Commissie kan de professionele beoordeling van de psycholoog niet beoordelen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: (On)zorgvuldigheid / Kosten    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 172671/180538

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De cliënt heeft een intakegesprek gevoerd bij de zorgaanbieder. De aangeboden behandelingen kwamen volgens cliënt niet overeen met de behandelingen op de website van de zorgaanbieder. Ook klaagt de cliënt over het handelen van de psycholoog die het intakegesprek leidde. De cliënt is het tevens oneens met de hoogte van de rekening die de zorgaanbieder aan de zorgverzekeraar van cliënt heeft gestuurd. Ten slotte klaagt de cliënt over de klachtenprocedure van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder stelt anderzijds dat er verschillende behandelingsvormen worden aangeboden. Tijdens het intakegesprek is een voorlopig behandelplan opgesteld door de psycholoog. De psycholoog oordeelde dat enkel de psycho-educatie passend kon worden aangeboden door de zorgaanbieder. De klachtenfunctionaris heeft overigens geadviseerd om contact op te nemen met de zorgverzekeraar. De zorgaanbieder stelt kortom dat er zorgkosten zijn gemaakt en dat deze kosten rechtmatig zijn gefactureerd. De commissie is van oordeel dat de commissie de professionele beoordeling van de psycholoog niet in twijfel kan trekken. Verder heeft de cliënt niet aannemelijk gemaakt dat de psycholoog onzorgvuldig gehandeld zou hebben. De commissie verklaart de klacht van cliënt ongegrond.

De uitspraak

in het geschil tussen

[Naam] wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Bosman GGz B.V., gevestigd te Amersfoort
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen
(verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 1 november 2022 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënt is verschenen. Namens de zorgaanbieder zijn verschenen [naam], medisch directeur van de zorgaanbieder, en [naam], jurist bij de zorgaanbieder. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de zorgaanbieder.

Standpunt van cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en hetgeen op de zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft een intake gehad bij de zorgaanbieder waar hij zes maanden op heeft moeten wachten.
Tijdens die intake is door de cliënt duidelijk gemaakt dat hij is gediagnosticeerd met autisme en dat hij op zoek is naar therapie in verband met trauma- en depressiesymptomen. Na de intake is de cliënt verteld dat alleen autisme psycho-educatie wordt aangeboden, een therapie die de cliënt al heeft gehad. Op de website van de zorgaanbieder staat echter dat bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie en EMDR worden aangeboden.

De cliënt heeft aangevoerd dat de psycholoog die de intakegesprekken leidde, onprofessioneel te werk ging. De psycholoog heeft tijdens een intake gezegd dat de cliënt onmogelijk een trauma kan hebben, omdat een trauma alleen aan de orde is als er een risico op overlijden is. De psycholoog heeft een DSM-4 boek dat dateert uit de jaren ‘90 meegebracht naar de intake, maar controleerde de lijst met symptomen voor trauma’s niet met de cliënt. De psycholoog had ofwel de informatie niet doorgenomen die de cliënt al verstrekt had met het invullen van de vragenlijst en tijdens de telefonische screening of koos ervoor om grote delen van die informatie te negeren. De psycholoog legde volgens de cliënt te veel de nadruk op uitbarstingen waarvan de cliënt melding had gemaakt en legde telkens de relatie met autisme. De psycholoog gebruikte een whiteboard bij de uitleg van het een en ander, hetgeen vreemd en gênant was. De cliënt kreeg tijdens de intakes de indruk dat zijn oordeel onbetrouwbaar was en dat hij geen verstandige volwassene is. De partner van de cliënt was tijdens de gesprekken aanwezig en was in shock van de intakegesprekken. De cliënt is gelet op het voorgaande van mening dat de psycholoog voorafgaand aan de intake al een oordeel had gevormd en onprofessioneel heeft gehandeld.

De cliënt heeft verder aangevoerd dat hij het eigen risico in 2021 en 2022 heeft betaald, terwijl slechts één screening aan de orde is geweest en twee intakegesprekken. De facturen zijn aan de verzekeringsmaatschappij gestuurd en de cliënt heeft nooit uitleg gekregen waarom duizenden euro’s in rekening zijn gebracht voor drie uur aan werk.

De cliënt stelt tot slot dat de behandeling van de interne klacht bij de zorgaanbieder te lang heeft geduurd en dat de zorgaanbieder geen oplossing heeft aangeboden. Noch een andere regiebehandelaar van de ondernemer noch een andere oplossing bij een andere organisatie is aangeboden. De cliënt voert aan dat hij – anders dan de stelling van de zorgaanbieder – geen oplossing ging zoeken bij een andere zorginstelling en juist graag een oplossing wilde bij de zorgaanbieder door bijvoorbeeld een nieuwe intake.

De cliënt verzoekt terugbetaling van € 350,– voor de behandelingskosten die in het jaar 2021 zijn betaald. Daarnaast verzoekt hij annulering van de rekening van € 380,– voor het jaar 2022. Tot slot verzoekt de cliënt financiële compensatie voor de schade die hij heeft geleden.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en hetgeen namens de zorgaanbieder naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder heeft voor wat betreft de eerste deelklacht aangevoerd dat de zorgaanbieder ook andere behandelvormen aanbiedt dan psycho-educatie en dat dit, eventueel in combinatie met een autismebehandeling, onderdeel kan uitmaken van het behandelplan. Tijdens de screening en intake heeft de betreffende regiebehandelaar en GZ-psycholoog (hierna: de psycholoog) een probleemanalyse gemaakt, een diagnose gesteld en een behandelplan op hoofdlijnen voor behandeling en begeleiding gemaakt. De intake is de kennismaking tussen de behandelaar en de cliënt. De cliënt en eventueel zijn naasten gaan na of de zorgaanbieder voldoet aan de verwachtingen. De behandelaar gaat in elk geval na of de zorgaanbieder, in dit geval het AKC Utrecht, een effectief en doelmatig aanbod kan formuleren dat aansluit op de zorgbehoefte, wensen en mogelijkheden van de cliënt. In het geval van de cliënt is de psycholoog na lezing van de ingevulde vragenlijst, de observatie van en de gesprekken met de cliënt tot de conclusie gekomen dat uit het brede aanbod dat het AKC Utrecht kan bieden, psycho-educatie de behandeling was die voor hem passend was. Dit is ook in lijn met wat de cliënt bij andere instellingen te horen heeft gekregen. De professionele beoordeling van de psycholoog was dat het overige aanbod van het AKC Utrecht in dit geval niet passend voor de cliënt was. Om deze reden is alleen psycho-educatie dan ook als behandeltraject aan hem voorgesteld.

Nadat de cliënt contact had opgenomen met de klachtfunctionaris van de zorgaanbieder, heeft deze functionaris contact gehad met de psycholoog. Zij heeft medegedeeld dat er een groot verschil van inzicht was en dat zij bij haar advies bleef. Zij heeft het advies gegeven een vervolg te zoeken bij een andere zorginstelling. Dit is door de klachtenfunctionaris vervolgens besproken met de cliënt. De klachtenfunctionaris heeft geadviseerd de inzet van een coach te overwegen ter ondersteuning van zijn zoektocht naar een passende behandelplek. De cliënt heeft toen gezegd hieraan gedacht te hebben en stappen te zullen ondernemen. Gelet op die opmerking heeft de klachtenfunctionaris niet gekeken naar mogelijkheden binnen de organisatie van de zorgaanbieder.

De zorgaanbieder voert verder aan dat de psycholoog als zzp’er bij de zorgaanbieder werkzaam was, thans niet meer voor de zorgaanbieder werkt en dat de zorgaanbieder nimmer klachten over haar heeft ontvangen. Cliënten waren tevreden over haar functioneren.

Voor wat betreft de klacht van de cliënt dat hij het eigen risico in 2021 en 2022 heeft moeten betalen, voert de zorgaanbieder aan dat tot 2022 op basis van een zorgtraject gefactureerd werd door GGZ-instellingen. Er is nadien een nieuwe landelijke bekostigingsstructuur ingevoerd voor volwassenen GGZ, het zogenoemde Zorgprestatiemodel. Per 1 januari 2022 wordt gefactureerd per consult. Nu de cliënt in 2021 een screening heeft gehad en in 2022 een intake, is hij geconfronteerd met twee facturen voor het eigen risico in korte tijd. De klachtenfunctionaris heeft de cliënt geadviseerd contact op te nemen met de zorgverzekeraar over dit punt, zodat mogelijk tot een oplossing kan worden gekomen.

De zorgaanbieder is van mening dat er gelet op het voorgaande geen reden is om het eigen risico over 2021 en 2022 aan de cliënt terug te betalen. De zorgkosten zijn gemaakt en rechtmatig gefactureerd. Ook ziet de zorgaanbieder geen grond om enige indirecte schade te vergoeden, temeer niet omdat causaal verband niet kan worden aangetoond.

De zorgaanbieder verzoekt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie is van oordeel dat de commissie niet in de professionele beoordeling van de psycholoog in kwestie kan treden. De commissie is daar ook niet toe in staat. De psycholoog was van oordeel dat
psycho-educatie voor de cliënt passend zou zijn gelet op de screening en de intake. De psycholoog was van oordeel dat een andere behandeling niet passend zou zijn. Om die reden is uitsluitend de behandeling van psycho-educatie aangeboden. Weliswaar kan een meningsverschil ontstaan met de cliënt, maar dat maakt niet dat de psycholoog – als degene daar niet achter staat – dan een andere behandeling moet aanbieden.

De commissie stelt vast dat de cliënt van mening is dat de psycholoog onprofessioneel heeft gehandeld. De zorgaanbieder heeft dit betwist. De cliënt heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van onprofessioneel handelen aan de zijde van de psycholoog. Er zijn in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten dat daar sprake van zou zijn. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

De commissie is wat betreft het eigen risico dat de cliënt in zowel 2021 als 2022 heeft moeten betalen van oordeel dat de zorgaanbieder daar geen enkele invloed op heeft gehad. Tot 2021 gold een andere regeling dan vanaf 2022 het geval was voor wat betreft het bekostigingssysteem. Thans geldt het zogenoemde Zorgprestatiemodel. Dat de cliënt van de wijziging nadeel heeft ondervonden is vervelend, maar dat maakt niet dat deze kosten op de zorgaanbieder kunnen worden afgewenteld. Dat de zorgaanbieder onnodig gedeclareerd zou hebben voor hetgeen hij aan handelingen heeft verricht, is niet aannemelijk geworden.

De commissie stelt verder vast dat de klachtenfunctionaris met de cliënt in gesprek is gegaan en dat daaruit geen oplossing is voortgevloeid. De cliënt stelt dat hij graag intern bij de zorgaanbieder een intake wilde hebben met een andere psycholoog. De zorgaanbieder heeft dit punt betwist en aangevoerd dat ze vrij snel tot de conclusie zijn gekomen dat extern een oplossing moest worden gezocht door de cliënt, althans dat hij dat zelf heeft aangegeven. De cliënt heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe dit proces precies is verlopen en heeft dus ook niet aannemelijk gemaakt dat het is gelopen zoals hij stelt.

De commissie is tot slot van oordeel dat de zorgaanbieder geen verwijt kan worden gemaakt voor het uitblijven van een tijdig verweer bij de procedure bij de Geschillencommissie. De zorgaanbieder had geen toegang tot het portaal, waardoor een reactie is uitgebleven.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst het door de cliënt verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. J.W. Stenvers en de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van de heer mr. N. van Gelder, plaatsvervangend secretaris, op 1 november 2022.