BSO-overeenkomst mocht niet worden opgezegd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 166294/166339

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Het geschil gaat over de vraag of de ondernemer de bso-overeenkomst van de dochter van de ouder mocht opzeggen. De ondernemer heeft het contract voor de buitenschoolse opvang opgezegd. Volgens de ouders is de opzegging onrechtmatig, omdat er geen sprake is van een zwaarwegende reden. Volgens de ondernemer kan hij de overeenkomst opzeggen zonder dat er sprake hoeft te zijn van een zwaarwegende reden. Overigens is die er volgens de ondernemer wel, namelijk de bejegening van het personeel door de ouders van het kind. De commissie oordeelt dat er in dit geval geen sprake is van een zwaarwegende reden voor opzegging. Daarnaast is niet gebleken dat er een zodanige en blijvende storing van de verhouding tussen de ondernemer en de ouders is, dat de voortzetting van de opvang van de dochter onmogelijk is geworden. De ondernemer heeft onvoldoende geprobeerd om met de ouders in gesprek te gaan en naar een oplossing te zoeken. De overeenkomst mocht niet worden opgezegd. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De ouder heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de ondernemer de overeenkomst voor buitenschoolse opvang van de dochter van de ouder (hierna: de dochter) heeft mogen opzeggen met ingang van 3 april 2022.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij brief van 2 maart 2022 heeft de ondernemer het contract voor buitenschoolse opvang van de dochter opgezegd per 3 april 2022. De ouder is van mening dat de opzegging onrechtmatig is, omdat er geen sprake is van een zwaarwegende reden voor de opzegging.

De ondernemer heeft als reden gegeven dat er geen vertrouwen meer is in een prettige samenwerking. De ouders vinden dat niet terecht en vinden dat ook geen reden voor opzegging. Zij zijn in een positie dat zij de kosten van opvang geheel zelf moeten betalen en daarom zijn zij scherp als het gaat om die kosten. Zij verwachten dat het contract over en weer wordt nageleefd. Hun klacht richt zich ook tegen het feit dat de ondernemer ondanks herhaalde verzoeken weigert om de 15 minuten voorbereidingstijd BSO apart te factureren en tegen een door de ondememer bedachte compensatieregeling voor dagen dat de BSO gesloten is, welke compensatieregeling volgens de ouders in strijd is met het contract. Zij zijn dus over dit soort zaken wel kritisch in de richting van de ondernemer, maar het is niet zo dat zij over zakelijke kwesties contact hebben met pedagogische medewerkers. De zakelijke verschillen van mening mogen dan ook wat hen betreft niet in de weg staan aan de voortzetting van de opvang. De ouder wenst geen beslissing van de commissie over de klachtonderdelen die deze zakelijke kwesties betreffen, het gaat de ouder er alleen om dat de dochter gebruik kan blijven maken van de opvang. De dochter gaat met veel plezier naar de opvang en de ouder wil dat graag zou houden.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer stelt dat de ouders, met name de vader, zich steeds zeer kritisch uitlaten over diverse contractuele kwesties en over de bedrijfsvoering door de ondernemer in het algemeen. De vader heeft onder meer tegen medewerkers gezegd dat de eigenaar van de onderneming niet in staat is een onderneming te leiden en heeft gezegd ‘dat het patiënten zijn’. Medewerkers voelen zich daar niet prettig bij en het is grievend voor de ondernemer. De ondernemer heeft de ouders meermalen aangesproken op de wijze van bejegening, ook per mail, maar dat heeft het gedrag van de ouders niet veranderd. Op telefoontjes hebben de ouders niet gereageerd.

De ondernemer stelt zich allereerst op het standpunt dat zij de overeenkomst kan opzeggen met in achtneming van de contractuele opzegtermijn zonder dat daar een zwaarwegende reden voor hoeft te zijn. De ondernemer is niet aangesloten bij de Brancheorganisatie Kinderopvang en is dan ook niet verplicht de algemene voorwaarden van de brancheorganisatie te hanteren.
Overigens bestaat er wel een zwaarwegende reden voor opzegging. De bejegening van de eigenaar en medewerkers door de ouders is zodanig dat voortzetting van de overeenkomst niet van de ondernemer verlangd kan worden.

Beoordeling van het geschil
In de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden is bepaald dat ieder van hen de overeenkomst door opzegging kan beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van één maand. De ondernemer is niet aangesloten bij de Brancheorganisatie Kinderopvang en heeft dan ook niet de verplichting om de door de brancheorganisatie opgestelde algemene voorwaarden te hanteren.
Dat neemt niet weg dat in het algemeen, ook als een overeenkomst voorziet in een regeling voor opzegging, eisen van redelijkheid en billijkheid er desalniettemin toe kunnen leiden dat de opzegging onaanvaardbaar is en dat nadere eisen aan de opzegging moeten worden gesteld.

De eisen van redelijkheid en billijkheid, die mede worden ingevuld door hetgeen in de branche gebruikelijk is, brengen met zich mee dat een opzegging onaanvaardbaar is als aan de opzegging geen zwaarwegende reden ten grondslag ligt. De basis daarvoor is gelegen in de aard van dienstverlening. Er wordt immers een plaats op de kinderopvang opgezegd waar een kind op haar plek is en zich veilig en gelukkig voelt.

De commissie is van oordeel dat in dit geval van een zwaarwegende reden voor opzegging geen sprake is. Daargelaten de vraag of en in welke mate sprake is geweest van onheuse of oneigenlijke bejegening door de ouders, niet gebleken is van een zodanige en blijvende verstoring van de verstandhouding tussen de ondernemer en de ouders dat voortzetting van de opvang van de dochter, die het onbetwist erg naar haar zin heeft op de opvang, onmogelijk is geworden. Daar komt bij dat van de ondernemer als professional verwacht mag worden dat zij, als er sprake is van onwenselijk gedrag van de zijde van de ouders, daarover het gesprek aangaat met de ouders en naar een oplossing zoekt. De commissie waardeert dat de ondernemer daar weliswaar pogingen toe heeft ondernomen door te bellen, maar constateert dat toen de telefoon niet werd beantwoord alsnog tot de opzegging is over gegaan. Het is de commissie onvoldoende gebleken dat de ondernemer getracht heeft met de ouders in gesprek te gaan en een oplossing te zoeken. Ook is gesteld noch gebleken dat de ondernemer de ouders gewaarschuwd heeft dat zij de wijze van bejegening onacceptabel vond en dat opzegging van de overeenkomst zou volgen als zij hun gedrag niet zouden aanpassen.

De overeenkomst mocht dus, gezien alle omstandigheden, niet worden opgezegd. Partijen zullen met elkaar in gesprek moeten gaan om afspraken te maken over de gewenste wijze van communicatie en over een oplossing van zakelijke kwesties.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

• verklaart de klacht gegrond;
• verplicht de ondernemer de overeenkomst ter zake van buitenschoolse opvang voort te zetten en in overleg met de ouders te treden;
• bepaalt dat de ondernemer een bedrag van € 25,– aan de ouder dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. J.W. Rutjens MPA, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. P.G. Muller, secretaris, op 13 april 2022.