MKB-Klant verwijst hiertoe naar stap 2 in het Herstelkader. Subsidiair wenst de MKB-Klant gecompenseerd te worden voor de extra in rekening gebrachte 55 basisprocentpunten. De MKB-Klant beroept zicht hiertoe onder meer op Q&A IV.15.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
De MKB-Klant doet een beroep op de volgende Bindend Advies-aspecten: paragraaf 3.3.4 d en paragraaf 3.3.7 Herstelkader. Initieel heeft de MKB-Klant zich ook beroepen op paragraaf 3.4.6 Herstelkader, maar dit bleek een misverstand. In het verzoekschrift en de nadere reactie beroept de MKB-Klant zich (ook) op andere paragrafen uit het Herstelkader, te weten paragraaf 3.3.4 b, 3.3.5, 3.5.2, 3.3.15 en Q&A IV.15

Ten aanzien van paragraaf 3.3.4 d Herstelkader en paragraaf 3.3.7 Herstelkader geldt dat hier op grond van het Herstelkader Bindend Advies tegen open staat. De MKB-Klant is ten aanzien van deze aspecten dan ook ontvankelijk in zijn verzoek.

Paragraaf 3.3.4 b en 3.3.5 Herstelkader bieden geen zelfstandige gronden voor Bindend Advies en voor zover de MKB-Klant hierop zelfstandig een beroep doet is dat beroep dus niet ontvankelijk.

Paragraaf 3.5.2, 3.3.15 en Q&A IV.15 Herstelkader bieden evenmin zelfstandige gronden voor Bindend Advies. Voor zover de MKB-Klant hier zelfstandig een beroep op doet is dat beroep dus niet ontvankelijk. Overigens erkent de MKB-Klant in zijn e-mail van 16 april 2019 zelf ook dat geen Bindend Advies open staat tegen paragraaf 3.3.15 (zie nadere stukken).

De Commissie concludeert aldus dat de MKB-Klant ontvankelijk is in zijn verzoek voor zover gebaseerd op paragraaf 3.3.4 d en paragraaf 3.3.7 Herstelkader.

Beoordeling van het verzoek
De Commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak staan twee vragen centraal: (i) is Lening 2 een In Aanmerking Komende Lening en (ii) heeft de Bank de MKB-Klant op de juiste manier gecompenseerd voor het verhogen van de Renteopslag in 2011.

Ad (i) Is Lening 2 een in Aanmerking Komende Lening

Paragraaf 3.3.4 Herstelkader
Volgens artikel 3.3.4 Herstelkader worden alleen Variabelrentende Leningen waarbij de Referentierente in beginsel gelijk is aan de Referentierente van het Rentederivaat geschikt geacht voor afdekking door een Rentederivaat. In het onderhavige geval bestaat tussen partijen geen geschil over de vraag of de Referentierente van Lening 2 gelijk is aan de Referentierente van het Rentederivaat.

Volgens artikel 3.3.4 Herstelkader komt een aantal financieringsvormen niet in aanmerking voor afdekking door een Rentederivaat, waaronder Vastrentende Leningen (paragraaf 3.3.4 b), Variabelrentende maar nog onzekere financiering (paragraaf 3.3.4 c) en Variabelrentende Leningen waarvan bij het afsluiten van het Rentederivaat aantoonbaar niet beoogd was dat deze onder de afdekking van het Rentederivaat zouden vallen (paragraaf 3.3.4 d Herstelkader).

Paragraaf 3.3.4 b Herstelkader
De MKB-Klant stelt dat Lening 2 op het moment van afsluiten een Vastrentende Lening was. Hiermee staat volgens de MKB-Klant vast dat Lening 2 geen In Aanmerking Komende Lening is. De MKB-Klant verwijst hiertoe naar paragraaf 3.3.4 b Herstelkader. De MKB-Klant is niet ontvankelijk in zijn beroep op paragraaf 3.3.4 b Herstelkader. Ten overvloede merkt de Commissie het volgende op.

Voor Lening 2 geldt dat deze op het moment van afsluiten weliswaar Vastrentend was, maar dat op voorhand al vaststond dat de rentevast periode van deze Lening na 5 jaar zou aflopen. Dat de rentevast periode na vijf jaar zou aflopen staat niet alleen expliciet genoemd in toepasselijke leningsdocumentatie, maar is ook uitdrukkelijk besproken tussen de Bank en de MKB-Klant. Zo hebben de MKB-Klant en de Bank op 19 november 2008 de afdekking van het renterisico besproken. In het verslag dat de Bank van deze bespreking heeft opgesteld staat onder meer “Ondernemer[s] wenst de lening die in 2011 afloopt ook graag al in dit plan mee te nemen” (bijlage 2 bij de zienswijze). In de Renteswap is hiermee vervolgens rekening gehouden, in de vorm van een eenmalige step-up per 1 april 2011 naar EUR 4.601.357,30. Dit is twee maanden na het einde van de rentevast periode van Lening 2.

De Bank heeft Lening 2 in het compensatieaanbod ook pas gekwalificeerd als In Aanmerking Komende Lening vanaf het moment dat deze Variabelrentend is geworden. De Commissie concludeert daarom dat de Bank Lening 2 terecht heeft aangemerkt als In Aanmerking Komende Lening.

Paragraaf 3.3.5 Herstelkader
De MKB-Klant doet in het verzoek specifiek een beroep op paragraaf 3.3.5 Herstelkader. De MKB-Klant stelt dat hij Lening 2 op 1 februari 2011 heeft aanvaard. Dit is volgens de MKB-Klant ruim later dan de drie maanden die paragraaf 3.3.5 Herstelkader toelaatbaar acht.

Paragraaf 3.3.5 Herstelkader schrijft voor dat Variabelrentende Leningen op basis van paragraaf 3.3.4 Herstelkader in beginsel niet als In Aanmerking Komende Leningen kunnen worden aangemerkt indien deze niet voorafgaand aan of binnen drie maanden na de Transactiedatum van het (laatst afgesloten) Rentederivaat zijn aanvaard. Paragraaf 3.3.5 Herstelkader schrijft verder voor dat indien niet is voldaan aan het temporeel criterium als daar bedoeld, de in paragraaf 3.3.4 Herstelkader beschreven Variabelrentende Leningen alleen dan worden meegenomen bij de beoordeling van een Mismatch, voor zover met deze Variabelrentende Leningen bij het afsluiten van het Rentederivaat aantoonbaar rekening is gehouden. Van zulk ‘aantoonbaar rekening gehouden’ bij het afsluiten van het Rentederivaat is sprake indien, zoals voetnoot 28 van het Herstelkader voorschrijft, de desbetreffende financieringen in de besluitvorming tussen de Bank en de MKB-Klant zijn betrokken en dit schriftelijk is vastgelegd tussen de Bank en de MKB-Klant.

Paragraaf 3.3.5 Herstelkader vormt geen zelfstandige grond voor Bindend Advies. Ten overvloede merkt de Commissie het volgende op.

Ten eerste heeft de MKB-Klant Lening 2 niet op 1 februari 2011 aanvaard, maar op 30 januari 2006 (zie de voor akkoord getekende offerte die als bijlage 1 bij het verzoek is gevoegd). Dat de rentevast periode van Lening 2 op 1 februari 2011 afliep, en Lening 2 toen Variabelrentend is geworden, maakt dit niet anders.

Dat Lening 2 in februari 2011 is omgezet van een Vastrentende Lening naar een Variabelrentende Lening, doet evenmin af aan het feit dat er op het moment van het afsluiten van de Renteswap in 2008 aantoonbaar en op de juiste wijze rekening is gehouden met het einde van de rentevast periode. Het Notional verloop van de Renteswap is afgestemd op het einde van de rentevast periode van Lening 2, door op het moment van afsluiten van de Renteswap in 2008 op voorhand te voorzien in een step-up per 1 april 2011 (twee maanden na het einde van de rentevaste periode van Lening 2).

Dat bij het afsluiten van de Renteswap rekening is gehouden met het variabel rentend worden van Lening 2 blijkt niet alleen uit het Notional verloop, maar ook uit de overige stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen. De MKB-Klant heeft herhaaldelijk gesteld dat (i) hij op het moment van het afsluiten van de Renteswap al wist dat de rente op Lening 2 per 1 februari 2011 van vast naar variabel zou gaan en (ii) dat het zijn bedoeling was het renterisico op Lening 2 geheel af te dekken door middel van de Renteswap. De Commissie wijst in dezen naar de e-mail van 16 april 2019 van [adviesbureau] aan [bank] die de MKB-Klant als ‘nader stuk’ heeft ingediend, en naar het verslag van de mondelinge behandeling.

De conclusie is dat de Bank Lening 2 terecht als In aanmerking Komende Lening heeft gekwalificeerd.

Paragraaf 3.3.7
Nu de Bank Lening 2 terecht als In Aanmerking Komende Lening heeft gekwalificeerd, wordt aan paragraaf 3.3.7 Herstelkader niet toegekomen.

Ad (ii) Is de MKB-Klant op de juiste wijze gecompenseerd voor het verhogen van de Renteopslag in 2011

Paragraaf 3.5.2, 3.3.15 en Q&A IV.15 Herstelkader
Paragraaf 3.5.2, 3.3.15 en Q&A IV.15 Herstelkader zien op herstel van verhogingen van de Renteopslag.

Deze paragrafen van het Herstelkader vormen geen zelfstandige grond voor Bindend Advies. Ten overvloede merkt de Commissie op dat Banken, Klantvertegenwoordigers, de AFM en/of de Externe Dossierbeoordelaars vragen kunnen stellen aan de Onafhankelijke Derivatencommissie over (de werking van) het Herstelkader indien zij op onduidelijkheden stuiten over de toepassing hiervan, zoals uitgelegd in het bericht over de rolverdeling in de uitvoeringsfase Uniform Herstelkader op de website van de Onafhankelijke Derivatencommissie.

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant wordt afgewezen. Dat houdt in dat de Bank het door de MKB-Klant aanvaarde Herstelaanbod ongewijzigd kan uitvoeren voor zover uitvoering nog niet heeft plaatsgevonden.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 5.5 van het Bindend Advies-reglement zal geen teruggave plaatsvinden van de door de MKB-Klant betaalde forfaitaire bijdrage van EUR 302,50.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten, bestaande uit R. Lord, commissieleden, op 20 november 2020.