Bindend Advies-verzoek toegewezen. Commissie stelt vast dat de Bank in de omstandigheden van deze casus onterecht de door MKB-Klant afgesloten Rentecap niet heeft betrokken in haar beoordeling van het Herstelaspect Overhedge In Omvang. Hierdoor is sprake van Herstel van Overhedges dat niet resulteert in het door de MKB-Klant bij het aangaan van zijn Rentederivaat beoogde gevolg

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Herstel Overhedge heeft niet het gevolg zoals beoogd bij aangaan Lening/Rentederivaat (§3.3.7 UHK)    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 115510

De uitspraak:

Grondslag Bindend Advies

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (hierna: het Herstelkader) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (hierna: Bindend Advies). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten (verder te noemen: de commissie) ingesteld. De commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek

Partijen zijn overeengekomen het verzoek bij wijze van Bindend Advies door de commissie te laten beslechten.

De MKB-Klant heeft het Bindend Advies op 25 januari 2018 aangebracht bij de commissie.

De Bank heeft op 22 februari 2018 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant.

Op 19 maart 2018 heeft de MKB-Klant per brief op de zienswijze van de Bank gereageerd, alsmede aanvullende stukken ingediend.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek

Het verzoek heeft betrekking op het volgende Bindend Advies-aspect:

– De Bank heeft Herstel van een Overhedge aangeboden dat volgens de MKB-Klant niet het gevolg heeft dat door de MKB-Klant beoogd was bij het aangaan van de Lening of het Rentederivaat (Bindend Advies-aspect ii.b.).

De MKB-Klant heeft op 29 december 2017 het herstelaanbod van de Bank aanvaard, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De feiten

Voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier samengevat op het volgende neer.

Tot en met 2005 bankierde de MKB-Klant bij de [naam van de andere bank 1] De MKB-Klant heeft bij de [naam van de andere bank 1] onder meer een Rentecap afgesloten, met transactiedatum 6 april 2005. Deze Rentecap had als ingangsdatum 1 mei 2005 en een looptijd van 10 jaar. De Notional van de Rentecap bedroeg EUR 1.000.000. De Notional van de Rentecap verminderde maandelijks met EUR 3.333.

Halverwege 2005 is de MKB-Klant overgestapt naar [naam van de andere bank 2] rechtsvoorganger van de Bank. OP 19 augustus 2005 heeft [naam van de andere bank 2] aan de MKB-Klant vier Variabelrentende Leningen verstrekt:

• EUR 400.000 (Lening 1) – krediet in rekening-courant, dat per 1 oktober 2005 verlaagd zou worden naar EUR 300.000
• EUR 740.000 (Lening 2) – een borgstellingskrediet met uiterlijke opnamedatum 1 oktober 2005, einddatum 1 januari 2018, amortiserend, en een renteopslag van 1,00% boven éénmaands EURIBOR-tarief
• EUR 860.000 (Lening 3) – een EURIBOR Lening met uiterlijke opnamedatum 1 oktober 2005, einddatum 1 januari 2031, amortiserend, en een renteopslag van 1,25% boven éénmaands EURIBOR-tarief
• EUR 250.000 (Lening 4) – een EURIBOR Lening met uiterlijke opnamedatum 1 januari 2006, einddatum 1 januari 2011, amortiserend, en een renteopslag van 1,50% boven éénmaands EURIBOR-tarief

De MKB-Klant heeft zijn Rentecap bij de [naam van de andere bank 1] bij de overstap naar [naam van de andere bank 2] gehandhaafd.

De MKB-Klant beoogde medio 2008 een aanvullende financiering van EUR 150.000 af te sluiten bij [naam van de andere bank 2] voor een verbouwing. Deze financiering is niet tot stand gekomen. Op 30 september 2008 is de MKB-Klant wel een Renteswap overeengekomen met [naam van de andere bank 2], met een Notional van EUR 1.542.917 en een looptijd van 10 jaar. De Renteswap werd afgesloten op een vaste rente van 4,9% op basis van éénmaands EURIBOR-tarief. De Renteswap kende een éénmalige verhoging van EUR 150.000 aan het begin van de looptijd, waarna de Notional van de Renteswap per kwartaal verminderde.

Op 13 oktober 2017 heeft de Bank heeft de MKB-Klant een aanbod tot Herstel onder het Herstelkader gedaan, waar de MKB-Klant in deze Bindend Advies-procedure tegen op komt. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

i. Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant geen Gestructureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij [naam van de andere bank 2] c.q. de Bank.

ii. Er is sprake van Technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant is sprake van een Overhedge In Omvang nu het Rentederivaat van 1 oktober 2008 tot 1 april 2011 een grotere omvang had dan de In Aanmerking Komende Leningen 2, 3 en 4. Lening 1 is geen In Aanmerking Komende Lening. Dit resulteert in een Compensatie van EUR 8.792,68. Tevens heeft de MKB-Klant recht op vergoeding van Vervroegd Aflossen van EUR 5.950,73.

iii. De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulancevergoeding bedraagt EUR 90.972,32.

iv. De MKB-Klant ontvangt geen vergoeding in Stap 4.

v. De MKB-Klant heeft in het verleden een eerdere financiële tegemoetkoming van EUR 8.673,67 ontvangen. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het aanbod waarop de MKB-Klant recht heeft ingevolge het Herstelkader. Voorts heeft de MKB-Klant een opeisbare vordering wegens een betalingsachterstand van EUR 796.776,80, hetgeen wordt verrekend met de Compensatie waar de MKB-Klant recht op heeft.

Op 28 december 2017 heeft de [naam van de andere bank 1] eveneens een aanbod tot Herstel gedaan aan de MKB-Klant in verband met de Rentecap bij de [naam van de andere bank 1]. In het herstelaanbod heeft de [naam van de andere bank 1] vastgesteld dat de Rentecap een set vormde met Lening 2 en Lening 3. De [naam van de andere bank 1] heeft de MKB-Klant gecompenseerd voor een Overhedge In Looptijd.

Standpunt van de MKB-Klant

Het standpunt van de MKB-Klant luidt in hoofdzaak als volgt.

Ten tijde van het afsluiten van de Renteswap in 2008 was [naam van de andere bank 2] op de hoogte van het feit dat de MKB-Klant een Rentecap bij de [naam van de andere bank 1] had ter afdekking van het renterisico op Leningen 1, 2, 3 en 4. De Bank heeft ten onrechte de Rentecap niet betrokken in het aanbod tot Herstel, zodat in werkelijkheid een grotere Overhedge In Omvang bestond dan berekend in het herstelaanbod van de Bank.

Standpunt van de Bank

Het standpunt van de Bank luidt in hoofdzaak als volgt.

De Bank begrijpt de stellingen van de MKB-Klant zo dat de Bank het Herstelkader moet toepassen op de Rentecap die de MKB-Klant is aangegaan bij de [naam van de andere bank 1] voor bepaling van een Overhedge In Omvang, en dat de Bank op de hoogte was van de genoemde Rentecap.

Deze stellingen zijn onjuist. De Bank was geen tegenpartij van de MKB-Klant ten tijde van het afsluiten van de Rentecap en er heeft nadien ook geen novatie van de Rentecap plaatsgevonden naar de Bank, zodat de Bank ook geen tegenpartij onder de Rentecap is geworden. Om die redenen valt de Rentecap buiten toepassingsbereik van het Herstelkader voor de Bank. De [naam van de andere bank 1] heeft op 28 december 2017 een aanbod tot Herstel gedaan met betrekking tot de Rentecap.

De Bank merkt verder op dat geen enkele aanwijzing in het dossier is gevonden die onderschrijft dat de Bank wist van het bestaan van de Rentecap ten tijde van het aangaan van de Renteswap.

Nadere reactie MKB-Klant op standpunt van de Bank

De [naam van de andere bank 1] beschouwt de Rentecap als een set met Lening 2 en 3. De Bank koppelt de Renteswap eveneens aan Leningen 2 en 3, zonder dat rekening wordt gehouden met de Notional van de reeds bestaande Rentecap. Dit is niet beoogd door de MKB-Klant, aangezien de Bank ten tijde van het aangaan van de Renteswap bekend was met het bestaan van de Rentecap. Dit volgt onder meer uit getuigenverklaringen van betrokkenen bij de Bank in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.

Ontvankelijkheid van het verzoek

Het Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuist Herstel van een Overhedge zoals beschreven in paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader – houdt in dat de Bank een Overhedge niet heeft hersteld op de wijze zoals beoogd door de MKB-Klant ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat.

De Bank heeft niet gesteld dat de MKB-Klant niet ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek.

De commissie concludeert dat de MKB-Klant ontvankelijk is in zijn verzoek.

Beoordeling van het verzoek

De commissie heeft het volgende overwogen.

Vooropgesteld wordt dat de MKB-Klant kan opkomen tegen Herstel van Overhedge in de zin van paragraaf 3.3.7 van het Herstelkader indien door een bank toegepast Herstel – gelet op de specifieke omstandigheden in het dossier van de MKB-Klant – niet het gevolg heeft dat door de MKB-Klant ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat werd beoogd. Of daarvan sprake is, wordt zodoende (per definitie) van geval tot geval bepaald.

In algemene zin schrijven paragraaf 3.3.2 en 3.3.9 van het Herstelkader voor dat de vraag of van een Mismatch sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle In Aanmerking Komende Leningen en alle Rentederivaten die een MKB-Klant binnen het toepassingsgebied van het Herstelkader heeft.

Paragraaf 3.3.6 van het Herstelkader bepaalt dat alle Rentederivaten en alle In Aanmerking Komende Leningen (indien van toepassing: in die betreffende ‘set’) in ogenschouw moeten worden genomen om specifiek te bepalen of sprake is van een Overhedge In Omvang, een Overhedge In Looptijd, dan wel een Modaliteitsmismatch.

Van een Overhedge In Omvang is sprake als de Notional gedurende enig moment van de Looptijd van het Rentederivaat hoger is dan de Hoofdsom Lening (paragraaf 3.3.8 Herstelkader). Daarbij geldt dat op basis van Q&A III.10 in beginsel wordt aangesloten bij het daadwerkelijk verloop van de Hoofdsom Lening.

Uitzondering op het voorgaande vormt de situatie waarin een Rentecap is afgesloten en nadien een Renteswap, waarbij de waarde van de Rentecap op het moment van afsluiten van de Renteswap lager was dan 10 maal de basis point value (maatstaf voor rentegevoeligheid) van de nieuw afgesloten Renteswap (paragraaf 3.3.10 Herstelkader, voetnoot 29).

De commissie stelt vast dat van laatstgenoemde uitzondering in het onderhavige geval geen sprake is. De waarde van de Rentecap was op het moment van afsluiten van de Renteswap circa EUR 41.000. De basis point value van de Renteswap was op het moment van afsluiten van de Renteswap circa EUR 820. Aldus was de waarde van de Rentecap op dat moment circa 50 maal groter dan de basis point value van de Renteswap (41000/820). Om die reden is de uitzondering van voetnoot 29 uit het UHK niet van toepassing. Aldus kan er in de combinatie van Rentecap en Renteswap sprake zijn van een Overhedge In Omvang, waarover de commissie als volgt oordeelt.

In het onderhavige dossier heeft de Bank enkel de Renteswap betrokken in de beoordeling van het Herstelaspect Overhedge In Omvang. De MKB-Klant heeft gemotiveerd gesteld dat de Bank ten onrechte de Rentecap bij de andere Bank niet in het Herstel van de Overhedge In Omvang heeft betrokken. Volgens de Commissie heeft de MKB-Klant genoeglijk aangetoond – door middel van het overleggen van getuigenverklaringen van betrokkenen bij de Bank – dat de Bank ten tijde van het overeenkomen van de Renteswap kennis had van de Rentecap bij de [naam van de andere bank 1]. Dit is door de Bank niet gemotiveerd betwist.

Gelet op de kennis van de Bank met betrekking tot het bestaan van de Rentecap en tegen de achtergrond van hetgeen de commissie hiervoor heeft overwogen over paragraaf 3.3.2, 3.3.6, 3.3.7 en 3.3.9 van het Herstelkader, volgt de commissie de stellingen van MKB-Klant dat de Bank in dit dossier ook de Rentecap had moeten betrekken in de herstelberekening en de vaststelling van een (eventuele) Overhedge (In Omvang). Gelet op de bekendheid van [naam van de andere bank 2] met de Rentecap, had de MKB-Klant immers mogen verwachten dat zowel Rentecap als Renteswap in het herstelaanbod zouden terugkomen. Nu de Rentecap niet in de herstelberekening is betrokken, voorziet het herstelaanbod in dit geval niet in Herstel van Overhedge dat door de MKB-Klant was beoogd. Stellingen van de Bank dat de Rentecap buiten toepassingsgebied van het Herstelkader is voor de Bank, kunnen derhalve in dit dossier niet slagen.

Daarbij overweegt de commissie in dit dossier (naar billijkheid) voorts als volgt.

Vanwege de specifieke omstandigheden van het voorliggende geval, dient de Overhedge In Omvang integraal hersteld te worden door aanpassing van de Renteswap die liep bij de Bank. Er is in dit specifieke geval dus geen plaats voor proportioneel Herstel over de Rentecap en de Renteswap. Hiervoor is doorslaggevend dat (i) het afsluiten van de Renteswap – niet de Rentecap – de Overhedge In Omvang heeft veroorzaakt, (ii) voldoende vast is komen te staan dat [naam van de andere bank 2] op de hoogte was van de Rentecap bij de [naam van de andere bank 1], zodat [naam van de andere bank 2] wist althans had moeten weten dat het afsluiten van de Renteswap zou leiden tot een Overhedge In Omvang, en (iii) de [naam van de andere bank 1] ten tijde van het afsluiten van de Rentecap er geen rekening mee had kunnen en hoeven houden dat de MKB-Klant later bij [naam van de andere bank 2] een Renteswap zou afsluiten.

Het voorgaande leidt ertoe dat de Bank de Notional van de uitstaande Rentecap dient te betrekken in de bepaling van een (eventuele) Overhedge In Omvang, maar Herstel enkel plaatsvindt door aanpassing van de Renteswap. Daarmee wordt bovendien (operationeel) voorkomen dat de Bank Compensatie betaalt over Netto Kasstromen van een Rentederivaat (i.e. de Rentecap) die nooit tussen de Bank en de MKB-Klant hebben plaatsgevonden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant wordt toegewezen nu de commissie vaststelt dat het Herstel wat betreft Overhedge In Omvang in dit specifieke dossier niet is uitgevoerd conform hetgeen door de MKB-Klant ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat was beoogd.

Dit oordeel houdt in dat de Bank zoals voorgeschreven in paragraaf 5.23 van het Bindend Advies reglement binnen vier weken een nieuwe berekening dient uit te voeren ten aanzien van het Bindend Advies-aspect, waarbij de Bank de Rentecap bij de [naam van de andere bank 1] in de berekening van de Overhedge In Omvang dient te betrekken. Daarbij geldt dat deze Overhedge In Omvang integraal hersteld dient te worden door aanpassing van de Renteswap.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 6.3 van het Bindend Advies reglement zal de Bank de door de MKB-Klant betaalde forfaitaire bijdrage van EUR 302,50 rechtstreeks aan de MKB-Klant vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie UHK MKB-Rentederivaten, bestaande uit R.J. Schimmelpenninck, B.F.M. Knüppe en R. Lord, commissieleden, op 24 juli 2018.