Cliënte heeft klacht onvoldoende onderbouwd, notaris heeft afwikkeling nalatenschap binnen redelijke termijn afgewikkeld

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 777/13632

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte is de executeur van haar overleden broer. Zij is niet tevreden over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris, vooral over de communicatie en het trage tempo van de afwikkeling. De notaris ontkent dat er geen voorspoedige afhandeling van de erfenis heeft plaatsgevonden. Hij was bij de behandeling van het dossier ook afhankelijk van andere instanties. Daarnaast zijn de erfgenamen altijd op de hoogte gehouden van de stand van zaken. De commissie vindt de klacht van de cliënte onvoldoende onderbouwd. Daarnaast zijn er volgens de commissie ook geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die de klacht van de cliënte zouden kunnen ondersteunen. De notaris heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De commissie oordeelt dat de notaris de afwikkeling van de erfenis binnen een redelijke termijn heeft afgewikkeld. Daarnaast zijn de erfgenamen voldoende geïnformeerd en is er voldoende uitleg gegeven. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De broer van de cliënte is op 5 januari 2018 overleden. Op 30 januari 2018 heeft de cliënte een brief van de notaris ontvangen waarin wordt medegedeeld dat de notaris door erflater bij testament is aangewezen als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. De cliënte is één van de acht erfgenamen. Over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris in 2018 was de cliënte niet tevreden. Op 4 februari 2019 heeft de cliënte een onderhoud met de notaris gehad waarbij zij haar klachten omtrent de afwikkeling, met name de communicatie en het trage tempo van afwikkeling, heeft besproken. Na deze mondelinge behandeling heeft zij de notaris de opsomming van haar klachten, voor zover niet voldoende beantwoord, nogmaals schriftelijk toegestuurd. Op 7 februari 2019 liet de cliënte de notaris weten dat het contact van 4 februari 2019 de lucht geklaard had en dat zij vertrouwen had in een vlotte afloop. Echter, in de hierop volgende maanden van 2019 zijn de twijfels toegenomen over de juiste wijze van uitvoering van de opdracht aan de notaris. De cliënte heeft niets meer vernomen op haar diverse telefoontjes en verzoeken waaronder inzage in de kosten.

De klachten van de cliënte zijn in de kern samen te vatten tot de volgende:
– de notaris heeft de erfgenamen geen testament laten zien;
– de notaris heeft geen melding gemaakt van de kosten of bijkomende kosten;
– de lange afwikkelingsduur is ten onrechte afgewenteld op de aanslag Inkomstenbelasting;

De uitbetaling aan de erven van de nalatenschap heeft plaatsgevonden op 1 november 2019. De cliënte heeft deze uitbetaling voor akkoord ondertekend aangezien zij hiermee de uitbetaling aan de overige erfgenamen kon bespoedigen. Dit laat haar klachten echter onverlet over de handelwijze en houding van de notaris bij de afwikkeling van de erfenis van haar broer.

Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris bestrijdt ten zeerste dat er geen voorspoedige afhandeling van de erfenis heeft plaatsgevonden. Hij was bij de behandeling van het boedeldossier afhankelijk van de reactiesnelheid van instanties als het Kantongerecht en de Belastingdienst. De notaris stelt dat de erfgenamen altijd op de hoogte zijn gehouden van de stand van zaken via de behandelaar van het dossier en volledig geïnformeerd zijn. De cliënte heeft alle gelegenheid gehad om reacties te geven en vragen te stellen waarop adequaat is gereageerd, aldus de notaris. Met de erfgenamen is direct gecommuniceerd op het moment dat de boedelbeschrijving door de kantonrechter werd goedgekeurd. Zodra de goedkeuringen binnen waren zijn de aan de erfgenamen en legatarissen toekomende gelden terstond uitbetaald. Dat dit enige tijd op zich heeft laten wachten is aan de cliënte te wijten, aangezien zij het langst gewacht heeft met het toesturen van haar goedkeuring.

De notaris vindt het verwonderlijk dat de cliënte nooit gevraagd heeft om een onderhoud met de notaris persoonlijk. De notaris verzoekt de commissie de klacht af te wijzen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De notaris heeft de klacht van de cliënt gemotiveerd weersproken. Gelet daar op acht de commissie de klacht van de cliënte dan ook onvoldoende onderbouwd.

Daarbij overweegt de commissie dat uit hetgeen door partijen is aangevoerd en ingebracht, waaronder het door de notaris ingebrachte overzicht inzake zijn handelingen bij de afwikkeling van de nalatenschap, naar het oordeel van de commissie nu juist naar voren komt dat de de notaris bij testament belast met de afwikkeling van de erfenis binnen een redelijke termijn heeft afgewikkeld en wat betreft zijn communicatie de van belang zijnde personen in deze voldoende heeft geïnformeerd en uitleg heeft gegeven. Daarbij moet met name ook in acht worden genomen dat naast de verkoop van een woning, hetgeen de nodige tijd vergt, de notaris ook afhankelijk is van de reactiesnelheid van instanties zoals het kantongerecht, de belastingdienst alsmede van de erfgenamen waaronder de cliënte.

Voorts overweegt de commissie dat de cliënte – overigens als laatste van de erfgenamen – in deze zonder gebleken voorbehoud, kwijting en decharge heeft verleent aan de notaris. Het gaat dan ook thans niet meer aan via haar klacht alsnog een dispuut te openen over de notariële kosten en de bijkomende kosten. Hetzelfde geldt voor het beweerdelijke niet ter inzage geven van het betreffende testament door de notaris.

Nog afgezien van de aan de notaris door de cliënte zonder voorbehoud gegeven kwijting en decharge wat betreft de afwikkeling van de nalatenschap zijn er naar het oordeel van de commissie ook overigens geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die de klacht van de cliënte zouden kunnen ondersteunen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. R.J. Holtman, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. A. Rademaker-Neleman, secretaris, op 4 mei 2020.