Commissie kan in factuur geen onvolkomenheden constateren. Extra atelierkosten in verband met modelwijzigingen zijn toegestaan.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Bruidsmode en Maatwerk    Categorie: Kosten    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 97670

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 mei 2014 tussen partijen tot stand gekomen, en daarna aangepaste overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een bruidsjapon en accessoires.

De prijs is in geschil. Levering heeft niet plaatsgevonden.
De consument heeft een bedrag van € 487,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 10 mei 2014 heeft de consument in de winkel van de ondernemer een bruidsjurk en accessoires uitgezocht voor een totaalbedrag van € 3.188,–. Het verkoopproces verliep niet prettig. Onder druk van de verkoopster is uiteindelijk een keuze gemaakt en een aanbetaling van € 1.550,– gedaan.
Dezelfde dag heeft de consument de ondernemer per e-mail laten weten de koop te willen annuleren om genoemde reden. De ondernemer ging daarmee niet accoord. Uiteindelijk is een compromis bereikt waarbij de aanbetaling werd omgezet in een tegoedbon (gedateerd 22 september 2014) te besteden aan een later uit te kiezen andere bruidsjurk.
Op 24 maart 2015 werd in de winkel van de ondernemer een nieuwe bruidsjurk uitgezocht, is een nieuwe overeenkomst getekend voor een totaalbedrag van € 2.892,– en is een tweede aanbetaling gedaan van € 1.000,–, waardoor een restant bedrag van € 342,– overbleef, te voldoen bij het afhalen van de jurk.
Na enkele pasafspraken vond uiteindelijk op 13 mei 2015 de laatste pasafspraak plaats om de jurk mee naar huis te nemen en het restant te betalen. Toen werd een aangepaste rekening gepresenteerd, met een restantbedrag van € 487,–, derhalve € 145,– extra. De consument besloot dit bedrag niet te betalen, waarop de ondernemer besloot de jurk niet mee te geven.

Volgens de ondernemer hebben de extra kosten betrekking op: 1. extra atelierkosten en 2. kosten die per abuis door de ondernemer eerder niet in de koopovereenkomst zijn meegenomen. Ten aanzien van beide kosten is de consument van mening dat deze niet aan haar kunnen worden doorberekend omdat: 1. een overeenkomst (overeengekomen bedrag) mag niet eenzijdig worden gewijzigd, en 2. voor het op maat maken van de jurk mogen geen extra kosten in rekening worden gebracht. Hierover is niet vooraf gecommuniceerd.

De consument verlangt levering van de bruidsjurk tegen betaling van het openstaande bedrag, dat wil zeggen € 342,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 10 mei 2014 is een bruidsjapon met accessoires aan de consument verkocht voor een totaalbedrag van € 3.188,–. Na het weekend ontving de ondernemer een e-mail van de partner van de consument dat hij de aankoop wenste te annuleren. De ondernemer heeft hierop gereageerd met de mededeling dat annuleren niet kon, maar dat de consument wel gebruik kon maken van het recht om binnen 14 dagen te ruilen, conform artikel 6 van de verkoopvoorwaarden. Uiteindelijk gaf de partner van de consument toe dat het huwelijk niet doorging en dat de consument niet in de gelegenheid was om binnen 14 dagen een andere bruidsjapon uit te zoeken. De partner van de consument stelde voor een voucher voor het aankoopbedrag te ontvangen en op een later tijdstip een andere japon uit te zoeken. Bij wijze van uitzondering is de ondernemer hiermee accoord gegaan.
Op 24 maart 2015 heeft de consument een andere japon uitgezocht. De ondernemer heeft alles van de nota van 10 mei 2014 retour geboekt, waarbij per ongeluk 2 artikelen (totaal € 179,–) retour werden geboekt die voor € 0,– op de rekening stonden.
Waar het om gaat, is dat de partner van de consument niet wil accepteren dat er een foutje is gemaakt bij het retour boeken. De ondernemer heeft dit bij een vervolgafspraak ontdekt en heeft dit ook aan de partner van de consument gemeld, die hier niets van wilde weten. Hij ziet dit als een eenzijdige verandering van het contract. Een en ander zou bij een volgend bezoek aan de winkel worden doorgenomen. Dit is echter nooit meer gebeurd. Ook was de partner van de consument het niet eens met de extra atelierkosten van € 75,– wegens een modelverandering die de consument wenste.

Alles is geruild, veranderd en retour genomen. Waar het in principe om gaat is heel eenvoudig: een optelsom van wat geleverd gaat worden, inclusief de extra atelierkosten, komt uit op € 487,–.
De partner van de consument heeft bij de commissie een voorstel neergelegd van € 342,–. De ondernemer heeft dit geaccepteerd om van deze tijdrovende zaak af te zijn. Dat zou de ondernemer
€ 145,– hebben gekost. Nu blijkt dat de partner van de consument toch niet met zijn eigen voorstel accoord wil gaan en de zaak alsnog aan de commissie wil voorleggen, is de ondernemer evenmin tot een schikking bereid. De ondernemer verlangt betaling van € 487,– volgens de rekening van 13 mei 2015.

Beoordeling van het geschil

De commissie stelt vast dat de bruidsjapon en accessoires niet in geschil zijn. De partner van de consument heeft ter zitting verklaard dat de japon bij de laatste pasafspraak in mei 2015 goed zat. Het geschil betreft de rekening.

Op het aankoopcontract zoals dat op 10 mei 2014 tussen partijen werd opgemaakt is vermeld dat algemene voorwaarden van toepassing zijn, voorts heeft de consument getekend voor ontvangst van de voorwaarden.
Artikel 6 van de toepasselijke voorwaarden regelt de mogelijkheden voor annuleren en ruilen. Kort gezegd komt het erop neer dat annuleren voor rekening en risico van de koper komt, met slechts een uitzondering bij een levensbedreigende ziekte of overlijden van een van de huwelijkspartners. Ruilen is mogelijk binnen 14 dagen na het sluiten van de overeenkomst, met de restrictie dat bij een goedkopere keuze de oorspronkelijke prijs blijft gelden.

Gelet op de algemene voorwaarden is de commissie van oordeel dat de ondernemer geenszins verplicht was tot kosteloze annulering van de overeenkomst. Het feit dat de consument de aankoop betreurde, noch het feit dat de consument nog dezelfde dag aangaf te willen annuleren doet daar aan af. Op geen enkele wijze is gebleken, noch aannemelijk gemaakt dat de consument tot de gewraakte aankoop werd gedwongen, daarnaast werd de consument bij de aankoop bijgestaan door haar partner, met andere woorden zij stond er niet alleen voor en mag worden geacht in volledige vrijheid tot de aankoop te hebben besloten.

Voorts is de commissie van oordeel dat de ondernemer de consument in twee opzichten coulant tegemoet is gekomen toen deze in mei 2014 aangaf de overeengekomen bruidsjapon en accessoires niet te willen afnemen. De termijn om de japon en accessoires te ruilen werd aanzienlijk opgerekt en de ondernemer heeft evenmin vastgehouden aan de oorspronkelijke prijs. Derhalve een alleszins redelijke benadering.
Gezien de coulance waarmee de ondernemer aan het verlangen van de consument is tegemoetgekomen, is de commissie van oordeel dat ook van de consument een redelijke opstelling mocht worden verwacht toen de ondernemer bij controle van de op 24 maart 2015 opgemaakte rekening voor de nieuw uitgekozen bruidsjapon en accessoires, ontdekte dat er fouten waren gemaakt in de creditering van de eerdere aankopen. De ondernemer heeft gesteld, en de consument heeft dit bevestigd, dat de ondernemer de consument reeds tijdens een van de volgende pasafspraken hierover informeerde en heeft voorgesteld de aanpassingen toe te lichten. Dit is er niet van gekomen, echter de aanpassing van de rekening in verband met correcties van enkele dubbele crediteringen kan de consument niet hebben verrast op het moment dat zij de japon kwam ophalen. Hetzelfde geldt voor de extra atelierkosten samenhangend met een modelverandering. Dat de ondernemer gewoonlijk extra atelierkosten in rekening brengt voor een modelverandering had de consument al kunnen constateren bij het opmaken van het eerste contract. Het is aannemelijk dat de coupeuse heeft verteld dat de modelwijziging die de consument verlangde, te weten een strakke rok zonder hoepel, kosten met zich zou meebrengen. De consument ontkent dat extra atelierkosten zijn gemeld. Er staat niets op papier en de commissie was er niet bij, noch het een, noch het ander kan dus met zekerheid worden vastgesteld. Anderzijds stelt de commissie vast dat tegenover de extra atelierkosten van
 € 75,– een creditering staat voor de, aanvankelijk overeengekomen en in de geaccordeerde rekening opgenomen, hoepelrok van € 109,–.

In de uiteindelijk op 13 mei 2015 aan de consument gepresenteerde rekening kan de commissie geen onvolkomenheden constateren. Deze rekening betreft een aanpassing van de rekening van 24 maart 2015. De commissie begrijpt de rekening van 13 mei 2015 als volgt.
De rekening vermeldt de artikelen die de consument daadwerkelijk wilde afnemen (bruidsjapon, torselet en sluier), alsmede de overeengekomen vermaakkosten en extra atelierkosten in verband met de door de consument verlangde modelwijziging (een strakke rok zonder hoepel). In deze rekening zijn de eerder aantoonbaar opgetreden fouten hersteld (plus € 179,–), is de hoepelrok op verzoek van de consument vervallen (minus € 109,–) en zijn extra atelierkosten in verband met de door de consument verlangde modelwijziging toegevoegd (plus € 75,–). Een en ander heeft uiteindelijk geleid tot een verschil van (plus) € 145,–.

De commissie heeft er begrip voor dat een en ander voor de consument niet direct inzichtelijk was. De commissie is echter ook van oordeel dat de consument de ondernemer in alle redelijkheid in de gelegenheid had moeten stellen om de wijzigingen in de rekening toe te lichten, nu deze dat al in een vroeg stadium heeft aangeboden.

Gelet op het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat de ondernemer in alle redelijkheid aanspraak kan maken op het in rekening gebrachte restbedrag van € 487,–. Het depotbedrag komt derhalve de ondernemer toe en de ondernemer is gehouden de bruidsjapon en accessoires aan de consument te leveren.

Wellicht ten overvloede legt de commissie hier nog vast dat partijen ter zitting hebben verklaard dat zij, ongeacht de uitspraak van de commissie, voornemens zijn met respect voor elkaar uitvoering te geven aan de overeenkomst en de uitspraak van de commissie.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is ongegrond.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het depotbedrag van € 487,– komt de ondernemer toe.

De ondernemer dient de in 2015 overeengekomen bruidsjapon en accessoires op haar eerste verzoek aan de consument te leveren. De consument kan onverminderd en in redelijkheid recht doen gelden op service en garantie op grond van de algemene voorwaarden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Bruidsmode en Maatwerk op 28 januari 2016.