Bindend Advies-verzoek niet ontvankelijk. Commissie stelt vast dat de MKB-Klant feitelijk een beroep doet op de bepalingen omtrent Vervroegde Aflossing. Dit is geen aspect waarop Bindend Advies kan worden aangevraagd.

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Herstel Overhedge heeft niet het gevolg zoals beoogd bij aangaan Lening/Rentederivaat (§3.3.7 UHK)    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 2383/6537

De uitspraak:

Volledige uitspraak

Grondslag Bindend Advies
Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (“het Herstelkader”) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (“Bindend Advies”). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten (“de Commissie”) ingesteld. De Commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek
De MKB-Klant heeft op 5 juni 2019 het herstelaanbod van de Bank geaccepteerd, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies-verzoek op 14 juni 2019 aangebracht bij de Commissie. Het derivatenspecifieke formulier heeft de MKB-Klant op 26 juli 2019 ingediend. De Bank is, vanwege enige technische omstandigheden gelegen bij de Geschillencommissie, op 12 augustus 2019 om haar zienswijze gevraagd. De Bank heeft op 5 september 2019 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant. Op 14 oktober 2019 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de Bank gereageerd.
Op 17 februari 2020 heeft de Commissie de MKB-Klant en de Bank per brief verzocht om de aanvullende informatie over de depositorekening aan te leveren voor de behandeling van het verzoek.

Op 18 februari 2020 heeft de Bank de verzochte aanvullende informatie aangeleverd. Op 26 februari 2020 heeft de MKB-Klant de aanvullende informatie aangeleverd.

De Commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek
Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

– De Bank heeft Herstel van een Overhedge aangeboden dat niet het gevolg heeft dat beoogd was bij het aangaan van de Lening of het Rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.b, zoals beschreven in paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader).

De feiten
Zakelijk weergegeven, en voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier op het volgende neer.

De MKB-Klant heeft in 2006 een hypothecaire lening afgesloten met een hoofdsom van EUR 1.350.000 met een looptijd van tien jaar (de “Lening“). Op deze Lening werd per kwartaal met EUR 8.750 afgelost en de Lening had een slottermijn van EUR 1.000.000 op 31 maart 2016. Daarnaast heeft de MKB-Klant een Renteswap afgesloten met een Notional van EUR 1.315.000, een inperking per kwartaal van EUR 8.750 tot EUR 1.000.000 (de “Renteswap“). De Renteswap had een looptijd van negen jaar, met als 1 januari 2007 als Startdatum en 1 januari 2016 als Einddatum.

In oktober 2013 heeft de Bank verzocht om een Vervroegde Aflossing op de Lening van EUR 352.000. De Renteswap kon op dat moment niet op gelijke wijze worden aangepast. In maart 2015 is na overleg tussen de MKB-Klant en de Bank een bedrag van EUR 235.000 geblokkeerd op een depositorekening in plaats van de verzochte Vervroegde Aflossing.

Het dossier bevat informatie over het saldoverloop van de Private banking spaarrekening met [rekeningnummer] van de Klant bij de Bank. De verstrekte informatie over het saldoverloop heeft betrekking op de periode van 1 juli 2014 tot 20 juli 2016. In de periode van 1 juli 2014 tot 6 maart 2015 kent het creditsaldo op de spaarrekening een onregelmatig patroon. Op 6 maart 2015 vindt er een afboeking plaats met als mededeling “ten gunste van nieuw geopende ondernemersdeposito met IBAN [rekeningnummer] ter grootte van EUR 161.730,06”. Deze afboeking leidt ertoe dat het resterende saldo EUR 235.000,00 bedraagt waarmee het in overeenstemming is gebracht met de afspraken met de Bank.
In de periode tussen 6 maart 2015 en 31 maart 2016 hebben er geen stortingen of opnames plaatsgevonden, en zijn er uitsluitend bijstortingen vanuit creditrente en afschrijvingen vanuit kosten van de rekening. Op 31 maart 2016 is er sprake van een opname ter grootte van EUR 237.000,00. Het resterende saldo bedraagt daarna EUR 143,72. Op 20 juli 2016 wordt het volledige saldo van EUR 517,63 opgenomen.

De Bank heeft de MKB-Klant onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

(i) Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentede-rivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat MKB-Klant geen Ge-structureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij de Bank.

(ii) Er is geen sprake van technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant sloten de gekoppelde Lening(en) aan bij het Rentederivaat.

(iii) De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze cou-lancevergoeding bedraagt EUR 53.539,27.

(iv) Er is geen sprake van Stap 4 vergoeding nu geen renteopslagverhogingen zijn doorgevoerd.

(v) De MKB-Klant heeft in het verleden geen eerdere financiële tegemoetkoming ontvangen vanwege herstelacties met betrekking tot het Rentederivaat. Er vindt dus geen correctie plaats in de zin van paragraaf 3.6.7 van het Herstelkader.

Het standpunt van de MKB-Klant
Het standpunt van de MKB-Klant luidt als volgt.

In oktober 2013 heeft de Bank aangedrongen op een Vervroegde Aflossing van EUR 352.000. De Renteswap kon niet op gelijke wijze worden aangepast, waardoor de MKB-Klant weigerde vervroegd af te lossen. De Lening en de Renteswap waren immers qua looptijd en omvang op elkaar afgestemd. Het was voor de MKB-Klant niet zinvol en logisch om de Vervroegde Aflossing te doen omdat de rentelasten op de Renteswap doorliepen voor het oorspronkelijke bedrag en op de geblokkeerde depositorekening slechts een lage rente werd gegeven.

Na aandringen van de Bank is in maart 2015 een bedrag van EUR 235.000 op een geblokkeerde depositorekening gestort. Dit als oplossing voor de Vervroegde Aflossing die de Bank wenste. Deze blokkade was gekoppeld aan de uitstaande hypotheek, waardoor de Lening werd verminderd. Technisch gezien was hierdoor sprake van een Vervroegde Aflossing. Doordat deze Vervroegde Aflossing niet door de Bank is meegenomen in het aanbod tot Herstel is sprake van Herstel van een Overhedge op een wijze die niet was beoogd bij het aangaan van de Lening en de Renteswap.

Het standpunt van de Bank
Het standpunt van de Bank luidt als volgt.

Primair voert de Bank aan dat het lijkt alsof de MKB-Klant haar verzoek niet tijdig heeft ingediend, nu zij op 5 juni 2019 het aanbod heeft geaccepteerd en de Bank pas op 12 augustus 2019 om haar zienswijze is gevraagd.
Secundair voert de Bank aan dat het Verzoek geen betrekking heeft op één van de Bindend Adviesaspecten zoals omschreven in het Herstelkader. Het Bindend Advies-aspect waarop Bindend Advies wordt aangevraagd ziet op het herstel van een Overhedge die niet is hersteld op een wijze zoals beoogd bij het aangaan van de Lening. Het daadwerkelijke verzoek van de MKB-Klant ziet op de storting op de geblokkeerde depositorekening die volgens de MKB-Klant als Vervroegde Aflossing had moeten worden behandeld. Het Herstelkader biedt geen mogelijkheid om hiervoor Bindend Advies aan te vragen. Daarom is de MKB-Klant niet ontvankelijk in zijn verzoek om Bindend Advies.

Tot slot voert de Bank nog aan dat, indien de MKB-Klant wel ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek, het Bindend Advies-verzoek moet worden afgewezen. De storting op de geblokkeerde depositorekening was immers geen Vervroegde Aflossing. Q&A I.70 biedt alleen de mogelijkheid voor retrospectieve Vervroegde Aflossing als bedoeld in paragraaf 3.3.32 van het Herstelkader indien daadwerkelijk is afgelost op een Variabelrentende Lening. In dit geval is dat niet gebeurd.

Reactie MKB-Klant op standpunt van de Bank
De MKB-Klant heeft toestemming verzocht en gekregen om een nadere reactie te geven op het standpunt van de Bank. In zijn nadere reactie stelt de MKB-Klant dat de Bank heeft voorgesteld een storting te doen op de geblokkeerde depositorekening, in plaats van de Vervroegde Aflossing. Dit was nodig omdat de waarde van het onroerend goed waarop de hypotheek was gevestigd was gedaald. De MKB-Klant voert aan dat door het terugbrengen van de Hoofdsom van de Lening een overdekking ontstond omdat de Renteswap niet op gelijke wijze mee daalde. De Bank heeft bij het afsluiten van de Renteswap niet toegelicht dat het een dusdanig star product was dat dit niet mogelijk zou zijn.

Verzochte additionele informatie
De Bindend Advies-commissie heeft partijen verzocht om additionele informatie, zoals beschreven onder het onderdeel Behandeling van het verzoek. De MKB-Klant en de Bank hebben, op hoofdlijnen weergegeven, rekeningafschriften van de depositorekening aangeleverd en een toelichting daarop.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
De Bank heeft aangevoerd dat het lijkt alsof de termijn voor het verzoek om Bindend Advies door de MKB-Klant is overschreden aangezien de MKB-Klant op 5 juni 2019 het Aanbod heeft geaccepteerd onder voorbehoud van Bindend Advies en de Bank pas op 12 augustus 2019 om haar zienswijze is gevraagd.

De Commissie stelt vast dat de MKB-Klant op 26 juni 2019 het Bindend Advies-verzoek heeft aangemeld en daarmee tijdig is met zijn verzoek. Het langere tijdsverloop tussen het aanmelden van het Bindend Advies-verzoek en het opvragen van de zienswijze van de Bank lag in een technisch probleem.

Het Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader – houdt in dat de Bank een Overhedge in Omvang niet heeft hersteld op de wijze zoals beoogd door de MKB-Klant ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat.

De Commissie overweegt het volgende. In dit dossier verzoekt de MKB-Klant op grond van paragraaf 3.3.7 Bindend Advies te oordelen over een blokkering op een rekening die, volgens de MKB-Klant, moet worden gezien als een Vervroegde Aflossing. De bank voert aan dat het verzoek van de MKB-Klant geen Bindend Advies-aspect betreft zoals omschreven in het Herstelkader. In het Herstelkader zijn vier specifieke onderwerpen omschreven op grond waarvan Bindend Advies kan worden aangevraagd; de Bindend Advies-aspecten. Het is niet mogelijk om op andere gronden Bindend Advies aan te vragen, de MKB-Klant dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek.

Paragraaf 3.3.7 geeft MKB-Klanten de mogelijkheid om Bindend Advies te verzoeken, indien in de wijze van herstel ten aanzien van Overhedge in Omvang volgens het Aanbod niet resulteert in het door de MKB-Klant ten tijde van het ondertekenen van het Rentederivaat beoogde gevolg.

De vraag die moet worden beantwoord is of het feit dat de door de MKB-Klant gestelde vervroegde aflossing niet resulteert in een compensatie van de daardoor ontstane eventuele Overhedge in Omvang een gebeurtenis is die onder de werking van paragraaf 3.3.7 voor Bindend Advies in aanmerking komt.

Met de Bank oordeelt de Commissie dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Een vervroegde aflossing is niet een gebeurtenis in de zin van dit artikel. Het Herstelkader bevat een aparte regeling hoe om te gaan met Vervroegd Aflossen in paragraaf 3.3.23 en volgende. Terzake staat geen Bindend Advies open.

De Commissie concludeert aldus dat de MKB-Klant niet ontvankelijk is in zijn verzoek.

Beslissing
De MKB-Klant is niet ontvankelijk in zijn verzoek om Bindend Advies. Dat houdt in dat de Bank het door de MKB-Klant aanvaarde Herstelaanbod ongewijzigd kan uitvoeren voor zover uitvoering nog niet heeft plaatsgevonden.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 5.5 van het Bindend Advies-reglement zal geen teruggave plaatsvinden van de door de MKB-Klant forfaitaire bijdrage van EUR 302,50.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten, bestaande uit R. Lord, commissielid, op 27 augustus 2020.