Bindend Advies-verzoek niet-ontvankelijk. Commissie stelt vast dat het verzoek geen betrekking heeft op het Bindend Advies-punt waar de MKB-Klant een beroep op doet. Categorie: Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 121734

De uitspraak:

Volledige uitspraak

Grondslag Bindend Advies
Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (hierna: het Herstelkader) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (hierna: Bindend Advies). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten (verder te noemen: de commissie) ingesteld. De commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek
Partijen zijn overeengekomen het verzoek bij wijze van Bindend Advies door de commissie te laten beslechten.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies-verzoek op 5 december 2018 aangebracht bij de commissie. De Bank heeft op 13 februari 2019 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant. Op 6 maart 2019 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de Bank gereageerd.

Onderwerp van het verzoek
Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

  • De Bank heeft onjuist leningen wel of niet in aanmerking genomen voor de afdekking van het rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.a).

De MKB-Klant heeft op 21 november 2018 het herstelaanbod van de Bank geaccepteerd, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De feiten
Voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier samengevat op het volgende neer.

Op 29 september 2008 heeft de MKB-Klant een Renteswap afgesloten op basis van het driemaands EURIBOR-tarief en een Notional van EUR 2.235.000. De Startdatum van de Renteswap is 1 januari 2009 en de Einddatum is 1 januari 2019. De Notional van de Renteswap is aflopend en moet in maandelijkse termijnen worden voldaan. Daarnaast is in het hoofdschema van de Renteswap voorzien in een eenmalige extra verlaging met ca. EUR 600.000 op 1 januari 2014.

De Bank heeft aan de MKB-Klant op 5 januari 2009 een financieringsvoorstel gestuurd dat de MKB-Klant op dezelfde datum heeft geaccepteerd. Het financieringsvoorstel bestond uit een drietal Variabelrentende Leningen met de navolgende voorwaarden:

Een Variabelrentende Lening met een Hoofdsom van EUR 400.000 aflopend met een looptijd van 15 jaar, voorziene opnamedatum 5 januari 2009, Einddatum 31 mei 2025 en een Renteopslag van 1,15% bovenop het driemaands EURIBOR-tarief (“Lening 1“);

  1. Een Variabelrentende Lening met een Hoofdsom van EUR 400.000 aflopend met een looptijd van 12 jaar, voorziene opnamedatum 5 januari 2009, Einddatum 31 mei 2022 en een Renteopslag van 1,15% bovenop het driemaands EURIBOR-tarief (“Lening 2“); en
  1. Een Variabelrentende Lening met een Hoofdsom van EUR 1.435.000 aflopend met een looptijd van 17 jaar, voorziene opnamedatum 5 januari 2009, Einddatum 31 juli 2026 en een Renteopslag van 1,15% bovenop het driemaands EURIBOR-tarief (“Lening 3“).

De voorwaarden van Lening 1 en Lening 2 zijn op basis van een overeenkomst tot ‘Wijziging geldleningsvoorwaarden’ van 19 december 2013 tussen de Bank en de MKB-Klant zodanig gewijzigd dat op 1 januari 2014 Lening 1 en Lening 2 zijn omgezet van Variabelrentende Leningen in Vastrentende Leningen met een rente gefixeerd op 4,2% voor de duur van drie jaar.

Op 1 januari 2014 daalde de Notional van de Renteswap, zoals voorzien, met ca. EUR 600.000.

De Bank heeft de MKB-Klant op 28 september 2018 onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

  1. Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant geen Gestructureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij de Bank.
  1. Er is sprake van technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant is sprake van Overhedge in Looptijd die resulteert in Compensatie van EUR 357,97. Tevens heeft de MKB-Klant recht op vergoeding van Vervroegd Aflossen van EUR 4.358,16.
  1. De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulancevergoeding bedraagt EUR 100.000.
  1. Er is geen Stap 4 vergoeding.
  1. De MKB-Klant heeft in het verleden geen eerdere financiële tegemoetkoming ontvangen vanwege herstelacties met betrekking tot de Renteswap. Er vindt dus geen correctie plaats in de zin van paragraaf 3.6.7 van het Herstelkader.

Het standpunt van de MKB-Klant
Het standpunt van de MKB-Klant luidt in hoofdzaak als volgt.

De Bank heeft bij de beoordeling van de Renteswap ten onrechte vanaf 1 januari 2014 Lening 1 en Lening 2 niet meer aangemerkt als In Aanmerking Komende Lening. Bij afsluiting van de Renteswap werden Lening 1 en Lening 2 beoogd om onder de afdekking van de Variabelrentende Renteswap te vallen zoals bedoeld in paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader.

Door de omzetting van Lening 1 en Lening 2 in Vastrentende Leningen kwamen Lening 1 en Lening 2 vanaf 1 januari 2014 niet langer in aanmerking voor afdekking onder de Renteswap, anders dan bij het aangaan van Lening 1 en Lening 2 was beoogd. De omzetting van Lening 1 en Lening 2 is dwingend door de Bank aan de MKB-Klant opgelegd en dient om die reden door de Bank ongedaan te worden gemaakt, althans dienen Lening 1 en Lening 2 ondanks de omzetting ook na 1 januari 2014 in aanmerking te worden genomen bij de herbeoordeling van de Renteswap.

Derhalve dienen Lening 1 en Lening 2 ook na 1 januari 2014 als In Aanmerking Komende Leningen te worden aangemerkt. Dientengevolge dient de MKB-Klant onder Stap 4 van het Herstelkader Compensatie te ontvangen van de Bank nu na 1 januari 2014 sprake is van verhoging van Renteopslagen op Lening 1 en Lening 2 terwijl deze leningen als Variabelrentende Leningen werden afgedekt door de Renteswap.

Het standpunt van de Bank
Het standpunt van de Bank luidt als volgt.

De Bank stelt primair dat de MKB-Klant niet ontvankelijk is in zijn verzoek om Bindend Advies. Ten eerste kwalificeren Lening 1 en Lening 2 na omzetting naar Vastrentende Leningen op 1 januari 2014 niet meer als In Aanmerking Komende Leningen op basis van paragraaf 3.3.4 onder b van het Herstelkader. Hierdoor kan geen Bindend Advies worden gegeven op basis van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader.

Ten tweede heeft het verzoek van de MKB-Klant geen betrekking op het Bindend Advies-aspect van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader. Dit volgt uit de volgende omstandigheden:

  1. Lening 1 en Lening 2 zijn vanaf 1 januari 2014 geen Variabelrentende Leningen meer maar Vastrentende Leningen, terwijl paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader betrekking heeft op Variabelrentende Leningen;
  2. Lening 1 en Lening 2 zijn reeds op basis van paragraaf 3.3.4 onder b van het Herstelkader geen In Aanmerking Komende Leningen vanaf 1 januari 2014; en
  3. Het verzoek van de MKB-Klant richt zich niet op de vraag of Lening 1 en Lening 2 bij het afsluiten van de Renteswap werden beoogd onder de Renteswap te vallen.

Subsidiair stelt de Bank dat het Herstel correct is uitgevoerd conform het Herstelkader en dat het verzoek van de MKB-Klant dient te worden afgewezen.

De Bank heeft de omzetting van Lening 1 en Lening 2 niet dwingend aan de MKB-Klant opgelegd. De Bank heeft op verzoek van de MKB-Klant diverse keren uitstel verleend van aflossingen van de leningen. Voorafgaand aan de omzetting van Lening 1 en Lening 2 en de voorziene eenmalige extra verlaging van de Renteswap op 1 januari 2014 heeft de Bank de MKB-Klant herhaaldelijk gewezen op het renterisico dat de MKB-Klant liep over het deel van de leningen dat door het uitstel van aflossingen niet werd afgedekt door de Renteswap. Na advies van en overleg met de Bank heeft de MKB-Klant ervoor gekozen het renterisico te beheersen door Lening 1 en Lening 2 om te zetten in Vastrentende Leningen en de rente voor drie jaar vast te zetten. De MKB-Klant heeft er derhalve bewust voor gekozen dat Lening 1 en Lening 2 na de omzetting niet meer door de Renteswap werden afgedekt. De Bank heeft de MKB-Klant ook na 1 januari 2014 erop gewezen dat alleen Lening 3 en niet (meer) ook Lening 1 en Lening 2 door de Renteswap werden afgedekt.

Nadere reactie MKB-Klant op standpunt van de Bank
De MKB-Klant heeft toestemming verzocht en gekregen om een nadere reactie te geven op het standpunt van de Bank. In zijn nadere reactie stelt de MKB-Klant dat Bindend Advies wel degelijk openstaat voor onderhavige situatie, omdat de Bank ten onrechte Lening 1 en Lening 2 met de omzetting uit de set heeft verwijderd en dat deze handeling van de Bank ongedaan moet worden gemaakt, waarna Lening 1 en Lening 2 wel degelijk onder het toepassingsbereik van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader vallen.

Daarnaast betwist de MKB-Klant dat de omzetting van Lening 1 en Lening 2 in Vastrentende Leningen zijn bewuste keuze was. De omzetting, waarbij de rente met 1,438% werd verhoogd, betrof immers een dwingende voorwaarde van de Bank om uitstel te verlenen van de aflossing van de leningen. Derhalve had de MKB-Klant daarin geen keus. De MKB-Klant handhaaft daarom zijn verzoek de Bank ertoe te verplichten de set met terugwerkende kracht te herstellen in de staat van voor omzetting en Compensatie te ontvangen voor de toegepaste renteverhoging van de Renteopslag van Lening 1 en Lening 2.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek
Het Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader – houdt in dat de Bank ten onrechte Leningen juist wel of juist niet in aanmerking heeft genomen voor de afdekking door een Rentederivaat.

De commissie overweegt over het verzoek van de MKB-Klant als volgt. Het verzoek van de MKB-klant strekt ertoe dat de Bank verplicht wordt de omzetting van Lening 1 en Lening 2 in Vastrentende Leningen vanaf 1 januari 2014 met terugwerkende kracht ongedaan te maken waarna deze leningen aangemerkt moeten worden als Variabelrentende Leningen waarop paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader (wel) van toepassing is. Een dergelijk verzoek heeft geen betrekking op het Bindend Advies-aspect waarop de MKB-Klant een beroep doet. Een dergelijk verzoek betreft namelijk niet een van de limitatief in het Herstelkader omschreven gevallen waarin de MKB-Klant Bindend Advies kan verzoeken. De commissie heeft dan ook niet de bevoegdheid zulk een verzoek te honoreren. Derhalve kan dit het verzoek van de MKB-Klant niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een Mismatch die voor Herstel in aanmerking komt.

Gelet op het voorgaande concludeert de commissie dat de MKB-Klant niet ontvankelijk is in zijn verzoek.

Beoordeling van het verzoek
Nu de commissie heeft overwogen dat de MKB-Klant niet-ontvankelijk is in zijn verzoek, komt de commissie niet toe aan een nadere inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Nu het verzoek van de MKB-Klant zich wellicht leent voor een andere interpretatie, die de commissie overigens minder aannemelijk acht, overweegt de commissie niettemin ten overvloede als volgt.

Voor zover de commissie het verzoek van de MKB-Klant aldus moet begrijpen dat Lening 1 en Lening 2 ondanks de omzetting in Vastrentende Leningen op 1 januari 2014 ook nadien in aanmerking moeten worden genomen voor de afdekking door de Renteswap, geldt het volgende. Gelet op paragraaf 3.3.4 onder b van het Herstelkader kunnen Lening 1 en Lening 2 vanaf 1 januari 2014 niet worden aangemerkt als In Aanmerking Komende Leningen, nu deze leningen vanaf die datum moeten worden aangemerkt als Vastrentende Leningen die op basis van paragraaf 3.3.4 onder b van het Herstelkader niet in aanmerking kunnen komen voor afdekking door de Renteswap. Derhalve kan geen sprake zijn van een Mismatch die voor Herstel in aanmerking komt en zou een afwijzing van het verzoek via verkorte afdoening als bedoeld in artikel 5.6 van het Reglement Bindend Advies zijn aangewezen, indien de MKB-Klant niet reeds niet-ontvankelijk was verklaard in zijn verzoek.

Voorts heeft de MKB-Klant zich op het standpunt gesteld dat de Bank de omzetting van Lening 1 en Lening 2 in Vastrentende Leningen dwingend aan de MKB-Klant heeft opgelegd. De MKB-Klant heeft deze stelling echter niet nader met stukken onderbouwd. Voor zover relevant, heeft de commissie op basis van de aangevoerde feiten en omstandigheden in dit dossier, in onderling verband bezien niet geconstateerd dat de Bank de MKB-Klant met ongeoorloofde middelen tot de omzetting van Lening 1 en Lening 2 zou hebben gedwongen.

Bovendien geldt dat de extra verlaging van de Notional van de Renteswap op 1 januari 2014 reeds was voorzien bij het afsluiten van de Renteswap. De verlaging van de Notional van de Renteswap op 1 januari 2014 maakte het derhalve noodzakelijk dat de Bank en de MKB-Klant met elkaar bespraken hoe verder om te gaan met het renterisico op Lening 1 en Lening 2 dat na de voorziene verlaging van de Renteswap zonder nadere maatregelen zou toenemen. 

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant wordt niet-ontvankelijk verklaard. Dat houdt in dat de Bank het door de MKB-Klant aanvaarde Herstelaanbod ongewijzigd kan uitvoeren voor zover uitvoering nog niet heeft plaatsgevonden.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 6.5 van het Bindend Advies-reglement zal geen teruggave plaatsvinden van de door de MKB-Klant betaalde forfaitaire bijdrage van EUR 302,50.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten, bestaande uit R.J. Schimmelpenninck, commissielid, op 8 augustus 2019.