Bindend Advies-verzoek toegewezen. Commissie stelt vast dat één van de Leningen aantoonbaar niet beoogd werd te worden afgedekt door het Rentederivaat. Voor het overige is de MKB-Klant niet-ontvankelijk nu zijn stellingen geen betrekkingen hebben op het Bindend Advies-punt waar de MKB-Klant een beroep op doet.

  • Home >>
  • UHK MKB-Rentederivaten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: UHK MKB-Rentederivaten    Categorie: Onjuist Leningen wel/niet in aanmerking genomen voor afdekking door Rentederivaat (§3.3.4.d UHK)    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 114088

De uitspraak:

Grondslag Bindend Advies

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten (hierna: het Herstelkader) voorziet voor een aantal specifiek omschreven aspecten in de mogelijkheid van bindend advies (hierna: Bindend Advies). Het gaat daarbij om de aspecten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 c, paragraaf 3.3.4 d en 3.3.7, of paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader. Ten behoeve van de behandeling van verzoeken tot Bindend Advies is de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten (verder te noemen: de commissie) ingesteld. De commissie is derhalve bevoegd om Bindend Advies te geven over de in het Herstelkader specifiek omschreven Bindend Advies-aspecten.

In dit Bindend Advies gehanteerde begrippen verwijzen naar definities zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van het Herstelkader, tenzij anders in dit Bindend Advies gedefinieerd.

Behandeling van het verzoek

Partijen zijn overeengekomen het verzoek bij wijze van Bindend Advies door de commissie te laten beslechten. De MKB-Klant heeft het Bindend Advies op 8 november 2017 aangebracht bij de commissie. De Bank heeft op 31 januari 2018 haar zienswijze ingediend met betrekking tot het aangebrachte verzoek van de MKB-Klant. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het verzoek

Het verzoek heeft betrekking op de volgende twee Bindend Advies-aspecten:

– De Bank heeft onjuist Leningen wel of niet in aanmerking genomen voor de afdekking door het Rentederivaat (iia); en

– De Bank heeft zich bij de aanbieding van Herstel ten onrechte op haar kredietbeleid beroepen, als gevolg waarvan de Bank ten onrechte geheel of gedeeltelijk geen Coulancevergoeding heeft toegekend (iii).

De MKB-Klant heeft op 10 oktober 2017 het herstelaanbod van de Bank aanvaard, met inachtneming van de uitkomst van het onderhavige Bindend Advies.

De feiten

Voor zover relevant, komen de feiten in dit dossier samengevat op het volgende neer.

De Bank heeft aan de MKB-Klant twee Variabelrentende Leningen verstrekt met als uiterste opnamedatum 1 januari 2009 en een Renteopslag gelijk aan 1,6% boven het éénmaands EURIBOR-tarief. De Leningen hebben de volgende Hoofdsommen:

• EUR 400.000 (Lening 1)
• EUR 100.000 (Lening 2)

De einddatum van Lening 1 is 1 oktober 2018. De einddatum van Lening 2 is 1 februari 2019. Lening 1 is aflossingsvrij, Lening 2 is lossend.

Op 1 september 2008 heeft de MKB-Klant een Rentederivaat afgesloten op basis van éénmaands EURIBOR-tarief en met een Notional van EUR 400.000. Het Rentederivaat is aflossingsvrij en heeft als ingangsdatum 1 januari 2009 en einddatum 1 januari 2019.

De MKB-Klant heeft zich op enig moment op het standpunt gesteld dat de looptijd van het Rentederivaat niet juist was en de Bank gevraagd de looptijd van het Rentredervaat dien-overeenkomstig aan te passen. De Bank heeft de MKB-Klant per brief van 20 april 2015 bericht de looptijd van het Rentederivaat conform de wens van de MKB-Klant aan te passen zodat het Rentederivaat eindigt op 1 oktober 2018, de einddatum van Lening 1. De Bank heeft daarbij toegezegd dat zij de met deze aanpassing verband houdende kosten van EUR 6.500 voor haar rekening zou nemen.

Gedurende de looptijd van het Rentederivaat is de oorspronkelijke Renteopslag van beide Variabelrentende Leningen enkele malen verhoogd. De opslagverhoging is vanaf 1 juli 2012 ongedaan gemaakt door de betaling van een bedrag aan de MKB-Klant van EUR 17.852,23.

De Bank heeft de MKB-Klant onder het Herstelkader een aanbod tot Herstel gedaan. Dit aanbod tot Herstel komt op het volgende neer.

(i) Er is geen sprake van Stap 1 vergoeding waarbij Gestructureerde Rentederivaten worden aangepast naar een Noodzakelijk Substituut, omdat de MKB-Klant geen Gestructureerd Rentederivaat heeft afgesloten bij de Bank.

(ii) Er is sprake van Technisch Herstel in Stap 2. De MKB-Klant komt hiervoor in aanmerking indien de kenmerken van het Rentederivaat niet goed aansluiten bij de gekoppelde Lening(en). In het geval van de MKB-Klant is sprake van een Overhedge In Omvang nu het Rentederivaat afloopt op 1 januari 2019, terwijl de einddatum van Lening 1 en Lening 2 vallen op 1 oktober 2018 respectievelijk 1 februari 2019. Hierdoor ontstaat voor de maanden oktober, november en december 2018 een Overhedge In Omvang ter grootte van EUR 300.000. De Bank past het Rentederivaat aan zodat er geen Overhedge In Omvang meer aanwezig zal zijn.

(iii) De MKB-Klant ontvangt een generieke coulancevergoeding in Stap 3. Deze coulan-cevergoeding bedraagt EUR 38.321,29.

(iv) De MKB-Klant ontvangt vergoeding in Stap 4 nu sprake is van verhoging van Ren-teopslagen op Variabelrentende Leningen terwijl deze werden afgedekt door een Rentederivaat. De oorspronkelijke opslag bij het aangaan van de Leningen betrof 1,60%. De Renteopslag is tussentijds verhoogd. De startdatum van de verhoging van de Renteopslag is 1 januari 2010, de einddatum van de verhoging van de Renteopslag is 1 september 2012. De Hoofdsom van de Leningen bedroeg bij de start van de Renteopslag EUR 495.980, de Notional van het Rentederivaat bedroeg bij de start van de Renteopslag EUR 400.000. De vergoeding in Stap 4 bedraagt EUR 12.886,10.

(v) De MKB-Klant heeft in het verleden een eerdere financiële tegemoetkoming ontvangen vanwege herstelacties met betrekking tot het Rentederivaat. Dit bedrag van EUR 17.852,23 vermeerderd met de wettelijke rente, wordt in mindering gebracht op het aanbod waarop de MKB-Klant recht heeft ingevolge het Herstelkader.

Het standpunt van de MKB-Klant

Het standpunt van de MKB-Klant luidt als volgt:

(i) Alleen Lening 1 wordt afgedekt door het afgesloten Rentederivaat. Aldus is Lening 2 ten onrechte als afgedekte Lening meegenomen bij de berekening van het aanbod tot Herstel aan de MKB-Klant.

(ii) De Bank heeft een eerdere compensatie vanwege verhoging van de Renteopslag ten onrechte afgetrokken van het aanbod onder het Herstelkader nu (i) de eerder uitgekeerde compensatie betrekking had op beide Leningen, terwijl Lening 2 niet meegenomen zou moeten worden in de berekening; en (ii) de eerder uitgekeerde compensatie volledig is afgehandeld waardoor de Bank deze niet opnieuw in de berekening had mogen meenemen.

(iii) De initiële looptijd van het Rentederivaat met einddatum 1 januari 2019 was onjuist en is op kosten van de bank verkort tot 1 oktober 2018, de einddatum van Lening 1. De Bank komt hier in haar aanbod op terug door Herstel aan te bieden voor een Overhedge In Omvang vanaf 1 oktober 2018 uitgaande van een Hoofdsom Lening van EUR 100.000 voor de dan nog openstaande Lening 2, in plaats van een Overhedge In Omvang per 1 oktober 2018.

Het standpunt van de Bank

Het standpunt van de Bank luidt in hoofdzaak als volgt. De stelling van de MKB-Klant dat enkel Lening 1 werd afgedekt door het Rentederivaat is onjuist. De Bank heeft beide Leningen en het Rentederivaat als één portefeuille beschouwd nu het klantdossier geen blijk geeft van een uitdrukkelijke koppeling tussen Lening 1 en het Rentederivaat, en Lening 2 dezelfde looptijd heeft als het Rentederivaat. Bovendien is sprake van één Lening opgeknipt in twee delen.

De door de Bank eerder uitgekeerde vergoeding betrof de terugbetaling van de verhoging van de Renteopslagen op twee door het Rentederivaat afgedekte Leningen. Op grond van paragraaf 3.6.7 van het Herstelkader heeft de Bank deze eerder uitgekeerde vergoeding terecht als eerdere financiële tegemoetkoming aangemerkt, nu die verband houdt met het Rentederivaat.

Mismatch tussen de looptijd van het Rentederivaat en de looptijd van de Leningen is opgelost doordat de looptijd van het Rentederivaat conform de brief van 20 april 2015 is aangepast, zodat deze eindigt op 1 oktober 2018.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek

Het eerste Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader – houdt in dat de Bank ten onrechte Leningen juist wel of juist niet in aanmerking heeft genomen voor de afdekking door een Rentederivaat.

Het tweede Bindend Advies-aspect waar de MKB-Klant een beroep op doet – onjuiste toepassing van paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader – houdt in dat de Bank ten onrechte geen coulancevergoeding heeft toegekend als gevolg van een onterecht beroep op de kredietafdekkingseis van de Bank.

Het verzoek van de MKB-Klant betreft in de kern drie punten zoals besproken onder Standpunt MKB-Klant.

De Bank heeft niet gesteld dat de MKB-Klant niet ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek.

De commissie concludeert – gelet op de stelling van de MKB-Klant onder (i) – dat de MKB-Klant ontvankelijk is ten aanzien van het eerste Bindend Advies-aspect (paragraaf 3.3.4 onder van het Herstelkader).

Voorts concludeert de commissie dat de MKB-Klant – gelet op het feit dat de stellingen van de MKB-Klant onder (ii) en (iii) geen betrekking hebben op het tweede Bindend Advies-punt waar de MKB-Klant een beroep op doet – niet ontvankelijk is ten aanzien van het tweede Bindend Advies-aspect (paragraaf 3.4.6 van het Herstelkader).

Beoordeling van het verzoek

Gelet op het voorgaande, zal de commissie zich in haar beoordeling beperken tot het Bindend Advies-aspect met betrekking tot de toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader.
De commissie overweegt het volgende.

Paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader schrijft voor dat een Variabelrentende Lening niet in aanmerking komt voor afdekking door een Rentederivaat – en derhalve niet in het aanbod tot Herstel moet worden betrokken – indien bij afsluiten van het Rentederivaat aantoonbaar niet beoogd was dat deze Variabelrentende Lening zou worden afgedekt door het Rentederivaat. Voetnoot 26 van het Herstelkader schrijft voor dat een Variabelrentende Lening ‘aantoonbaar niet beoogd’ wordt afgedekt door een Rentederivaat, indien uit de besluitvorming tussen de Bank en de MKB-Klant volgt dat het Rentederivaat strekte tot afdekking van een andere Variabelrentende Lening. Afdekking van een andere Variabelrentende Lening kan blijken uit (i) schriftelijke vastlegging tussen Bank en MKB-Klant; of (ii) de mate van aansluiting van de (ten tijde van het aangaan van het Rentederivaat voorzienbare) kenmerken van het Rentederivaat en de betreffende andere Variabelrentende Lening, zoals Startdatum, Notional en looptijd.

Als uitgangspunt geldt voorts – zoals Q&A I.39 voorschrijft – dat de Bank afgedekte Variabel-rentende Leningen en Rentederivaten als één portefeuille/set mag beschouwen indien uit het klantdossier niet blijkt van uitdrukkelijke koppeling van Variabelrentende Leningen aan specifieke Rentederivaten.

Een MKB-Klant kan – zoals Q&A II.5 voorschrijft – vervolgens evenwel opkomen tegen de beslissing van de Bank dat een Lening een In Aanmerking Komende Lening betreft indien de MKB-Klant aantoonbaar maakt dat het Rentederivaat niet strekte tot afdekking van de betreffende Lening.

In het onderhavige geval heeft de Bank onvoldoende specifieke koppeling vastgesteld tussen het Rentederivaat en een van de twee Leningen, zodat de Bank in overeenstemming met Q&A I.39 het Rentederivaat en de twee Leningen – op zich terecht – als één set heeft benaderd.

De MKB-Klant heeft zich evenwel beroepen op een specifieke koppeling tussen het Rentederivaat en Lening 1. De MKB-Klant verwijst hiervoor naar (i) de overeenkomst tussen de Notional van het Rentederivaat en de Hoofdsom van Lening 1; en (ii) een brief waarin de Bank aangeeft de looptijd van het Rentederivaat op eigen kosten te zullen inkorten om deze in overeenstemming te brengen met de looptijd van Lening 1.

De commissie constateert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden in dit dossier in onderling verband bezien leiden tot de conclusie dat in dit specifieke geval uit de besluitvorming tussen de Bank en de MKB-Klant kan worden opgemaakt dat het Rentederivaat strekte tot de afdekking van Lening 1. De commissie baseert deze constatering op de volgende feiten en omstandigheden:

(i) De Notional van het Rentederivaat sluit aan bij de Hoofdsom van Lening 1;

(ii) Zowel de Notional van het Rentederivaat als de Hoofdsom Lening van Lening 1 zijn aflossingsvrij, terwijl dit expliciet niet het geval is voor de Hoofdsom Lening van Lening 2;

(iii) De Bank heeft de MKB-Klant per brief bericht dat de looptijd van het Rentederivaat zou worden aangepast zodat deze overeenstemt met de looptijd van Lening 1; en

(iv) De oorspronkelijke looptijd van het Rentederivaat sloot daarbij, anders dan de Bank stelt, niet aan op de looptijd van Lening 2.

Doordat de commissie vaststelt dat in dit dossier het Rentederivaat strekte tot afdekking van Lening 1, wordt Lening 2 aantoonbaar niet beoogd onder de afdekking van het Rentederivaat te vallen. Om die reden komt Lening 2 niet in aanmerking voor afdekking door het Rentederivaat in de zin van paragraaf 3.3.4 onder d van het Herstelkader.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het Bindend Advies-verzoek van de MKB-Klant met betrekking tot de toepassing van paragraaf 3.3.4 onder d Herstelkader wordt toegewezen, nu de commissie vaststelt dat het Rentederivaat strekte tot afdekking van Lening 1 en Lening 2 aantoonbaar niet beoogd werd onder de afdekking van het Rentederivaat te vallen. Voor het overige is de MKB-Klant niet-ontvankelijk.

Het oordeel van de commissie houdt in dat de Bank zoals voorgeschreven in paragraaf 3.25 van het Bindend Advies reglement binnen vier weken een nieuwe berekening dient uit te voeren waarbij de Bank enkel Lening 1 als In Aanmerking Komende Lening opneemt.

Zoals voorgeschreven in paragraaf 6.3 van het Bindend Advies reglement zal de Bank de door de MKB-Klant betaalde forfaitaire bijdrage van EUR 302,50 rechtstreeks aan de MKB-Klant vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie MKB-Rentederivaten, bestaande uit R.J. Schimmelpenninck, B.F.M. Knüppe en R. Lord, commissieleden, op 24 juli 2018.