Causaal verband tussen schade en kosten ter vaststelling schade, zoals takel kosten en vervangend vervoer

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE09-0003

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 6 oktober 2007 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een [merk en type] tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 12.950,–. De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 6 oktober 2007.   De consument heeft op 6 oktober 2008 zijn klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 6 oktober 2007 heb ik een [merk en type] bij de ondernemer (die toen een officiële [merk-dealer] was) gekocht. Op zaterdagavond 4 oktober 2008 hoorde ik, toen ik het bestuurderraam van de auto opende om een parkeergarage uit te rijden, een licht tikkend geluid. Hoewel er geen enkel waarschuwingslampje brandde, zijn wij naar een benzinestation gereden en hebben daar voor alle zekerheid het oliepeil gemeten. Dat was echter prima op peil. Bij gesloten ramen was het geluid niet meer hoorbaar. Daarna heb ik de auto niet meer nodig gehad tot maandagavond 6 oktober 2008. Toen ik de auto die avond startte, was het tikkend geluid flink toegenomen. Ook constateerde ik dat de auto olie had gelekt aan de rechtervoorkant. Wij hebben toen direct de motor uitgezet. Dinsdagochtend heb ik meteen met de ondernemer gebeld en de situatie voorgelegd. De ondernemer adviseerde ons naar [een andere merk-dealer] te rijden om te kijken wat er aan de hand kon zijn, omdat die wellicht iets geraakt kon hebben tijdens de op 2 oktober 2008 door hen uitgevoerde APK-keuring. Omdat wij het niet aandurfden met de auto te gaan rijden, hebben wij [de andere dealer] gebeld. Deze verzekerde ons dat er bij APK-keuring niets geraakt kon zijn. Daarop heb ik de ANWB wegenwacht laten komen. Deze adviseerde mij, na inspectie, om niet meer met de auto te gaan rijden omdat er schade zou zijn aan de koppakking. Dit heb ik gemeld aan de ondernemer, die mij vervolgens te kennen gaf niets voor ons te kunnen betekenen, omdat de klacht pas na het verstrijken van de garantieperiode bij hem was gemeld. De klacht is echter ontstaan binnen de garantieperiode. Bovendien vind ik dat een auto van vijf jaar met 105.000 kilometer op de teller langer mee moet gaan. Vanaf het moment van aanschaf tot aan het ontstaan van de klacht hebben wij maar 14.000 kilometer met deze toch niet goedkope auto kunnen rijden.   Gezien het voorgaande verlang ik dat de ondernemer de auto gratis hersteld of de koop ongedaan maakt. Voorts verlang ik € 3.148,08 van de ondernemer, omdat ik extra kosten heb moeten maken nadat bleek dat de reparatie van onze [merk en type] niet binnen korte tijd gerealiseerd zou zijn. Zo heb ik om te voorzien in tijdelijk vervangend vervoer een [andere auto] aangeschaft voor € 950,–.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Op de vraag van de commissie waarom de consument registratie van de [merk en type] in het kentekenregister niet heeft laten schorsen en de autoverzekering niet heeft opgeschort gedurende de looptijd van het geschil, antwoordt de consument dat zij de auto niet bij [de andere dealer] kon stallen en het huren van een plek even duur zou zijn als de wegenbelasting en verzekeringspremie.   Op de vraag van de commissie waarom de consument de gehele aanschafprijs van de [andere auto] vordert, gegeven het feit dat deze auto ten tijde van de zitting vast nog enige waarde heeft, antwoordt de consument dat deze niets meer oplevert, omdat de auto binnenkort APK gekeurd moet worden en zeer zeker niet meer door de keuring heen komt.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Wij wijzen in deze kwestie iedere aansprakelijkheid van de hand. Het gebrek heeft zich pas na afloop van de garantieperiode geopenbaard en is pas na afloop van die garantieperiode aan ons gemeld. Beslissend voor de vraag of een gebrek onder de garantie valt, is het moment waarop het gebrek door een klant bij ons wordt gemeld. Overigens, ook al zou de consument in casu tijdig een garantiemelding hebben gedaan, moet het beroep op garantie worden afgewezen aangezien de consument niet tijdig na 15.000 kilometer een onderhoudsbeurt heeft laten uitvoeren.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft ons nooit gevraagd of de auto bij ons gestald kon worden gedurende de looptijd van het geschil. [De ondernemer] garantie kent dezelfde voorwaarden als de Bovag garantievoorwaarden.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Korte omschrijving van de klacht(en) Motorische klachten, zodanig dat vervangen van de motor aan de orde is.   Vaktechnisch oordeel De auto is aangeschaft en te naam gesteld op 6 oktober 2007 de toenmalige kilometerstand bedroeg 88.629. Op 4 oktober 2008 strandt de consument de kilometerstand bedroeg 105.336. Deze stand is nog hetzelfde, sinds die datum staat het voertuig (openbare weg) stil. De consument heeft dus ruim 16.000 kilometer met het voertuig gereden. Voor garantievoorwaarden en de communicatie tussen partijen; hierbij verwijs ik naar het dossier. Onderzoek door [de andere dealer] gaf aan dat de koppakking stuk was en een nieuwe motor/reparatie noodzakelijk is. Op dit aspect zal ik hierna uitgebreid terugkomen.   Een van de klachten/opmerkingen van de consument is, dat er een vieze smurrie uit de motor kwam en op straat terecht gekomen is. De smurrie is afkomstig uit het compensatie/overloop vat van de koeling. Dit vat is volledig vervuild, de olie drijft er op. De peilstok gaf aan dat er minimaal een liter te weinig in zit. Wij kunnen dus duidelijk stellen dat de olie via de koppakking het koelsysteem heeft verlaten. Inwendige inspectie gaf aan dat van de achterste cilinderrij de rechtse cilinder een wat vertekend beeld gaf. Via endoscopie is de zaak grondig bekeken. Nog een andere opmerking: “Daar het voertuig al geruime tijd heeft stilgestaan is er veel oxidatie aanwezig op de motor. Ook het onderstel (wielen en schijven) vertonen roest en oxidatie. Bij herstel zal ik daar een globale kostenpost voor opgeven.   Het type motoren die in deze voertuigen geplaatst zijn kennen een probleem wat (te) veel voorkomt. In voorkomende gevallen “zakt” er een cilinderbus (achterste galerij) en er kunnen problemen optreden met de koel- en oliehuishouding. De toenmalige importeur van [het merk] onderkende dit probleem en gaf – onder bepaalde voorwaarden – een tegemoetkoming in de kosten. De vergoeding was afhankelijk van leeftijd/kilometers/gevoerd onderhoud. De kosten hiermee gemoeid konden/kunnen behoorlijk oplopen. In de meeste gevallen was het vervangen van het complete onderblok afdoende. In bijlage I kunt u zien welke delen ik bedoel.   Resumé; door een kwaliteitsgebrek in deze motoren is er een schade ontstaan. Dit is geen calamiteit, maar een sluimerend proces, wat – in dit geval – naar voren is gekomen, doordat er smurrie bemerkt was door de consument. Reparatie is beslist noodzakelijk.   Herstel Is herstel technisch mogelijk? De optimale reparatie is vervangen van het onderblok en inspectie op cilinderkoppen. Dit is dan ook de meest kostbare. Het onderblok kost € 2.000,–. Diverse materialen (zoals pakkingset, vloeistoffen, distributie en andere zaken) baseer ik op € 750,–. Arbeidsloon (afhankelijk van het uurtarief) begroot ik op € 2.500,–. Men is al snel een dertigtal uren met deze reparatie bezig. Totaal kostenplaatje: € 5.250,–. Men zou ook kunnen overwegen een occasionmotor te plaatsen, maar dan loopt men wel het risico dat deze motor ook dezelfde “kuren” kan vertonen die de geplaatste motor heeft. Kosten zijn dan beduidend lager, afhankelijk van de inkoopprijs van de motor om en nabij de € 2.500,–. Reparatie van deze motor zie ik als geen optie. Een exacte reparatieprijs kan pas gegeven worden als de motor gedemonteerd is en tot in delen uiteengenomen. Ik verwacht overigens wel dat mijn eerste opgave de juiste zal zijn.   Tenslotte Het onderzoek heb ik uit laten voeren bij [een autobedrijf in de buurt van de woonplaats van de consument]. De consument heeft zelf zorg gedragen voor vervoer naar deze locatie en heeft de bij [dit autobedrijf] gemaakte kosten voor haar rekening genomen. Over de hoogte van deze kosten heb ik geen inzicht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Naar de commissie uit de stellingen van de consument begrijpt, heeft deze zijn vorderingen die verband houden met de opgetreden motorschade aan zijn auto op twee grondslagen gebaseerd: enerzijds op de stelling dat de motorschade binnen de garantieperiode is ontstaan en de ondernemer dus op grond van de garantie gehouden is de klacht kosteloos te verhelpen en anderzijds op de stelling dat sprake is van een gebrek aan de motor dat hij niet behoefde te verwachten, waardoor de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 BW.   De commissie ziet aanleiding de laatste grondslag als eerste te beoordelen. Artikel 7:17 lid 1 BW bepaalt dat een verkochte zaak moet beantwoorden aan de overeenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst, indien de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag in het bijzonder verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval waaronder de aard van de zaak, (serieus bedoelde) mededelingen van de verkoper, de prijs en de overige omstandigheden waaronder de koop plaatsvond.   Aan de orde is in dit verband de vraag of de consument, mede gezien de leeftijd van de auto en de reeds afgelegde kilometers, een dergelijk motorschade als thans is opgetreden redelijkerwijs had mogen verwachten. Naar de commissie uit het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige begrijpt, is de onderhavige motorschade door een kwaliteitsgebrek in deze motor, bestaande uit het “zakken” van een cilinderbus, ontstaan. Naar het oordeel van de commissie behoefde de consument, mede gezien de leeftijd van de auto en de afgelegde kilometers, een dergelijk kwaliteitsgebrek en dus ook een dergelijke motorschade één jaar en omstreeks 15.000 kilometer na aankoop niet te verwachten. Vaststaat dat de motorschade normaal gebruik van de auto in de weg staat. Het gevolg van de motorschade is immers dat het gehele motorblok dient te worden vervangen. De commissie concludeert dan ook dat de auto van de consument niet aan de overeenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 BW.   Wellicht ten overvloede merkt de commissie ten aanzien van het voorgaande nog het volgende op. De door de ondernemer gestelde omstandigheid dat de consument niet tijdig na 15.000 kilometer een onderhoudsbeurt zou hebben laten uitvoeren aan zijn auto doet niets af aan de conclusie van de commissie dat de auto van de consument niet aan de overeenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 BW, aangezien niet is gebleken dat deze omstandigheid heeft geleid tot, of van invloed is geweest op het optreden en de omvang van de motorschade.   Nu de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, heeft de consument krachtens artikel 7:21 lid 1 BW recht op gratis herstel van de motorschade door de ondernemer. De vraag of de consument recht heeft op het ongedaan maken van de koop dan wel op grond van garantiebepalingen recht heeft op herstel behoeft derhalve geen bespreking meer.   Een vraag die wel nog beantwoord dient te worden, is de vraag of de consument recht heeft op de door hem gevorderde € 3.148,08. Naar de commissie uit de gedingstukken opmaakt, is dit bedrag samengesteld uit posten die kort gezegd verband houden met de aanschaf van [een vervangende auto], de kosten verband houdend met de verzekering en wegenbelasting van [merk en type] en takelkosten. De commissie stelt hieromtrent voorop dat slechts kosten voor vergoeding in aanmerking die in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de ondernemer berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kunnen worden toegerekend. Tot voornoemde kosten behoren naar het oordeel van de commissie de kosten die door de consument gemaakt zijn teneinde te voorzien in vervangend vervoer en redelijke kosten die de consument heeft moeten maken ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid. Kosten die door de consument in redelijkheid voorkomen hadden kunnen worden wanneer hij passende maatregelen had genomen, behoeft de ondernemer niet te vergoeden.   In het licht van het voorgaande, is de commissie van oordeel dat de ondernemer de takelkosten ten bedrage van € 227,80 en € 750,– ter zake de aanschaf van [de vervangende auto] aan de consument dient te vergoeden. De commissie wijst niet de gevorderde € 950,– ter zake de aanschaf van [de vervangende auto] toe, aangezien is niet gebleken dat [deze] op dit moment niet tenminste een niet ongebruikelijk sloopwaarde van € 200,– vertegenwoordigt. Ten aanzien van de door de consument gevorderde schade in verband met het doorlopen van de kosten van de wegenbelasting en de verzekering van [merk en type], merkt de commissie op dat dit kosten zijn die de consument in redelijkheid had kunnen voorkomen wanneer zij passende maatregelen had genomen. Vaststaat dat de consument heeft nagelaten contact op te nemen met de ondernemer teneinde een oplossing te zoeken voor dit probleem. De vordering tot vergoeding van schade in verband met het doorlopen van de kosten van de wegenbelasting en de verzekering van de Kia wijst de commissie dan ook af.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer verricht die werkzaamheden die nodig zijn om de klacht van de consument te verhelpen. De ondernemer brengt de consument ter zake geen kosten in rekening.   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 977,80.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen 6 weken na de datum van de verzending van dit bindend advies.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 445,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 21 oktober 2009.